Eindelijk is het dan zover! Mijn belevenissen tijdens Dakar staan op papier en zijn hieronder te lezen. Dit dagboek is gepubliceerd in ‘KICXSTART’ en prachtig weergegeven, mooier dan hieronder op mijn site. Het nummer waarin mijn dagboek werd gepubliceerd ligt inmiddels niet meer in de winkel, omdat het nieuwe nummer alweer uit is. Voor de mensen die het blad graag willen hebben (collectors item ) kunnen die bestellen via mij (ik heb ze bijna altijd en overal bij me) of Redactie tel : 015-251 22 55 / nummer 2 van 2006 Van 16 feb - 23 mrt 2006 / Titel: Dagboek Dakar-heldin Mirjam Pol / Prijs € 4,95
HET KLEINE MEISJE met DE GROTE DROOM
De uitdaging, de schoonheid, de gruwelen… In alles is de Dakar rally anders, groter en grootser dan alle andere woestijnraces. ‘Le Dakar’ is sinds de allereerste editie van 1978 de meest meedogenloze rally ter wereld. De woestijn kent geen genade voor machine en mens. Geen omgeving waar een jonge vrouw uit een nat kikkerlandje ook maar iets te zoeken heeft, zou je zeggen… Maar de 22-jarige Mirjam Pol uit Borne ziet dat anders. Als dochter van de veel te vroeg overleden oud-nationaal grasbaankampioen en zijspancrosser Hans Pol, zat Mirjam al op haar vierde in het zadel van een mini-crossertje en ze ontwikkelt zich tot een zeer verdienstelijk cross’ster. Nadat ze in de zomer van 2005 afstudeert aan de Groningse Academie voor Lichamelijke Opvoeding wil ze een jaar naar Amerika om daar aan de hoog aangeschreven damescompetitie deel te nemen. Dan echter komt ze, samen met moeder Ine, op de Motorbeurs van Utrecht terecht op de Dakar-stand van Rallyveteraan en ‘Desert Fox’ Arjan Brouwer. Dakarvonken slaan over en Mirjam besluit ter plekke als eerste Nederlandse vrouw in ’s werelds zwaarste rally te starten. Tien maanden later is het zover: Het Yamaha NL Dakar Team met rijders Frans Verhoeven, Henk Knuiman, Marcel van Drunen, Dirk Jan Franken en … Mirjam Pol staat in de Portugese hoofdstad Lissabon aan het begin van een ongelooflijk avontuur… Lees mee in het dagboek van ‘het kleine meisje met de grote droom'.

Het kleine meisje… Maar vergis je niet in de enorme kracht, de moed en het doorzettingsvermogen van dit kleine meisje!
Lissabon: Rillingen
Vele verhalen deden de ronde al voor de eerste etappe in Portugal. Het zou een ‘strandcrossje’ zijn van slechts een paar kilometer lengte. Dat leek me wel een leuk begin, aangezien er ook altijd bij wordt verteld dat de Nederlanders daar zo goed in zijn. Toen de route van Le Dakar half december 2005 bekend werd gemaakt bleek dat er ook in Europa, vanaf dag één, echt gereden zou worden. Geen strandcross dus. Helaas voor mij. En daarna de keuringen twee dagen voor de start. Laat in de avond, toen de keurmeesters wat moe waren – en wij niet minder – werd alles direct goedgekeurd! Zowel het materiaal als het papierwerk. En dat was best een opluchting, na al die maanden van voorbereiding. De eerste officiële rijdersbijeenkomst werd de avond voor de proloog op 30 december gehouden in een prachtig theater van de Portugese cultuurstad. Nadat iedereen een plaats had gevonden werd er het een en ander in het Frans gemompeld. Helaas deed mijn ‘vertaal-kastje’ het niet en dus heb ik er weinig van begrepen. Ik heb er voor mezelf maar iets moois van gemaakt in de richting van ‘welkom iedereen, blij dat jullie in zulke grote getale aanwezig zijn en ik hoop jullie allemaal aan het eind van Le Dakar op het podium aan het Lac Rose te zien’. Maar of de beste man dat ook daadwerkelijk heeft gezegd weet ik niet zeker! Na zijn verhaal gingen de lampen uit en werd er een indrukwekkende film getoond, met prachtige beelden van de voorgaande Dakar. De rillingen liepen me over de rug. Ik weet nog dat ik dacht ‘wat lijkt me dat gaaf, om daar eens aan mee te doen’. Nog zonder zelf het gevoel te hebben dat ‘Le Dakar’ voor mij één dag later begint.
Proloog 1e etappe Lissabon / Portimao : Koud!
De eerste dag! Starttijd: 07.30 uur. Dus om 07.00 uur het parc-fermé in om het roadbook erin te draaien, de GPS code in te voeren en in de rij te gaan staan, klaar voor de start. Mijn moeder staat mij aan de start aan te moedigen. Er wordt afgeteld, ik zet de motor in zijn één en daar begint mijn grote avontuur. ‘Het kleine meisje, met de grote droom’ zoals er al vaker is gezegd. Vanuit Lissabon vertrek ik voor een verbindingsroute van 186 kilometer richting de special. Onderweg staan honderden Portugezen enthousiast te zwaaien en aan te moedigen. En dat terwijl ik nog geen meter heb gereden (althans, geen wedstrijd meter). Het is steenkoud onderweg en als ik bij de start van de special aankom ben ik helemaal verkleumd. Le Dakar was toch warm, stoffig en heet? Nou ik merk er nog helemaal niks van. De start van de special is voor mij rond 09.45 uur. Marcel en ik moeten tegelijk starten. De start is hoog, bovenaan een helling op een berg. Zover ik kan zien ligt er maar één ding: water! Heel veel water.
Ik sta bovenaan en denk ‘dit wordt niks, 83 km alleen maar glibberen en glijden’. Weer wordt er afgeteld, dit keer voor het ‘echie’.
Na 1 km wordt het droger en droger en ligt het parcours er prachtig bij, gelukkig! Al het water dat er gevallen is heeft zich verzameld op dat ene kleine stukje grond bij de start.
De special in Europa is volledig aangegeven met pijlen, dus het roadbook is overbodig. Eerst wil ik toch netjes op het roadbook gaan rijden, om een beetje ‘in te komen’, maar ik heb al snel door dat de snelheid veel hoger kan, door gewoon op de pijlen te rijden. ‘Er komen nog etappes genoeg om op het roadbook te rijden’. Later zou blijken dat ik het ook in de desert wel eens vergat. Het gaat voortreffelijk. Af en toe mis ik wel een bocht, maar dat kan prima. Dan maak ik de bocht gewoon ‘iets later’ of ‘iets ruimer’. Tot mijn eigen verbazing kom ik als 117e over de finish van de 242 gestarte rijders. Geen slecht begin, al zeg ik het zelf.

Na de eerste etappe nog een leuk gesprekje met Erica Terpstra die echt heel geïnteresseerd blijkt in alles rondom de Dakar rally.
Als ik in het bivak in Portimao aankom word ik enthousiast ontvangen en omhelsd door niemand minder dan Erica Terpstra! Voorzitster van het NOC*NSF. Ik rust even uit, praat wat bij, maak mijn roadbook klaar voor de volgende etappe om vervolgens mijn motor naar het Parc-fermé te brengen. Het is inmiddels oudejaarsavond en we zitten aan lange tafels heerlijk te dineren bij onze ‘top’ gastheer Gert Van Winkoop. Het voelt goed: als van thuis. Ik kies ervoor om direct na het eten afscheid te nemen van iedereen (waaronder van mijn moeder die ik daarna niet eerder weerzie in Borne……. of Dakar) en vroegtijdig naar een hotel in de buurt te vertrekken. Ik wil uitgerust aan de tweede etappe beginnen. Mij is geleerd ‘rusten wanneer je rusten kunt’. Om 10 uur doe ik de lichten uit op mijn kamer om vervolgens in slaap te vallen en van de jaarwisseling niets meer te merken. In 2006 sta ik op om aan de tweede etappe te beginnen.
