You are here:

Dakar Dagboek 2010 !!!!!

Allereerst even het volgende: SMART IT Services neemt dit jaar, na 3 jaar ondersteuning, afscheid als hoofdsponsor. Voordat u hieronder mijn belevenissen m.b.t. Dakar 2010 gaat lezen, wil ik via deze weg de mensen van SMART IT Services bedanken (zowel werkgevers als werknemers) voor de steun van de afgelopen 3 jaren.

In 2007 heb ik de 'Smarties' leren kennen in Dakar, bij de finish van mijn 2e Dakar. Ik reed een geweldige Dakar tot aan de één na laatste dag, waar ik met ongeveer 100 km/uur nog even een bocht moest missen en op een boomstronk reed.

Ik kwam met nogal wat schade (aan mijzelf en aan de motor) binnen.'S Avonds liep ik weer vrolijk rond in het Bivak, ik was toch binnen gekomen? Ok, ik had het nog even spannend gemaakt, maar ik was binnen! En dat is één van de weinige dingen in de Dakar die tellen.

Onze kennismaking in Dakar kreeg een vervolg in Nederland. In 2008 sloten wij een overeenkomst van 1 jaar met nog 2 jaar optie. In datzelfde jaar vonden er veel veranderingen plaats. Zo was ik bijvoorbeeld op zoek naar een ander team. SMART IT Services dacht in het voorbereidende proces mee en uiteindelijk steunden zij mij in de keus voor mijn huidige team, Team Honda Europe.

De afgelopen 3 jaar heb ik met trots SMART IT Services proberen te promoten. Onze combinatie klopte. Zij pasten bij mij en ik bij hen, het 'klikte'. Hun instelling, werkwijze, 'nuchterheid' en ook het doorzettingsvermogen. Voor ieder probleem is een oplossing...

SMART IT Services (Mathijs, Tiny, Marco, Erik, Chris en overige 'Smarties') Bedankt!

  

En dan nu..... Dakar Dagboek 2010 !!!

Vooraf: Na een lange vlucht, van Schiphol naar Madrid, met daar een overstap naar Buenos Aires kwamen wij 28 december, 4 dagen voor de start, rond de middag in Buenos Aires aan. Onze materialen werden nog diezelfde dag uit de haven opgehaald en naar het assistentiepark gereden. De 29e hadden wij een dagje om onze spullen uit te zoeken (sommige dingen worden op het laatste moment in Nederland nog los in de vrachtwagen gegooid en moet nog opgeruimd/uigezocht/klaargemaakt worden in Buenos Aires), stickers te plakken en de laatste puntjes op de i te zetten voor zowel de keuring als voor de rally.

wveiligheidspakket

(onze veiligheidspakketten met o.a. Vuurpijlen, compas, strobe lamp, dekentje, aansteker, enz.)

wvrachtwagenbanden

(dit zijn slechts enkele van onze banden en wielen)

2 Dagen voor de start, de 30e, moesten wij onze materialen keuren (motoren, assistentie auto, persauto en assistentie vrachtwagen). In tegenstelling tot voorgaande jaren verliep de keuring dit jaar abnormaal snel. Wij waren 's avonds pas aan de beurt en volgens mij is dat een groot voordeel, want zolang wij onze stempels niet krijgen kunnen de keurmeesters niet naar huis. En dat weten zij zelf ook. Ik ben nog nooit zo snel door een keuring gekomen :-)

wkeuring

Rond 10 uur was ik weer terug in het hotel en zoals al vaker is gebeurd, één / of een paar dagen voor de start van Dakar, brak er bij mij een kies af (dit is voor mij de 3e keer al voor een Dakar, waarschijnlijk ben ik onbewust toch wel zenuwachtig en ben ik ’s nachts aan het tandenknarsen waardoor dit gebeurt).

De 31e stond dus in het teken van het zoeken naar een tandarts. En dat is daar, net zoals hier op oudejaarsdag, niet makkelijk. En wat ook niet helpt is dat ik een held op sokken ben bij de tandarts. Ik ga er in Nederland al niet graag naar toe, laat staan in het buitenland.