2e Etappe Portimao / Malaga: Europa uit
Het duurt lang voordat ik een lekker tempo heb gevonden om in te rijden. Ik rij voorzichtiger dan in de eerste etappe. Gisteren kon ik gerust een keer een bocht missen, maar als ik dat vandaag doe, lig ik direct 10 meter dieper. En Dakar is nog heel ver. Vandaag is er direct na de special ‘snelle’ service, omdat wij na de special scheiden van onze assistentie. De rijders gaan namelijk van Malaga over naar Nador en de assistentie gaat over het korte stukje water bij Gibraltar naar Marokko. De verbindingsroute van 400 km naar Malaga hoeven we niet zelf te rijden. Wij (het Yamaha Holland Team) hebben de luxe dat we de motoren achterin de oplegger van Gert Van Winkoop kunnen laden en zelf voorin de oplegger uit kunnen rusten. Het eerste half uur wordt er even bijgepraat en gelachen, daarna trekt Dirk-Jan zich terug in één van de zes bedden. Frans volgt niet veel later. Henk en ik blijven voorin op de bank liggen. Ruimte genoeg. Ik heb inmiddels een kussen weten te bemachtigen en probeer een beetje te slapen, wat absoluut niet makkelijk is. Iedere keer als ik bijna slaap schrik ik weer wakker. Als ik naar buiten kijk zie ik dat wij de ene assistentie vrachtwagen na de andere inhalen. ‘Nou’, denk ik, ‘we gaan wel heel erg hard’. Als we op een gegeven ogenblik bergafwaarts gaan voel ik dat we naar buiten worden gedrukt en vind ik dat we wel heel dicht in de buurt van de rotsen komen. Maar alles gaat goed. Wat een chauffeur is die Gert. Tot op de millimeter. Een paar keer rol ik letterlijk bijna van de bank, maar iedere keer weet ik mijzelf nog net ergens aan vast te grijpen. Henk probeert mij nog even gerust te stellen en merkt heel slim op dat, als ik slaap, ik nergens iets van merk. Ik doe nog maar eens mijn best om in slaap te vallen en heb inmiddels besloten om gewoon niet meer door het raam naar buiten te kijken. Misschien helpt het. Het helpt. Een half uur voor aankomst is iedereen wakker en proberen we zo goed en zo kwaad als het gaat onze volledige uitrusting weer aan te trekken. Dit zorgt voor een aantal grappige situaties. Probeer je maar eens om te kleden als je, achterin een rijdende oplegger, op één been staat, de chauffeur gas geeft en remt, bochten neemt alsof ie op een racebaan rijdt en dan ook nog eens haast heeft. Je kunt je dan wel voorstellen dat ik na deze rit blij was dat ik weer met beide benen steevast op de grond stond. In Malaga aangekomen laden we de motoren uit en kunnen direct de boot op. Nadat ik mijn motor heb vastgezet, verlaat ik het ruim en begin ik met het invullen van wat formulieren om vervolgens diezelfde formulieren te ruilen tegen een mooi stempeltje in mijn paspoort. Even later meld ik mij bij de balie en word ik naar mijn hut begeleid. Ik ben de eerste en krijg de sleutel. Ik deponeer daar mijn helm, mijn braces en alle andere zaken die alleen maar voor overbodige ballast zorgen. Ik heb een heuptasje die ik bij me hou en waarin ik mijn papieren en geld bewaar. Ik heb namelijk geen idee wie er bij mij in de hut komen liggen. Ik zoek Dirk-Jan op om vervolgens een rustig plekje in de bar op te zoeken en in alle rust mijn roadbook te prepareren voor morgen. Ik eet wat, drink wat en maak kennis met een aantal andere Nederlandse rijders. Wanneer ik eindelijk klaar ben met mijn roadbook is Dirk-Jan al lang vertrokken. Wanneer ik naar mijn hut loop merk ik dat het overal al rustig is. Als ik even later op mijn horloge kijk zie ik dat het bijna 12 uur is en dat terwijl ik er om 3 uur al weer uit moet. Snel naar mijn hut dus om te gaan slapen. Als ik in mijn hut kom zie ik dat ik de laatste ben. Er liggen al 2 andere dames te slapen. Ik kan in het donker niet zien wie het zijn, maar omdat ik niemand wakker wil maken, laat ik het licht uit. Mijn bed vind ik zonder licht ook wel. Eén ding is zeker, Europa heb ik alvast gehaald. Le Dakar begint aan de andere kant van het water.
3e Etappe Nador / Er Rachidia : Stenen!
Om 3 uur word ik opgeschrikt door de radio die over de boot heen begint te galmen. En geloof mij, het is geen Europese muziek. Ik ga snel mijn bed uit en loop, nog half slapend, richting het ontbijt. Een half uur later heb ik eindelijk mijn ontbijt naar binnen geworsteld – ik kan ’s ochtends namelijk niks door mijn keel krijgen - en kan ik terug naar mijn hut om me aan te kleden. Om 4 uur moeten we aan wal. De 2 andere dames zijn ook wakker geworden en met zijn drieën in zo’n hutje aankleden is niet handig. Ik besluit daarom mijn hele zooi op te pakken en aan te kleden in de hal. Om 4 uur gaat het ruim open en om half 5 staat iedereen op de kade. Ik moet nog 2,5 uur wachten voordat ik mag vertrekken voor de verbindingsrouten van 237 km. Ik ga dus maar naast mijn motor liggen en probeer nog een beetje te rusten. Om 07.30 uur is het dan eindelijk zo ver. Ik mag gaan. De verbinding is opnieuw ijzig koud. ‘Dit doe ik niet weer’ zit ik me nog te bedenken, ‘ik moet iets verzinnen om die verbindingsroutes fatsoenlijk door te komen’. 237 km in de kou rijden is geen pretje. Rond 10.30 uur kom ik aan bij de start van de special en een kwartier later mag ik dan ook echt vertrekken. De special is 314 km lang en begint ontzettend snel over hele mooie brede gravel paden. Echt iets voor mij. Ik rij als laatste in een groepje van vier en zie mijn voorgangers ineens één voor één in de grond verdwijnen. De eerste gaat er hard af, de tweede ook, de derde rijdt wel de greppel in (die de nummers 1 en 2 niet zagen), maar weet overeind te blijven en ik probeer nummer drie te ontwijken (wat mij ook is gelukt). Doordat ik de persoon voor mij heb weten te ontwijken beland ikzelf ook in de greppel, onder mijn motor. Of ik er hard af ging? Nee hoor, op het moment dat ik stil stond, stond mijn voorwiel in en mijn achterwiel bovenop de greppel. Conclusie: ik kan niet met de voeten aan de grond en val stilstaand om. Als ik weer sta en mijn hoofd boven de rand uitsteek zie ik dat de nummers 1 en 2 ook al weer staan en er dus goed vanaf zijn gekomen. We stappen allemaal weer op en rijden verder. Tot aan CP 1 is de route echt schitterend. Als dit zo doorgaat weet ik zeker dat ik een hele goeie tijd neer ga zetten. Helaas houdt mijn sprookje bij CP 1 op. Daar begint de ellende waar Marokko om bekend staat: stenen, stenen en nog eens stenen. 
Het tempo is er plots helemaal uit. We rijden recht tegen de zon in en door het stof is het zicht niet meer dan een meter of tien. Ik ben blij wanneer ik uit de special kom. Ik verwacht een goeie verbindingsroute. Die verwachting komt niet uit. Na de special moeten we eerst nog eens 50 km over gevaarlijk terrein sukkelen. Daarna is het asfalt. Gelukkig! Als ik in het bivak aankom zie ik onze vrachtwagen direct staan. Dat kan ook gemakkelijk, want Jos heeft zes zogenaamde beachflags bovenop de vrachtwagen gezet en één ervan is met mijn naam.We hebben een mooie plek. Alles is opgebouwd en afgezet en iedereen is druk aan het werk. Dit wordt mijn eerste overnachting in het eerste ‘echte bivak’.
4e Etappe Er Rachidia / Quarzazate : Schamschot...
Om 05.00 uur word ik gewekt door een motor die voor mijn tent wordt aangetrapt. Oh nee, ik ben een half uur te laat. Ik moet om 6 uur starten en ik heb mijn wekker niet gehoord. Snel mijn tent uit om ontbijt te halen. Wanneer ik met een dienblad terug loop zie ik dat er geïmproviseerde douches aanwezig zijn. Ik dacht dat we ruim twee weken niet konden douchen? Allemaal weer sterke verhalen dus. Even onthouden voor vanavond. Als er hier douches zijn, dan zijn die er in het volgende bivak ook. Eenmaal terug gekomen bij de vrachtwagen, besluit ik mij eerst snel even aan te kleden en dan maar te zien of er nog tijd is voor het ontbijt. En daar is nog tijd voor! Twee happen van een Frans stokbroodje en dat is het. Nu snel naar de special. Tijdens de special verloopt niet alles geheel volgens plan. Na ongeveer 10 km komt er een bergpas met veel puntige stenen. En dat is niet echt mijn specialiteit. Zeg maar: echt niet mijn specialiteit. Sterker nog, wanneer ik een klim met stenen zie ga ik spontaan op mijn bek. ‘Hier begint de ellende’ dacht ik al, maar dat valt achteraf gezien gelukkig mee. Op die ene kleine valpartij na heb ik geen fouten meer gemaakt. Houden zo, Mirjam. Maar goed, ook zonder zelf fouten te maken kan er het één en ander fout gaan. Zo word ik op een stoffig gedeelte van de special aangereden door een auto. De auto zag mij te laat door het stof, probeerde nog uit te wijken, maar raakte mij toch met de achterkant. Ik ging wel onderuit, maar heb gelukkig geen schade. Het was slechts een schampschot. Ook heb ik tijdens de special nog een aantal mensen blij gemaakt. Eerst kwam ik twee motorrijders tegen, waarvan er één zonder benzine stond. De ander had nog genoeg, maar ze hadden geen benzine slangetje om de benzine over te hevelen. En laat ik die nou net wel bij mij hebben! (ja, ja bereisde ‘ik’). Ik heb daar mijn benzineslangetje afgegeven met het verzoek deze aan mij te retourneren in het bivak voor de start van de volgende dag. Even later zag ik Patrick van Lee langs de kant staan. Zijn bib-mousse (massieve binnenband) was van de velg gelopen. Hij had een nieuwe binnenband nodig. En ook die had ik bij me. Ik liet mijn binnenband achter en ging weer verder. Misschien moet ik na de Dakar maar eens gaan solliciteren bij de ANWB. Volgens mij heb ik talent voor het helpen van gestrande reizigers. In het bivak vind ik wederom zo onze vrachtwagen. En wie nu denkt, dat is toch niet zo moeilijk heeft het mis. Het bivak heeft een doorsnee van een kilometer of twee. En zoek jij je eigen assistentie daar dan maar eens tussen. Gelukkig hebben wij onze eigen beachflags.Ik word snel even wegwijs gemaakt in het bivak. En ja hoor: er zijn ook hier gewoon douches. Wedstrijd kleding uit, snel even douchen, eten, roadbook prepareren en dan naar bed.
De Wc’s … (ofwel, gat in de grond…)
Door alle stenen van vandaag ben ik verkrampt gaan rijden en dat merk ik nu goed in mijn rug. Heel even denk ik er aan om me te laten masseren door één van de aanwezige fysiotherapeuten, maar het is al laat en slaap is in Dakar een kostbaar iets. Net als ik mijn tent in wil stappen komt Allard Kalf aanlopen voor een interview. Ik heb al snel door dat ik geen natuurtalent ben voor de kamera. Mijn kracht ligt op twee wielen. De vragen zijn duidelijk, alleen heb ik nogal korte antwoorden. Maar goed, ze lijken tevreden.
Na alweer een loodzware dag Dakar rally met vechten, vallen en opstaan toch nog even langer op mijn benen blijven staan voor een interview. Ik denk dat ze op TV thuis wel zagen dat ik een beetje moe was…
Ik sta nog heel even naar mijn motor te staren als ik hoor dat Dirk-Jan 16 bekeuringen op zijn GPS heeft staan. Er wordt ook bij mij op de GPS gekeken: 10 bekeuringen. Ik begrijp er niets van. Hoe weet ik nou waar ik langzaam moet rijden en waar niet? Zoveel verkeersborden kom je hier niet tegen. Uiteindelijk blijkt dat deze ‘zones’ staan aangegeven op het roadbook. Daarop moet ik morgen maar eens gaan letten dus, want als de organisatie dit controleert kost het me geld en krijg ik een tijdstraf. En wie nu denkt dat ze hier een klein blond meisje wel ontzien hebben het mis. Uiteindelijk kan ik dan toch de weg naar mijn tent vervolgen. Dit keer vraag ik of er iemand van de assistentie is die mij wakker wil maken, gezien het feit ik mijn eigen wekker toch niet hoor. Dat is geen probleem. ‘Hoe laat wilt u er uit, mevrouw’? Nou, doe maar om 03.15 uur, ik moet om 04.45 uur starten. Barbaarse tijden en omstandigheden zijn het.
5e etappe Quarzazate / Tan Tan : Regenoveral
Als ik het rolletje van mijn roadbook in de houder op de motor draai, merk ik dat het niet past. Ik besluit daarom de verbindingsroutes er vanaf te halen en gewoon achter iemand aan te rijden, zowel voor als na de special. Wie niet sterk is moet slim zijn. En een slimme meid is op haar toekomst voorbereid. Door de aanrijding met de auto één dag eerder ben ik een gesp van mijn laars kwijt geraakt. Om toch de laars fatsoenlijk dicht te krijgen moet er tape aan te pas komen. Gelukkig heeft de Smink truck voorraad genoeg. En dan heb ik nog meer tape nodig, want na de special is er een verbinding van bijna 300 km en ik ben niet weer van plan te koukleumen op de motor. Ik heb eindelijk een oplossing gevonden voor dit probleem. Ik tape mijn regenpak achterop de motor en na de special kan ik die er zo vanaf scheuren en aantrekken. Even later verlaat ik het bivak en begin te rijden. Bij het eerste tankstation zie ik een oranje helm. En ja hoor, het is Dirk-Jan. Die kan wel roadbook lezen dus ik stop en besluit achter hem aan te rijden naar de start van de special. Het ontbijt is er vanochtend even bij ingeschoten. Als ik bij de special aankom ben ik wel aan ontbijt toe. Voor mijn vertrek heb ik nog net een klein soort toetje en een bakje appelmoes mee kunnen grissen. Niet echt een combinatie, maar het is in ieder geval beter dan niks. Ik heb er al snel een lekker tempo in. Er komt steeds meer zand in de special en de stenen worden iets zeldzamer. Dirk-Jan is een paar minuten voor mij gestart en ik kom hem na ongeveer een half uur al achterop én …..voorbij. Dit is echt een route voor mij. Nog geen vijf minuten later gaat het fout. Ik rij op een lang, recht, mul pad als mijn achterwiel ineens blokkeert. Ik kan de motor nog net in bedwang houden en het eerste wat er door mijn hoofd heen schiet is: vastloper! Dit heb ik één keer eerder meegemaakt en dan slaat het achterwiel in één keer vast. Dirk-Jan is mij inmiddels achterop gekomen en stopt naast mij. Hij kijkt even naar mijn motor en zegt vervolgens: ‘Wat zit daar bij je achterwiel?’ Ik kijk nog eens goed naar mijn motor en zie dan dat er iets klem zit. Nader onderzoek wijst uit dat het mijn regenpak is die ik ’s ochtends achterop mijn motor had vast gemaakt. Het is los geschoten en heeft zich vast gegrepen tussen het wiel en de ketting. Pfff, gelukkig! Dirk-Jan rijdt weer verder en ik trek het regenpak er tussenuit. Het regenpak is gescheurd, ik probeer het eerst nog in mijn rugtasje te stoppen, maar als blijkt dat het niet past wil ik geen tijd meer verliezen en laat het daar achter. Eén druk op de knop (elektrische starter wel te verstaan) en mijn Yamaha-machientje gromt weer. Ik begin direct weer te rijden en zet de achtervolging op Dirk-Jan in. Na een minuut of tien rij ik weer achter hem en opnieuw ga ik aan hem voorbij. Maar nog geen 5 minuten later kom ik opnieuw in de problemen. Op de één of andere manier lijkt mijn roadbook niet te kloppen. Het duurt vervolgens nog eens 10 minuten voor ik eindelijk in de gaten heb dat het niet aan mijn roadbook ligt, maar aan mijn ICO meters. Geen van beide doen ze wat ze horen te doen: het aangeven van de kilometerstand. Hoe weet ik nu wanneer ik af moet slaan, of op moet passen voor een gat in de weg? Ik besluit mij te laten zakken en achter de eerste de beste motorrijder die mij achterop komt aan te rijden. En wat blijkt? Inderdaad: het is Dirk-Jan. Ik begin goed te balen van al het tijdverlies. Ik weet dat ik op dit terrein winst kan pakken. Wanneer wij worden ingehaald door een snellere rijder besluit ik daar achteraan te gaan. En dat gaat prima. Na een half uur krijg ik nog een andere rijder in beeld, dus ook hier haal ik mijn voorganger in en rij naar de volgende toe. Dit doe ik nog een keer of vijf. Totdat ik niemand meer in beeld heb, tsja, niet slim. Dus ik ga weer iets rustiger rijden en laat iemand voorbij komen. Zonder mijn ICO metertjes kan ik niet navigeren. Maar goed, het kan niet altijd mee zitten. En verder gaat het prima. In het bivak aangekomen vertel ik wat er is gebeurd en zit natuurlijk iedereen te lachen om mijn ‘vastloper’. Maar dan heb ik nog een veel mooiere! Ik ben niet onderuit gegaan vandaag, althans niet tijdens de special. Na de special sta ik bij een tankstation, gooi ik mijn motor vol, reken af, stap op………en val met motor en al aan de andere kant om. Tsja, soms is het moeilijk 170 kilo Yamaha overeind te houden als je net niet met je voet aan de grond kunt komen.
6e Etappe Tan Tan / Zouérat: Te Hard!
Om één uur word ik alweer gewekt. Wie bedenkt die rare starttijden toch? Ik begin lichtelijk te vernemen dat ik iedere dag, als ik wakker word, net iets stijver aanvoel dan de dag ervoor. De verbindingsroute van vandaag schijnt erg gevaarlijk te zijn. En dat klopt. We moeten 336 km verbinding afleggen voordat we bij de start zijn. De eerste 100 km gaat prima. Het is alleen erg jammer dat mijn xenon verlichting na 15 minuten al uitvalt. Maar ach, ik heb tenminste nog één lamp over. De tweede 100 km gaat ook prima. Het is weer bitter koud en ik heb heel veel moeite mijn ogen open te houden. Een paar keer beland ik even in de berm, waarna ik weer vijf minuten klaarwakker ben om vervolgens toch weer te gaan dommelen. Na 200 km verlaat ik de verharde weg en rij ik tussen een stel fakkels door, die de route aan moeten geven. Ik heb niet veel licht en rij daarom voorzichtig. Wanneer ik word ingehaald door een andere motorrijder zie ik dat hij goed licht heeft en besluit daar achteraan te rijden. Als ik dicht genoeg achter hem blijf rijden kan ik met zijn licht meekijken en heb ik geen last van de stof. Het tempo ligt eigenlijk net iets te hoog voor mij, maar ik wil niet weer langzamer gaan rijden. Een beetje boven mijn kunnen is wel verantwoord. Gelukkig gaat het allemaal goed. Aan het eind van de verbinding staat een vrachtwagen van de organisatie met ontbijt. Normaal gesproken wordt er ontbijt geserveerd in het bivak, maar omdat de eerste rijder vannacht om 01.40 uur al moest vertrekken heeft de organisatie besloten het ontbijt onderweg te verzorgen, net voor de start van de special. Ik heb inmiddels al een uur of zes op de motor gezeten, dus ik heb wel trek in een ontbijtje. Vanaf hier is het nog 10 km naar de start. Op dit punt word je op een pad gezet met de mededeling ‘hier ga je niet vanaf’! Dit is namelijk de grensovergang tussen Marokko en Mauretanië. Je moet hier door ‘De Muur’. Maar vanaf hier tot aan ‘de muur’ ligt een mijnenveld. Ja, met echte ontstekingen. Ik besluit daarom maar achter iemand aan te rijden. Je weet maar nooit. Als hij de lucht invliegt stop ik even. Bij de start van de special ben ik het eigenlijk al behoorlijk zat. De verbindingroute was hartstikke zwaar, gevaarlijk en moeilijk. Dus ik verwacht dat de special ook zo is. Niets blijkt minder waar te zijn. De special is prachtig. Net een lange crossbaan. Echt iets voor mij. Tot aan de tankstop zijn het bijna alleen maar lange mulle paden. Ik ga als een speer! Ik vlieg de een na de ander voorbij, waaronder ook een aantal Nederlanders. 