Ons hotel voldeed aan alle basis behoeften, het was een net hotel, schoon, goed eten, goede service, enz., maar het was duidelijk geen 5 sterren hotel (zelf uitgezocht overigens, dit zijn dingen waar je het makkelijkst op kunt besparen). En omdat het geen super de luxe hotel was wilde ik niet via hen naar een tandarts gestuurd worden, omdat ik bang was dat ik op oudejaarsdag bij één of andere 3e rangs slager uit zou komen. Ik schatte mijn kansen het beste in bij het duurste en meest luxe hotel in Buenos Aires, het Hilton! Ik weet dat ze daar 24 uur per dag een arts standby hebben staan, dus ik dacht dat ze daar ook wel een goede tandarts zouden hebben/weten. Alleen wist ik niet of ze mij daar wilden helpen omdat ik niet in het Hilton verbleef. Ik heb samen met Wolter (onze fysio) een taxi naar het Hilton genomen en met behulp van Thomas de Bois (die verbleef daar wel) kregen wij een adres van een Duitse kliniek met een tandarts. Daar eenmaal aangekomen, kon ik papieren invullen aan de balie, vooraf betalen en plaatsnemen in de wachtkamer. Het was hartstikke druk, maar ik werd binnen 10 minuten al opgehaald door een mevrouw waarvan ik dacht dat het een assistente was. Na een heel eind gelopen te hebben, trappetje op, trappetje af, gangetje door, enz. kwamen we in een vleugel die volgens mij helemaal niet meer gebruikt werd (er stonden allemaal stoelen en tafels op elkaar gestapeld aan de zijkant). Uiteindelijk kwamen we op de plaats van bestemming. Er was verder helemaal niemand, de deur ging speciaal voor ons open en daarna werd ook de knop voor het licht gezocht (en gevonden). De assistente bleek de tandarts te zijn (althans ik hoop dat zij tandarts was). Alles ging verder netjes, steriel en er is geen boor aan te pas gekomen (gelukkig). Na 25 minuten was mijn kies weer gerepareerd en stapte ik levend en wel (en zonder pijn) weer naar buiten. Omgerekend kostte dit, in het weekend, ongeveer € 35, dat geloofd toch niemand in Nederland….?

Verder heb ik gelukkig geen rare dingen meer meegemaakt. ’S avonds zijn we met ons team uit eten geweest en de jaarwisseling heb ik niet meer meegemaakt. Ik was me aan het voorbereiden op de eerste dag… Ik lag al diep te slapen... :-)

1 januari 2010 / Buenos Aires – Colon
317 km verbinding / 0 km special / 0 km verbinding / Totaal 317 km

Om acht uur zit ik fit aan de ontbijttafel. Ik heb gisteravond geen oud en nieuw gevierd, dus ik heb nergens last van. En dat kan niet iedereen zeggen :-) Om negen uur pakken we een aantal taxi's richting het 'La Rural', waar om tien uur de rijdersbriefing plaats vind. Rond vier uur vanmiddag moet ik starten.

De briefing verteld mij weinig nieuws, net voor het eind loop ik de zaal vast uit om een taxi terug naar het hotel te pakken. Als ik wacht tot de briefing is afgelopen staan er buiten ineens 1000 man langs de weg die een taxi moeten hebben. Die ben ik nu mooi voor. En ik ben niet de enige, zo links en rechts zie ik een aantal oude bekenden die hetzelfde doen.

Eenmaal terug bij het hotel is het al 12 uur geweest. Ik loop verderop naar de Mac en haal daar wat eten (veilig eten, wordt je niet ziek van). In het hotel begin ik mijn roadbook voor morgen vast in te kleuren (gekregen tijdens de briefing), alles wat ik nu alvast kan doen scheelt mij vanavond weer tijd in het bivak. Tegen tweeën begin ik rustig mijn kamer op te ruimen. Tegen drieën sta ik voor het hotel en pak ik een taxi, terug naar 'La Rural' waar de start is. Om 4 uur rij ik het podium over en begint Dakar nummer 5 (of 4, afhankelijk van hoe je telt).

wstartpodium

(Zie rechts op de foto het publiek, dit stuk was gelukkig afgezet. Ook langs de route ziet het er zo uit!)