Ben geen liefhebber van stenen; in het zand voel ik me helemaal in mijn element en dan gaat het ook lekker hard!
Bij de tankstop word ik gewaarschuwd. ‘Dit kan niet wat je aan het doen bent, je gaat te hard’. ‘Nou’ denk ik; ik ben er nog niet hard afgegaan, dus volgens mij ga ik dan ook nog niet te hard. Maar zo wordt het niet bedoeld. Aan de zijkant van het blok zie ik olie zitten. Dat betekent dat de druk van de olie in het blok te hoog wordt en de motor het er via de carter-ontluchting uitgooit ter bescherming van het blok. En dat houdt weer in dat ik inderdaad iets rustiger aan moet doen. Dus ik besluit na de tankstop rustiger te gaan rijden. Jammer, maar het is wel beter voor de motor. En die moet mij tenslotte naar Dakar brengen. In de verte zie ik de eerste duinen verschijnen. Eindelijk. Ik ben die verrekte stenen inmiddels wel zat. Maar op de allereerste duin bega ik een super stomme beginners fout (en ja, ik weet het, ik ben een beginner in de Dakar). Maar ondanks het feit dat ik weet hoe ik een duin moet rijden (schuin omhoog en schuin omlaag) rij ik er recht tegenop, met een te hoge snelheid. Op het moment dat ik bovenaan ben en de daling inzet zie ik dat ik daar niet naar beneden kan. De duin loopt recht naar beneden af. Dan kun je twee dingen doen: gas geven óf remmen. Als ik rem ga ik voor over het stuur eraf en krijg ik mijn motor in mijn rug. Ik geef dus gas bij en spring van de duin af op het vlakke gedeelte. De duin is een meter of vijf á zes hoog. En dat is zelfs voor mijn motor niet te doen. Ik kan de klap nog net opvangen, maar voel direct dat het niet goed is gegaan met mijn polsen en enkels. Gelukkig gebeurt dit in het tweede gedeelte van de special en hoef ik nog maar een paar kilometer naar het bivak. Ik kom mooi op tijd in het bivak aan. Onze assistentie is er nog niet en die verwacht ik ook niet eerder dan laat op de avond. Ik besluit even naar mijn rechter pols te laten kijken door Fidelia (de artsen e.d. van de organisatie). Deze is namelijk een beetje opgezet. Wanneer ik daar aankom is het ontzettend druk, dus besluit ik het maar te laten voor wat het is. Ik hoef alleen morgen nog maar en dan is het rustdag (!!!). Dat haal ik nog wel. Ik loop terug naar het bivak om te gaan eten. Als ik aan het eten zit, komt Cor ijs brengen voor mijn pols om te koelen. De assistentie arriveert rond 10 uur in de avond in het donker. De tentjes worden in een mum van tijd opgezet en als ze staan ga ik direct naar bed. Als ik mijn laarzen uittrek in de tent merk ik dat mijn enkels ook flink gezwollen zijn. Maar het voelt in ieder geval niet zo heel erg pijnlijk, dus het zal vanzelf wel weer overgaan. Een oud principe zoals dat bij ons thuis in Borne geldt.
7e Etappe Zouérat / Atar: Kamelengras
Vandaag schijnt een heel pittige dag te worden: bijna vijfhonderd kilometer special met heel veel duinen en kamelengras. Mijn enkels hebben weer een normaal formaat en ook mijn linker pols valt mee. Zie je, had ik toch gelijk. Alleen die rechterpols…., maar goed. Ik heb maar één doel vandaag en dat is: voor het donker binnen zijn! Vandaag wordt er omgekeerd gestart. De laatste rijder vertrekt dus als eerst en de eerste rijder als laatst. Op kilometer zestig tikt iemand mij op de schouder. Ik kijk verbaasd opzij en zie Marcel. Hij zwaait en rijdt verder. Even later komt ook Frans mij voorbij en ook hij zwaait. Leuk, fans onderweg . De eerste honderd kilometer gaan goed. Dan begint het terrein ruiger te worden. De duinen worden hoger en het kamelengras harder. Hier begint de ellende. Ik ga er een paar keer hard af. Ik probeer het kamelengras wel te ontwijken, maar dat lukt lang niet altijd. Mijn tactiek is ‘niet aan de voorkant vast komen te zitten’ wat erin resulteert dat ik vaak aan de achterkant van de duin op mijn bek ga doordat ik gewoonweg met teveel snelheid de duin over kom en dan tijdens de daling het kamelengras raak en wordt gelanceerd. Het lijkt alsof dat kamelengras een bepaalde aantrekkingskracht op mij heeft. Ik kom er veelvuldig mee in aanraking. Ik zal er even een situatie van proberen te schetsen. Ik kom aanrijden, ontwijk een pol kamelengras, kom vervolgens op een volgende aanrijden, die kan ik dan ook nog net ontwijken, maar bij nummer drie is het dan toch echt raak en klap ik eraf. Uiteraard gaat het niet altijd zo. Ik kan het stuur soms nog net in de handen houden wanneer ik het kamelengras raak. Dit zorgt dan wel voor spontane wisselingen van rijrichting en acrobatische kunsten op de motor, maar dan val ik in ieder geval niet! Al dit geouwehoer zorgt wel voor een aantal mooie situaties. Ik denk dat ik na de Dakar maar bij een turnvereniging ga. Ik kan inmiddels alles al: salto, dubbele salto, handstandoverslag én landing in alle richtingen en op alle mogelijke manieren. Ik draai er mijn hand niet meer voor om. Mijn pols heeft het zwaar te verduren. Ik probeer hem wel te ontlasten, maar op dit terrein gaat dat niet. Na 100 km heb ik het idee dat de man met de hamer achterop meerijdt. Bij de eerste tankstop na 200 km laat ik hem achter. Bij kilometer 300 heeft ie mij weer gevonden. En bij de tweede tankstop laat ik hem opnieuw achter. Hardnekkige vent, die man met die hamer. Vanaf de tankstop is het nog 100 km door de duinen. Dat moet te doen zijn denk ik bij mijzelf. Ik heb nog een paar uur voor het donker wordt. Dirk-Jan komt 5 min na mij bij de tankstop en heeft het helemaal gehad. Hij ploft naast zijn motor neer en heeft dan 15 min de tijd om bij te komen. Als ik weer weg wil rijden vraag ik of hij meerijdt, maar hij wil nog even liggen. ‘Voor iedere minuut die we hier nu verspelen rijden we vanavond 10 minuten in het donker’, is mijn credo. ‘En als we nu direct vertrekken komen we misschien nog binnen voor het donker. Het is nog maar 100 km en morgen heb je de hele dag om bij te komen!’ Hij kijkt mij verontwaardigd aan en vraagt: ‘Hoezo hebben wij morgen de hele dag om bij te komen?’ Nou, zeg ik: ‘Morgen is het rustdag’. Eerst kijkt ie nog verontwaardigder, daarna begint ie hard te lachen. Als hij bij is gekomen van het lachen deelt hij mij mee dat de rustdag pas overmorgen is en dat er morgen eerst nog een soortgelijke etappe is als die van vandaag. Alleen dan nog eens 100 km langer. ‘Oh, oké. Maar we moeten nu toch echt gaan rijden. We halen het en komen voor het donker binnen.’ Ook al ben ik voor het donker binnen, dit was geen fijne dag. Zowel fysiek niet als mentaal niet. Op de een of andere manier baal ik enorm en voel mij onrustig. Ik heb al een paar dagen last van mijn rug en schouders en mijn pols wordt er ook niet beter op. Voor het slapen gaan laat ik mij daarom eerst masseren. Dat zorgt voor een beetje ontspanning en rust in dat lijf en die kop van mij. Het is inmiddels al weer laat en ik zoek mijn tent op. Als ik op mijn luchtbedje naar het tentdoek lig te staren zie ik die ellendige duinen en dat kamelengras nog steeds voor me. Gelukkig overwint de vermoeidheid het na een paar minuten en val ik uiteindelijk in een diepe slaap.