Vandaag hebben wij alleen een verbindingsroute van 317 kilometer. Raar eigenlijk, geen special/proef, maar ik vind het niet erg. Ik ben de laatste tijd zo druk geweest, dat ik het 'Dakar gevoel' nog niet heb. En dit is wel een goede manier om dat te krijgen. Vandaag was weer zo'n dag met duizenden mensen langs de weg. Ik kom pas tegen een uur of acht in het bivak aan. Ik ga eten, maak mijn roadbook af en tegen half elf kruip ik mijn tentje in. Dit is direct weer het ritme van Dakar. Het begint weer! Langzaam komt dan toch het Dakar gevoel weer, het besef van wat mij de komende 2 weken weer te wachten staat.

wstartverbindingsroute

2 januari 2010 / Colon – Cordoba
349 km verbinding / 219 km special / 84 km verbinding / Totaal 652 km

Voor deze Dakar heb ik een hele duidelijke tactiek. Om een goede eindklassering neer te zetten moet ik de eerste 2 etappes stevig doorrijden en zorgen dat ik goede klasseringen haal.

Dit is nodig omdat in mijn ogen in de 3e etappe het eerste echte grote verschil gemaakt kan gaan worden. Die dag moet ik dus een goede startpositie hebben en dan bij een snelle rijder aanpikken. Als dit lukt en ik de eerste 3 etappes goed doorkom weet ik zeker dat ik een goede uitgangspositie voor de rest van de Dakar heb.

Moet ik wel vandaag met die tactiek beginnen! De dag bestaat hoofdzakelijk uit mooie brede gravelpaden. Ik rij netjes en heb slecht 1 'momentje'. Wanneer ik een bocht te hard inkom rijden merk ik direct dat ik hem niet meer kan halen. Ik schiet de bocht uit, de bosschage in. Op het moment dat dit gebeurd zie ik 2 bomen staan en de rest daaromheen is groen. Mijn eerste gedachte is 'als ik die 2 bomen nu eens mis ben ik al een heel eind'. Ik mis ze gelukkig en na een beetje snoeiwerk kom ik weer terug op het pad. Vandaag en morgen is het zaak om goed door te rijden, maar niet teveel risico te nemen, Dakar is nog lang en deze ondergrond ligt mij normaal niet echt. Ik wil rond de 50e positie zitten wanneer ik de 3e etappe van La Rioja naar Fiambala inga.

Ik kom als 54e in het bivak aan. Daarmee ben ik dik tevreden. Onze vrachtwagen is er nog niet en het is ruim boven de 40 graden. Ik gooi mijn bescherming af en ga daarna onder een boom in de schaduw zitten. Na ongeveer een half uurtje komt onze vrachtwagen als één van de eersten in het bivak aan. De eerste etappe ging goed, de kop is eraf!

wstaandbochtin

3 januari 2010 / Cordoba – La Rioja
56 km verbinding / 294 km special / 276 km verbinding / Totaal 626 km

Wanneer wij uit het bivak vertrekken komt de regen met bakken uit de lucht. Ik heb een regenjasje aangetrokken voor de verbindingsroute en er is afgesproken dat onze assistentie auto naar de start van de special komt. Dat betekend dat wij op de verbindingsroute iets extra's aan kunnen trekken en dat bij de start weer af kunnen geven, anders moeten we alles weggooien bij de start. Een kwartier voor de start is onze assistentie auto er nog niet. Ik realiseer me dat ze het niet gaan halen en geef mijn regenjasje af aan een Nederlandse pers auto. Dan komt het in ieder geval weer terug in het bivak.