8e etappe Atar / Nouakchott :
ZandkastelenVoordat ik ’s ochtends het bivak verlaat heb ik er al een hele strijd opzitten. Als ik wakker word (dit keer om 5 uur, valt dus nog mee) kruip ik mijn tent uit en slof in mijn pyjama (wat uit een trainingsbroek en een t-shirt bestaat) richting het bivak. Wanneer ik in het bivak aankom heb ik net mijn ogen open en kan ik ontbijt pakken, om vervolgens weer terug naar de vrachtwagen te sloffen. Ik zet mijn ontbijt op tafel, kijk erna……en besluit dan om me eerst om te gaan kleden. Als ik mij dan heb omgekleed moet het er toch echt van komen. Ik ken het belang van een goed ontbijt, alleen heb ik daar in de praktijk nogal wat moeite mee. En geloof me, het is iedere ochtend weer een geworstel. Ik ben nu al 8 etappes ’s ochtends aan het oefenen met een, naar mijn mening, redelijk eindresultaat. Waar ik aan het begin van de rally nog wel eens het ontbijt liet staan, eet ik nu iedere ochtend zeker één heel broodje. Met soms ook nog een soort van yoghurt toetje. Ik ga er dus op vooruit. Zo zit ik ook vandaag weer in het donker in alle vroegte aan tafel en staar naar mijn ontbijt. Ik voel me misselijk en mijn spieren voelen stijf, leeg of pijnlijk aan. Dirk-Jan zit aan de andere tafel naast mij en Cor is op de grond met zijn slaapzak aan het stoeien. Wanneer ik Dirk-Jan vraag of hij zich ’s ochtends ook zo beroerd voelt, kijkt hij Cor aan en schieten beide heren in de lach. Als enige reactie krijg ik, ‘fijn dat je dat vraagt’. Waarom ze lachen weet ik niet en ik kan me er eigenlijk ook niet druk om maken. Ik moet dat broodje op mijn dienblad nog naar binnen zien te werken en concentreer me daar weer op. Cor heeft het inmiddels van de slaapzak gewonnen en begint nu ook zijn tent af te breken. Na een half uur heb ik mijn ontbijt eindelijk op. Het is erg rustig bij onze vrachtwagen, de snelle jongens zijn al weg (Frans, Henk en Marcel wel te verstaan) en de assistentie ligt nog te slapen. Om 6.30 uur vertrek ik vanuit het bivak. Doel van vandaag? Voor het donker binnen zijn! De special schijnt veel op die van gisteren te lijken. Alleen met nog meer duinen. Gelukkig valt dit allemaal mee. Er zijn inderdaad nog meer duinen, maar wel kleiner en een heel ander soort dan die van gisteren. De duinen met het kamelengras nemen af. Nu komen de echte zandduinen. Dit zorgt weer voor nieuwe situaties. Op een gegeven ogenblik rij ik een duin op en zak met mijn voorwiel volledig in het zand. Dat wordt uitgraven! Na een aantal zandkasteeltjes gebouwd te hebben kan ik eindelijk weer verder. Niet zo heel veel later ga ik veel te hard over een duin en ga er aan de achterkant hard af. De landing is hard. Tegelijkertijd slaat mijn sentinel (het systeem dat aangeeft dat er een auto of vrachtwagen van achteren nadert) alarm. En dat is raar, want ik heb al een paar dagen problemen met mijn sentinel. En gisteren deed ie het niet. Waarom nu dan wel? Ik kijk dus met schrik achterom en wacht tot er een auto of vrachtwagen over de duin komt en mijn motor plat rijd. Gelukkig komt deze niet. Mijn sentinel is door de klap op hol geslagen. Als ik weer opstap en verder rij blijft het alarm aan staan. Na ongeveer 3 kwartier rijden sla ik weer over de kop. Dit keer gaat mijn sentinel uit. Deze valpartij betekent definitief het einde van mijn sentinel. Hij ging uit, en bleef uit…………. Ik kom de special verder goed door en ben voor het donker binnen. Doel gehaald. Ik rij het bivak in en zie onze vrachtwagen. Vijftig meter voor de vrachtwagen slaat mijn motor af en ik krijg hem met geen mogelijkheid meer aan de praat. Dan de motor maar op de standaard zetten en te voet naar de vrachtwagen. Ewout kijkt mij verschrikt aan wanneer ik zonder motor bij de vrachtwagen kom. Ik stel hem gerust en wijs achterom waar de motor staat en vraag of hij even mee wil lopen. Ewout en Peter 2 halen de motor op en ik pak wat te drinken. Beide heren komen duwend en lachend terug. Zonder benzine lopen die dingen niet wordt mij verteld. Dat kan niet! Dan moet er een tank lek zijn. Ik heb er nog maar 100 km mee gereden. En dat blijkt inderdaad het geval te zijn. Mijn linker achtertank is lek. Geen zorgen, dat wordt wel weer opgelost. Nu eerst omkleden, douchen, eten en een beetje relaxen. Morgen is het rustdag. Het duurt lang voordat Dirk-Jan binnen komt. Te lang. Normaal gesproken komt hij net voor of net na mij aan. En nu, ruim een uur na mijn binnenkomst, is hij er nog niet. Er wordt al hevig gespeculeerd over het tijdstip waarop hij aan zal komen. Halverwege de avond komt het bericht dat hij binnen is. Oh, maar waar is hij dan? Hij is met de helikopter binnen gebracht en ligt bij de Fidelia. Hij heeft zijn middenhandsbeentje gebroken, zijn sleutelbeentje uit de kom en wat schilfertjes van zijn schouderblad (en nu 2 weken na dato blijken zijn wijsvinger en zijn rug ook nog gebroken te zijn). Einde Dakar voor Dirk-Jan.
Rustdag Nouakchott : Fidelia
Niet te geloven. Dan is het eindelijk rustdag en dan kan ik keer uitslapen en dan ben ik gewoon wakker om 07.00 uur. Even mijn kop buiten de tent steken om te zien of er ergens al beweging is. Helaas, iedereen is nog in een diepe slaap. Dan ga ik ook nog maar weer even liggen. Tegen half 8 ben ik het liggen zat en kruip uit mijn tent. Ik loop richting het bivak om een ontbijtje te halen en als ik een half uurtje later bij onze vrachtwagen terug kom is het nog steeds stil. Heerlijk, wat een rust. Rond half negen is Jaap na mij de eerste die wakker is. Hij komt met het idee Dirk-Jan op te gaan zoeken bij de Fidelia. Goed idee. We lopen naar het bivak en maken daar een geïmproviseerd fruitmandje. Het is een heel eind lopen naar de Fidelia, maar gelukkig kunnen we een lift krijgen. Daar aangekomen vragen we naar Dirk-Jan. Hij ligt in een klein, donker, koel kamertje (buiten is het inmiddels al bloedheet) en is al wakker. Eerst even bijkletsen over wat er gebeurd is. Na een minuut of 10 wil hij overeind komen zitten. Als dat gelukt is begint hij aan onze geïmproviseerde fruitmand. Na 20 minuten heeft ie alles op. Zijn eetlust is dus prima. En dan is ie er klaar voor. Hij wil weg! Jaap doet even navraag en Dirk-Jan mag inderdaad weg. Vanavond om 21.00 uur moet ie hier weer terug zijn. Nu Dirk-Jan zich aan het uitchecken is, kan ik snel even naar mijn pols laten kijken. Ik ben er nu toch en op dit tijdstip heb je geen last van wachttijden. De arts bevestigt wat ik al dacht en overlegt daarna (in het Frans) iets met de fysiotherapeut. Ik schuif één tafel op en wordt direct aan mijn pols behandeld. Na de behandeling krijgt mijn pols een verbandje en krijg ik de mededeling dat ik mijn pols zo veel mogelijk moet ontlasten. Oke, zo veel mogelijk ontlasten? Zou die man begrijpen wat we hier in Dakar doen? Maar goed, vandaag kan ik mijn pols in ieder geval wel ontlasten, de hele dag. Ik heb alleen al wel een vermoeden dat het verband morgen, als ik mijn handschoen aan probeer te trekken, in de weg zit. Maar dat is voor latere zorg. Dit alles (onderzoek, behandeling en het inpakken van de pols) heeft nog geen 35 minuten geduurd. Het lijkt hier wel een beetje op een drive-in. Je gaat aan de voorkant de tent in, je schuift telkens een plaatsje op en als je klaar bent verlaat je de tent aan de achterkant. Jaap staat buiten te wachten. Dirk-Jan is inmiddels ontslagen en richting het bivak aan het lopen (hij mag wel een voorsprong, zo snel is ie nu toch niet meer). We krijgen opnieuw een lift en wanneer we af worden gezet lopen we het laatste stukje naar onze vrachtwagen. Het is inmiddels 11.00 uur en iedereen is wakker. Gisteren bleek mijn linker achtertank lek te zijn en aangezien wij het materiaal niet hebben om zoiets te repareren vraag ik het Sunweb Hutten team of ze de tank voor mij misschien zouden kunnen (en willen) lassen. Geen probleem! Vanavond kan ik mijn tank weer afhalen. Wat een schatten zijn het toch! Komen zeker uit het Oosten…. Het is inmiddels een uur of drie en ik ben druk bezig met de voorbereidingen voor morgen. Ik zie er goed tegenop. De special is 600 km waarvan ongeveer 370 km uit duinen bestaat. Wanneer ik begin te rekenen krijg ik een sterk vermoeden dat ik niet voor het donker binnen zal zijn. En die gedachte bevalt mij maar niets………
9e etappe Nouakchott / Kiffa : Vallen en opstaan
Daar gaan we dan. Vertrek om 06.25 uur. De totale afstand die vandaag afgelegd moet worden is 874 km. De eerste 100 km gaan goed. De tweede 100 km ook. Het gaat zelfs zo goed dat ik er lol in begin te krijgen. Als ik zo doorga kom ik voor het donker binnen. Ik kom om 11.17 uur als 64e bij CP2 aan, waar tevens getankt kan worden. Ik doe dus bijna 4 uur over de eerste 200 km. Zeventien kilometer voor CP3 kom ik stil te staan. Geen benzine meer….. Dus ik pak mijn benzineslangetje, mijn (lege) flesje en tap bij iedere motorrijder die benzine af wil staan, een flesje af (en lang niet iedereen wil dat, omdat een aantal motorrijders ook zelf bijna zonder benzine zitten). Om 16.16 uur kom ik dan eindelijk als 80e bij CP3 aan. Vanaf hier is het nog 110 km. Ik ga even informeren bij de man van de controle of hij weet wat voor soort terrein we nu nog gaan krijgen. ‘Snel’, antwoordt hij. ‘Mooi’, denk ik. Dan haal ik het misschien nog net voor het donker. Ik mag om 16.31 uur vertrekken en met een gemiddelde snelheid van 55 km/uur moet ik voor het donker (rond 18.30 uur) binnen kunnen zijn. En als het terrein echt ‘snel’ is ga ik nog veel harder. Dus dat zit wel goed. Helaas blijkt al snel dat de man bij de controle er volledig naast zat. Er volgen alleen nog maar duinen. En deze duinen bevatten opnieuw veel kamelengras. Dus ik verlies ook nog eens heel veel tijd met het vallen en opstaan. Gelukkig heb ik daar goed op kunnen oefenen tijdens etappe zeven en ben ik inmiddels een ster geworden in het vallen en opstaan. Maar het vreet tijd én energie. De gemiddelde snelheid in dit soort duinen ligt rond de 25 km/uur. Als ik opnieuw begin te rekenen kom ik er al snel achter dat het zeker nog 4 uur rijden is tot aan de finish. En over 2 uur is het al donker. Niet aan denken nu en eerst maar eens zoveel mogelijk kilometers maken zolang het licht is. Als het begint te schemeren bega ik één van de domste fouten die je tijdens de Dakar kunt maken. Ik ga gehaast rijden. Ik wil zoveel mogelijk meters maken zolang er nog een klein beetje licht is. En daar ga ik dus de fout in. Ik zie een gat over het hoofd en klap voorover van mijn motor af. De landing is op mijn schouder c.q. rug. Richard de Groot rijdt op dat moment achter mij, stopt, kijkt even, zet mijn motor overeind en zegt in alle rust dat ik nog wel even mag blijven liggen. Wat denk je zelf? Dat was ik ook echt wel van plan, na zo’n valpartij. Maar goed, er is nog steeds een beetje licht en dus stap ik na een paar minuten snel weer op en rijden we samen weer verder. Dit keer wel iets langzamer. Ik vind het maar niks in het donker te rijden. Ik ga steeds vaker op mijn bek. Ik voel me niet vermoeid, maar kan het stuur simpelweg niet meer in de handen houden (mede dankzij mijn pols). Als Richard weer eens de prins op het witte paard speelt (en mij dus overeind helpt met mijn motor na de zoveelste valpartij) zegt hij dat ik te snel wil gaan en daarom steeds val. En verrek, hij heeft gelijk. Als ik langzamer ga rijden nemen de valpartijen af. Vijftig kilometer voor het eind stoppen we even bij een jeep van de organisatie waar twee artsen in zitten. We krijgen wat te eten en te drinken en beginnen dan aan de laatste 50 Km. Om 21.03.19 komen wij dan eindelijk aan bij de finish. Einde? Nee, we moeten nog 245 km tot aan het bivak. Dit is welliswaar asfalt, maar je kunt niet harder dan 70 want het wegdek is slecht en overal op de weg liggen dooie dieren. En dan heb ik het niet over het formaat van een kat of een konijn, maar meer over het formaat van een koe. Oppassen dus! Om 00.41 uur kom ik eindelijk in het bivak aan. Wanneer ik bij onze vrachtwagen aankom zie ik dat alles rustig is (uiteraard, iedereen slaapt op dit tijdstip). Dan zie ik 2 gespannen koppies aan tafel zitten. De ene is van Cor en de ander van Ewout. En allebei zitten ze mij aan te kijken, duidelijk wachtend op een eerste reactie. Als ik, na 18 uur ploeteren, beulen, vallen en opstaan weer enthousiast begin te vertellen, zie ik de gespannen blikken verdwijnen. Ik wil snel naar bed, maar moet nog heel veel doen. Ik besluit alle voorbereidingen voor morgen m.b.t. het roadbook over te slaan. Daar is geen tijd voor. Ik rij wel voorzichtig. RTL7 staat inmiddels ook bij onze vrachtwagen en willen een interview. Ik geef eerst aan Ewout door dat de Yamaha prima loopt, maar dat er wel enige ‘schadeherstel werkzaamheden’ verricht moeten worden. Cor gaat wat eten voor mij halen en ondertussen geef ik het interview. Moet je je voorstellen op dit tijdstip in de nacht. Voor Ewout betekent mijn late binnenkomst nachtwerk (sorry, ik had graag eerder binnen willen komen, maar het zat er niet in vandaag ).
Tijdens het eten – je kan de hele nacht door voedsel halen - kom ik een beetje tot rust en voel al snel dat de valpartij van vandaag niet geheel zonder gevolgen is. Ik heb veel last van mijn rug, mijn schouder en mijn arm. Ik kan nu wel naar de Fidelia (24 uurs service) maar ik heb nog maar één doel en dat is snel mijn tent in. Ik zie morgenochtend wel hoe het is.
Dat gaat er wel in na een lange dag (iets meer dan 18 uur) rijden!
10e etappe Kiffa / Kayes : Droevig nieuws
Mijn dag begint slecht. Als ik wakker wordt voel ik me geradbraakt. Ik voel me dusdanig slecht dat ik bang ben van mijn sokken te gaan als ik overeind kom. Ik hoor Frans voor mijn tent en vraag hem of hij mij een flesje water wil brengen. Na wat water te hebben gedronken kruip ik mijn tent uit en ga voor mijn tent op de grond in het zonnetje zitten. Ik voel me verschrikkelijk stijf en kan mijn linker arm niet optillen. En dat moet nog wat worden vandaag, ik ben benieuwd. Als ik om mij heen kijk valt mij op dat alleen mijn tent nog staat. Hier klopt iets niet. De zon schijn volop en de heren en hun motoren zijn al weg. Wanneer moet ik weg dan? Hoe laat moet ik starten? De etappe blijkt geneutraliseerd te zijn (dus moet ik wel rijden, maar gaat het niet op tijd). Ik heb tot 10.30 uur de tijd om te vertrekken. Dat komt mij goed uit want ik heb wat opstart problemen vandaag. Ik moet maar eens in beweging komen, dan zal het vanzelf wel wat beter gaan. Ik word overeind geholpen, haal ontbijt uit het bivak en ga dan aan tafel zitten om vervolgens bijgepraat te worden. Ik word bijgepraat over de gebeurtenissen van gisteren en de gang van zaken van vandaag. De etappe van vandaag is geneutraliseerd omdat Andy Caldecott (motorrijder) gisteren tijdens de special zwaar ten val is gekomen en daarbij om het leven is gekomen. Hij was op slag dood. Hij werd 41 jaar en laat een vrouw en een kind achter. Dit zijn niet de verhalen waar je ’s ochtends op zit te wachten. Om 10.30 uur begin ik geheel zonder enige vorm van voorbereiding of zin aan de etappe van vandaag. We moeten toch in het volgende bivak zien te komen. Daar kom ik pas laat aan. Er zat geen tempo in vandaag. Het is nog wel licht wanneer ik binnenkom, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Hoe cru het ook mag klinken, ik heb vandaag wel voor het eerst genoten van de natuur. 
Gisteren zag ik alleen maar zand. Vandaag, één dag later, zie ik prachtige open, groene, vlaktes. Wat kan één dag veel verschil maken.