De start procedure duurt een minuut of 15. Voor de start ben ik al helemaal nat geregend. Maar het is warm, dus niet vervelend. Vandaag bestaat de ondergrond weer voor ¾ uit gravel. Ik herken de start, hier zijn wij vorig jaar gefinisht. Toen vond ik het een waardeloze etappe, niets voor mij. Ik ga voorzichtig van start om aan te voelen of het extra glad is. Maar de grip voelt hetzelfde als normaal op het gravel.

Na een kilometer of 40 houdt het langzaam op met regenen. Na 100 km komen we op hoogte en is het mistig. Ik zie bijna niets en hier is het wel spekglad. Ik rij voorzichtig. Er is geen zicht en dit parcours bevat veel bochten. Dit is gevaarlijk als je het mij vraagt. Nummer 84 komt mij voorbij en ik besluit aan te pikken. Hij heeft er een behoorlijk tempo inzitten. Kan hij meer zien als mij? Hoe durft hij zo hard te rijden in deze mist, zonder de bochten aan te zien komen? Ik moet echt hard rijden om hem bij te kunnen houden. Het valt mij op dat ik telkens op zijn remlicht reageer. In nog geen 30 km mist hij 4 keer een bocht. Dat kan niet, dan neem je teveel risico! En omdat ik telkens op zijn remlicht/reactie reageer maak ik bijna dezelfde fouten.

Na een x aantal kilometers klaart het weer op, maar het blijft glad. Wanneer ik op een recht stuk even mijn gas dicht doe voel ik de motor achter ineens wegglijden. Ik rij tegen de 100 en weet dat ik niet kan remmen, terwijl de controle van de motor tijdelijk even zoek is. De achterkant glijdt van rechts, naar links en weer naar rechts. Ik slinger het pad af, de berm in en dat is mijn redding. Op het moment dat ik de berm raak heb ik weer een beetje grip en zet ik het gas er weer op, waardoor de motor zich weer recht trek en ik de controle terug krijg. Pff... Zo glad is het, zonder iets te doen (sturen of remmen) kun je al beginnen te glijden door het gas dicht te doen.

Ook vandaag heb ik even een echt 'momentje'. Ik heb net zoals gisteren een bocht gemist, alleen dit keer tussen de rotsblokken door. Ik heb geen idee wat ik gedaan heb, maar ik heb alles gemist/ontweken en ben er zonder kleerscheuren vanaf gekomen.

Ik heb verder heerlijk gereden. Sterker nog, ik heb voor mijn gevoel nog nooit zo goed gereden. Niet hard, maar gecontroleerd. Ik rij al 22 jaar en begin nu eindelijk te begrijpen/aan te voelen wat ik aan het doen ben met mijn motor. Ik kom als 49e over de finish, precies zoals gepland. Hier hoor ik te rijden, dit is mijn plek.

wrijfoto2

4 januari 2010 / La Rioja – Fiambala
259 km verbinding / 182 km / 0 km / Totaal 441 km

Vandaag moet het gebeuren. Ik heb constant het idee dat dit een belangrijke etappe is. Vorig jaar was deze etappe een nachtmerrie. Gelukkig is de etappe dit keer een stuk korter. Toch verwacht ik dat deze 'korte' etappe kan zorgen voor een hele 'lange' dag.

Het eerste waypoint ligt na 5 km en is direct al een moeilijke. Doordat ik het waypoint niet in één keer kan vinden verlies ik daar direct al een paar minuten. Daarna schieten we een droge rivierbedding in met mul zand. Het is ruim boven de 40 graden, de motor moet hard werken en er is geen rijwind.