11e etappe Kayes / Bamako : Helpende handen
Om half vijf word ik wakker gemaakt. Om 6 uur moet de eerste rijder al weer vertrekken. Gisteravond voor het slapen gaan heb ik mijn rug en schouders laten masseren en die voelen inmiddels al weer een beetje beter aan. Vandaag moeten we iets meer dan 700 km afleggen, waarvan ‘slechts’ 231 km uit special bestaat. Ik ga er dus vanuit dat ik vanavond mooi op tijd binnen zal zijn. Maar ook deze verwachting komt niet uit. Na 30 kilometer begint mijn motor minder goed te lopen. Maar wat wil je ook onder deze extreme omstandigheden. Na een kilometer of vijf besluit ik de Yamaha aan de kant te zetten. Dit puur uit voorzorg, omdat ik bang ben dat ik het alleen maar erger maak als ik doorrijd. De eerste motorrijder die ik aanhoud blijkt een Duitse concurrente te zijn. Zij kan mij niet helpen. Ze heeft geen verstand van motoren. De tweede die ik aanhoud is Patsy Quick, maar ook zij heeft geen verstand van motoren. Mooi is dat. Rijden wij de zwaarste rally ter wereld, zonder ook maar een beetje te kunnen sleutelen. Qua technische kennis vormen we een hecht trio. Toevallig weet ik dat Patsy Quick nooit alleen rijdt en er altijd een teamgenoot achter haar aankomt. En deze beste man is monteur. Dat weet ik ook. Dus besluit ik hem op te wachten en aan te houden. Hij weet mij al zeer snel te vertellen dat mijn koppeling niet goed functioneert. Ik vraag hem of ik door kan rijden zonder dat ik het erger maak. ‘Ja hoor, zolang je kunt rijden gewoon doorrijden, maar wel onder in de toeren en zo min mogelijk schakelen. Als dat ook niet meer lukt haal je de bovenste koppelingsplaat eruit, die breek je doormidden, klap je dubbel en druk je er op die manier weer in.’ Het klinkt heel logisch, maar ik heb er nog nooit van gehoord. Maar tenslotte is hij monteur en ik niet. Dus het zal wel, zolang ik de finish maar haal. Met een vaartje van 30 kilometer sukkel ik nog 20 km door. Dan wil zelfs de Yamaha moeilijk meer vooruit. Ik zie een helikopter van de organisatie staan en besluit mijn motor er maar naast te zetten. Het heeft geen zin om door te rijden. Vrouw en motor zullen het hoofd tenslotte moeten buigen. En dan sta ik daar, midden in de rimboe. Uiteraard probeer ik in contact te komen met mijn assistentie, maar helaas lukt dat niet. Dan ga ik maar motorrijders aanhouden in de hoop dat ze mij op sleeptouw willen nemen. Al snel kom ik er achter dat er niemand zo gek is om mij naar de finish te slepen. En ik kan het ze niet kwalijk nemen. Ik zou het zelf ook niet doen met nog 200 km te gaan. Dan heb ik nog maar één optie. En dat is het motorblok open halen en doen wat die ene monteur mij heeft uitgelegd. Maar het idee staat mij niet aan. Ik ben bang dat ik meer kapot maak dan goed. Ik besluit nog heel even te wachten in de hoop dat ik nog een briljante ingeving krijg. De wedstrijdroute ligt rechts van mij. Links van mij zie ik vier witte jeepjes het bos uitkomen. Ik sta druk te gebaren en ze komen mijn kant op rijden. Wanneer ze bij mij stoppen vraag ik of er iemand in het gezelschap is die verstand heeft van motoren. En ja hoor, die is er. Een echte monteur zelfs. Jackpot!!!! Nadat ik mijn probleem heb uitgelegd zetten ze de jeepjes aan de kant. De monteur pakt een gereedschapskist achter uit één van de jeepjes en begint te sleutelen. Ik vermaak mij opperbest. Voor het eerst in deze Dakar kan ik naar de wedstrijd kijken en het is spectaculair. Ondertussen wordt mij een blikje cola en een appel aangeboden. En dit alles koud uit de koelbox. Wat een mooie dag! Na drie kwartier sleutelen heeft de beste man mijn motor weer gemaakt. Ik bedank iedereen en neem afscheid. Er worden nog wat foto’s gemaakt en daarna rij ik weer verder richting de finish. Doordat ik enige vertraging heb gehad kom ik pas rond 20.00 uur, in het donker, in het bivak aan. Ik besluit eerst te gaan eten, maar blijf steken bij Hans Stacey die tegenover ons staat. Als ik naar de voorruit van zijn vrachtwagen kijk lijkt het erop dat hij een boom omver heeft willen rijden. Maar zo te zien heeft de boom gewonnen. Na enige navraag blijkt dat er geen slachtoffers zijn gevallen (zag er wel zo uit) en loop ik weer rustig door. Als ik heb gegeten en mijn voorbereidingen voor de volgende dag klaar heb, is het ineens 00.00 uur. En dat terwijl ik er om kwart over twee al weer uit moet. Ik heb mijn wedstrijdkleding nog aan en besluit het maar aan te houden tijdens het slapen. Scheelt me weer een half uur. Een half uur langer slapen…….
12e etappe Bamako / Labé : Quad-crash
Vandaag is de eerste dag van de marathon etappe. Dat houdt in dat wij vanavond geen assistentie krijgen. Al het onderhoud moet zelf gedaan worden. Mede hierom verzoekt Ewout mij vriendelijk vandaag voor de verandering eens geen schade te rijden (wat een vertrouwen geeft die jongen mij ). Ik vertrek rond 4 uur voor de 862 km die vandaag op het programma staan. De hele dag doe ik mijn best om niet op mijn bek te gaan en dat lukt aardig hoewel de special gelegenheid genoeg geeft om je motor in de prak te rijden. De special lijkt meer op een lang trial parcours dan op een rally parcours. Maar goed, het kan niet altijd even leuk zijn. Hoe dichter ik bij het eind kom, hoe meer ik erin geloof dat ik vandaag inderdaad eens geen schade ga rijden. En of het zo moest zijn: twintig kilometer voor het eind haal ik op een brede gravel piste een Quad in. Juist als ik de Quad aan het inhalen ben zie ik dat er mul zand aan komt. De man op de Quad zit niet op te letten, klapt erin, waarna het stuur uit zijn handen slaat. De Quad verandert spontaan van richting. In welke richting zal hij gaan? Uiteraard………in mijn richting. De Quad schept de voorkant van mijn motor en ik ga hard onderuit. Even later zet ik mijn Yamaha aan de kant en neem de schade op. Hier baal ik dus van. Maar goed, ik kan wonderen verrichten met tape en ik plak alle losse/gescheurde kuipdelen provisorisch weer aan elkaar vast. Zolang het maar houdt tot aan de finish! Ik heb het zo goed getapet dat het zelfs houdt tot in het bivak, waar ik ook nu weer pas in het donker aankom. 
Na het eten controleer ik de olie van mijn motor, zet ik er een nieuw luchtfiltertje in, gooi ik nog een extra laagje tape over de kuip en vind het dan wel weer goed. Met weinig is de Yamaha tevreden en staat morgen weer voor me startklaar! Natuurlijk, het stuur is nog krom, de hendels ook, de kappen zitten ook niet waar ze horen te zitten, maar daar kan ik wel mee rijden. De motor is klaar, ik kan gaan slapen. We liggen met z’n allen op een start- of landingsbaan van het plaatselijke vliegveld. Ik heb geen zin om een tent op te zetten, dus ik pak mijn matje en leg die tussen twee tentjes in (dan lig ik uit de wind) en stap in mijn slaapzak. Mijn jas vouw ik netjes op tot een kussen. Oordopjes in en binnen twee minuten val ik als een blok in slaap…..
13e etappe Labé / Tambacounda : Close-up
Deel twee van de marathon etappe. Om half zeven schrik ik wakker. Er wordt een vliegtuig gestart op zo’n 200 meter afstand van de plaats waar wij liggen te slapen. Tsja, zo kan het ook, nu hoef je niet iedereen persoonlijk wakker te maken, maar word je dat in groot groepsverband. Opnieuw vind ik de special meer op een trial baan lijken dan op een rally. Maar ik kom er wel doorheen. Er zijn veel stenen, steile klimmen/dalingen en water. En één ding. Als er een fotograaf bij het water staat moet je dubbel oppassen. Ze staan er niet voor niets. Wanneer ik een riviertje over moet steken zie ik aan de andere kant een fotograaf staan. Ik rij voorzichtig het water in en het lijkt goed te gaan. Net iets voor het droge glijdt mijn achterwiel weg. Ik reageer hierop door vol het gas open te zetten. Ik blijf nog net overeind, maar schiet ineens recht op de fotograaf af. Hij springt gelukkig aan de kant, anders had ik hem compleet overhoop gereden. Als ik mijn Yamaha weer onder controle heb bied ik mijn excuses aan en rij verder. Zou hij een mooie close-up hebben gemaakt? Hij heeft kansen genoeg gehad. Ik reed recht op hem af……….
De ellende houdt op na CP 1. Hierna volgen mooie brede gravel paden, waar je eindelijk weer eens het gas flink open kunt draaien. Om half acht kom ik in het bivak aan. Ewout kijkt verschrikt naar de lading tape op mijn motor. ‘Maar ik heb wel schadevrij gereden vandaag’, zeg ik. En wat is dat dan, wijzend naar de tape? Dat is van gisteren, ik had het over vandaag. Peter 1 is met een rotklus bezig. Hij repareert lekke voortanken en krijgt er van mij nog één bij. Ook lek, sorry. De motor wordt nagekeken en de kuip van mijn motor wordt gerepareerd, de tape kan er weer af. Fijn dat er weer assistentie is . Mijn tentje staat al weer klaar, mijn luchtbedje is opgeblazen, mijn slaapzak ligt erin en mijn kledingtas is klaar gezet. Wat een leventje! Ik hoef alleen mijn tent maar in te stappen en te gaan slapen. En het enige wat ik daarvoor hoef te doen is ’s avonds weer binnenkomen in het bivak. Maakt niet uit hoe laat, als ik maar binnenkom. Dan is iedereen weer tevreden. Ik moet heel eerlijk bekennen dat ik mijn gevoel voor ruimte en tijd een beetje kwijt ben. Sinds de rustdag maak ik alleen nog verschil tussen licht en donker. Datum, plaats of tijd kan ik niemand meer geven. Geen idee waar we zitten, waar we naartoe gaan, welke dag het is of hoe laat het is. Ik stap ’s ochtends op de motor en begin te rijden. ’s Avonds stap ik weer af, bereid ik alles voor de volgende dag voor, kruip ik in mijn tent en wanneer ik wakker word begint alles weer van voren af aan. Normaal noem je zoiets een hersenschudding, maar in Le Dakar is dit een normaal verschijnsel en hoef je je er geen zorgen over te maken.
14e etappe Tambacounda / Dakar : Big smile!
Om 04.15 uur staat er weer iemand voor mijn tent lawaai te maken. Ik moet er weer uit. De één na laatste dag. Gisteren is de nummer één van het damesklassement uitgevallen. Het was een gevaarlijke route om te rijden. Zij heeft een bocht gemist en is daarbij hard ten val gekomen. Er zijn nu nog maar 3 dames over in het damesklassement. Ik sta tweede. Ik ben helaas geen gevaar meer voor de nummer één en de nummer drie is geen gevaar meer voor mij. Niet spannend meer dus. Alleen als er nog iemand uitvalt kan er nog verandering in komen. De route van vandaag lijkt een mooie route voor mij te zijn. Ik wil vandaag eens goed gas geven. Kijken of ik de dagoverwinning kan pakken. Dat wordt mij op alle mogelijke manieren afgeraden. ‘Je bent dicht bij de finish, verknal het nou niet’ en ‘het gaat nergens meer om’. Tsja, het klopt allebei, maar ik wil gewoon laten zien dat ik sneller ben dan de 2 andere dames. Het laatste stuk van de special ben ik opgereden met een aantal andere Nederlanders. Met hen, Arjan en Peter (team de doelen), Gerard en Laurens (het eilanden/waddenteam) en Richard de Groot haal ik het einde van de Special. Even later komt ook Henno van Bergeijk nog aanrijden. De special ging voortreffelijk en ik heb inderdaad de dagoverwinning gepakt zonder brokken te maken. Op de een of andere manier heb ik het gevoel dat ik ‘Le Dakar’ gehaald heb. En dat gevoel heb ik niet alleen. Iedereen omhelst elkaar en er worden wild handjes geschut. ‘We zijn er’ en ‘nu gaat het niet meer mis’. 
Wij besluiten in colonne de verbindingsroute naar Dakar af te leggen. Wij beginnen aan de verbindingsroute met zeven mensen en eindigen met z’n zessen. Eerst is Henno er ook nog bij, maar die verdwijnt op de een of ander mysterieuse manier (later bleek dat hij was afgehaakt om even een paar uur in de berm te gaan liggen slapen). Ik rij de verbindingsroute met een ‘big smile’. Ik zit stiekem te genieten. Ik heb het gewoon waargemaakt, denk ik bij mijzelf. Zoveel mensen die zijn uitvallen, maar ik niet! Ik heb het gewoon gehaald. Samen met m’n blauwe woestijn kameel. Mijn glimlach wordt nog breder als ik aan al die mensen denk, die niet in mij geloofden. Ze hadden ongelijk………..
Als ik de poort van het Meridien binnenrijd wacht mij een groots onthaal. Ik zie mijn moeder, mijn broer en mijn schoonzus staan met speciale polo’s. Op de voorkant staat in het groot ‘Mirjam Pol, The Legend’ (en dat heb ik uiteraard niet bedacht!). Maar voordat ik naar hen toe kan moet ik eerst nog even mijn tijdkaart afgeven. Mijn moeder heeft zich inmiddels een weg gebaand door de menigte en is de eerste die mij omhelsd. Mijn broer en schoonzus volgen niet lang daarna. Ook Arjan Brouwer komt mij feliciteren. En natuurlijk staan er nog veel meer bekenden, maar die kan ik niet allemaal apart vermelden, sorry! Ik rij mijn motor iets verder zodat ook de andere dakaristen erlangs kunnen. Ik geef een interview aan RTL 7 en vlak daarna word ik opgetild en op de schouders gezet. Het zal je nu toch maar overkomen dat je achterover naar beneden dondert. Eén dag voor de finish en dan iets breken door een stommiteit. Het zou kunnen. Ik ben er nog steeds niet ………officieel. Als ik even later op het gras zit, weg van de menigte, kan ik een beetje bijkomen. Het geeft een heerlijk gevoel. Alleen morgen nog een rondje om het meer zoals ze dat altijd zo mooi zeggen. Ik maak mijn laatste roadbookje klaar. Ik moet eerlijk zeggen, het is niet veel waard nu er zoveel bekenden zijn. Veel te gezellig . Even later krijg ik te horen dat de laatste dag geneutraliseerd is. De laatste etappe telt niet meer mee. In principe betekent dat einde Dakar, hier en nu. Maar er moet ook deze keer gewoon gereden worden. Je moet wel je motor over de finish (het podium) brengen. Ik informeer even of er al iets geregeld is voor de terugreis. ‘Ja hoor, maandag vliegen we om 10.30 uur terug’. Aha, oke. En wat voor dag is het vandaag? Ik heb geen idee.
15e etappe Dakar / Dakar : Op het podium
Voor de laatste keer in deze Dakar trap ik mijn motor aan. Dit zijn dan echt de laatste kilometers. Op 31 december begon het avontuur in Lissabon. Niet wetende wat mij te wachten stond. Vandaag, 16 dagen later, eindigt het hier in Dakar. Ik ben inmiddels een ervaring rijker. De start van de special is traditiegetrouw op het strand. Alle motorrijders zijn rond half negen op het strand aangekomen. En dat terwijl de start pas om half elf is. Twee uur wachten. Als ik op het midden van het strand stil sta, zie ik een aantal andere Nederlanders rechts van mij aan de zijkant van het strand. Ik start mijn Yamaha en rij er naartoe. Vijf meter voor de verwachtte standplaats val ik om. Dat geeft natuurlijk wat te lachen. Ach, het maakt mij niet meer uit. Dan laat ik de motor hier toch gewoon staan? Er staat een Engelse rijder naast mij die galant genoeg is om voor mij de motor te tillen. Waar zou ik me nog moe voor maken? . Ik ga aan de zijkant van de duin zitten. Het is gezellig, maar het wordt stiller en stiller. Ik zit een beetje naar de zee te staren. Dit was het. Nu is het echt voorbij. Het geeft mij een triest gevoel. Gisteren was het nog prachtig. Nu begin ik te beseffen dat het sprookje echt op zijn eind loopt. Het is nog lang geen half elf. Iedereen, die eerst zat, is inmiddels gaan liggen. Ik ga ook liggen, maar kom al snel weer overeind. Dit ligt nergens naar. Ik maak met mijn handen een kussentje in het zand. Dan ga ik weer liggen, poging nummer twee. Dit keer lig ik voortreffelijk. Als ik net lekker weg lig te dromen hoor ik ‘klick, klick, klick’. En ja hoor, als ik mijn ogen open doe hangt er een fotograaf boven mij. Hij heeft zijn foto’s al en druipt snel af. Ik doe mijn ogen maar weer dicht. Even later komt iedereen in beweging. Groepsfoto! Alle Nederlanders die nog over zijn bij elkaar. De zee wordt als achtergrond gebruikt, dus eerst moeten we het hele strand over sloffen. Het is eindelijk half elf. Iedereen staat opgesteld. Er wordt in groepen van 20 gestart en ik zit in de tweede groep. De laatste kilometers. Het rondje om het Lac Rose. We starten. Eerst 10 km rechtdoor over het strand. Dan haaks afsteken en de duinen in. En ik ga uiteraard nog één keer onderuit. Dat is mooi voor het publiek en dan eindig ik nog een beetje in stijl. Om het af te leren zeg maar……………. De duinen hier zijn mooi. Ze zijn op hoge snelheid goed te rijden en er staan heel veel mensen.
Aan het eind van de special worden wij opgevangen in een soort van fuik. Vanaf hier zijn het allemaal formaliteiten. Dakar is gehaald. Nu is het officieel. We staan hier lang te wachten en ik besluit over de afrastering te klimmen en op zoek te gaan naar wat drinken. Aan deze kant van de afrastering is het veel gezelliger. Iedereen van ons team (en meer) is hier aanwezig. Ik krijg een grote fles water en loop terug naar mijn motor. Frans en Marcel staan er ook al en lusten ook wel iets. Dan word ik op geroepen en moet over het podium. En ik heb nog steeds niets te drinken gehad! Ik laat de fles bij Frans en Marcel achter en vertrek richting podium. Ik rij het podium op, neem het beeldje in ontvangst (2e in de damesklasse) en rij het podium weer af. Ik voel me daarboven een beetje onwennig. 
Op het podium! Het fel begeerde beeldje in de hand en de felicitaties van moeders!
Iedereen zit je maar een beetje aan te staren en er staat een hele tribune met fotografen voor je neus. De rest van de middag zit ik lekker in het zonnetje te genieten. Te genieten van alles en iedereen, maar vooral van het feit dat ik ‘Le Dakar’ in één keer, in mijn eerste poging, heb uitgereden. Aan het eind van de middag rijd ik terug naar het Meridien. Ik geef mijn tijdkaart af en zet mijn motor in het Parc-fermé. Nu is het echt afgelopen. Hier eindigt mijn Dakar. Het is voor mij een prachtige Dakar geweest. Een zware, mooie, leerzame, maar ook wel een beetje een trieste Dakar door het overlijden van Andy Caldecott. Ik heb vroeger geleerd dat ‘gevaar in een klein hoekje zit’. Maar hier heb ik al snel geleerd dat dit in Dakar anders is. Het gevaar zit hier overal. Het is moeilijk om van de woestijn te winnen. Le Dakar heeft zijn eigen wetten.
Ik wil alle sponsoren en iedereen die in mij heeft geloofd bedanken voor hun steun. Mijn speciale dank gaat uit naar mijn assistentieteam (en iedereen die daarbij is betrokken). Zij staan altijd klaar, maar blijven op de achtergrond, terwijl zij minimaal net zo’n prestatie leveren als de rijders die de finish halen. Dit was mijn Dakar, mijn eerste Dakar…….