Na 10 km rij ik in het midden van een rivierbedding en ineens houdt mijn motor ermee op. Ik schrik! Ik heb kort daarvoor flink vastgezeten en ben door een ander motorrijder volledig gezandstraald (die daar ook vast zat). Mijn eerste gedachte is 'er is zand in mijn motor gekomen'. Ik zet mijn motor op de standaard en kijk ernaar. Ik zie dat er benzine onder mijn tankdop uit lekt. Ik pak het slangetje van de tankdop en trek het eraf. Op dat moment spuit de benzine eruit, meters hoog!!! In reactie draai ik de tankdop eraf, waardoor het nog veel erger wordt. Het lijkt op een kleine ontploffing. De benzine 'ploft' eruit en ik zit ineens helemaal onder. Ik heb het in mijn gezicht en ogen gekregen, maar ook over mijn volledige bovenlichaam en bovenbenen. Ik gooi snel zand tegen mijn motor aan, omdat ik bang ben dat deze vlam vat met al die benzine en die hitte.

Net op dat moment komt Thomas de Bois eraan rijden. Ik vraag snel 'heb jij water?'. Hij is de reddende engel en met zijn flesje water spoel ik mijn gezicht en ogen uit. Ik voel de rest al branden. Er staat veel publiek en ik roep 'Aqua, aqua!'. Binnen een paar minuten staan er een aantal mensen bij mij met grote flessen water. Ik neem daarmee een 'douche' om te voorkomen dat ik door de hitte en de benzine brandwonden krijg. Ik ben die mensen ontzettend dankbaar!! Na mijn 'douche' kom ik met mijn gedachten weer terug bij de motor. Ik ben nog maar net onderweg, wat kan er mis zijn?

Een van mijn grootste angsten in de Dakar is dat ik onderweg kom te staan met motorpech die ik niet zelf op kan lossen. Ik ben niet zo technisch. De basis dingen kan ik, maar als de motor er uit zichzelf mee ophoudt weet ik niet waar ik het moet zoeken. Gelukkig hoor ik (ja, de motor staat uit) het probleem als ik naast de motor sta. De benzine kookt. Ik hoor het in de tank borrelen. En laat ik dat nu één keer eerder hebben meegemaakt :-) Direct na het trekken van deze conclusie, wordt het angstige gevoel van onderweg blijven staan met een kapotte motor vervangen door 'ik weet wat dit is en hiermee kan ik finishen!'.

Dit noemen ze 'vapour loc' en is niet op te lossen onderweg. De benzine raakt door de hoge temperaturen aan de kook (slechte kwaliteit benzine), waardoor er gasvorming ontstaat. En de motor loopt niet op gas... Helaas is daar maar één oplossing voor en dat is het hebben van geduld en de motor af laten koelen wanneer het weer voorkomt.

Dit wordt een hele lange dag. En we zijn pas net begonnen. Ik heb er al snel de balen van. Wat een sh*t dag. Iedere 15 á 20 minuten slaat mijn motor af omdat de benzine weer begint te koken. Ik probeer telkens van alles met de motor wanneer ik weer stil sta. Ik heb al een paar keer gewisseld van de voor naar de achter tanks, maar dat helpt allemaal niets. Pas na een kilometer of 90 vind ik een 'halve/tijdelijke' oplossing. Ik ben erachter gekomen dat wanneer ik de tankdoppen open laat de druk uit de tanks kan en de motor minder vaak afslaat, waardoor ik langer door kan rijden. Maar ja, behalve de overdruk, loopt de benzine er dan ook uit. Het is kiezen uit twee slechte opties, maar dit is de enige manier om te kunnen blijven rijden zonder schade aan de motor toe te brengen. Als snel zit ik met 2 nieuwe problemen. Doordat de benzine er aan de bovenkant van de tank uitloopt verbrand ik alsnog mijn bovenbenen. Het tweede probleem is groter. Ik kom iets over de helft van de special al zonder benzine te staan. Ik ga over op reserve, begin weer te rijden en houdt mijn ogen goed open op zoek naar een oplossing. Ik weet dat we zo nog een stuk zand krijgen en als ik daar zonder benzine kom te staan heb ik een heel groot probleem. Al na een paar kilometer zie ik een groepje Argentijnen met quads. Ik stop en vraag om benzine. Zonder nadenken halen ze een tank van één van hun quads af en krijg ik 20 liter. Als ik wil betalen zeggen ze 'laat maar, we willen met je op de foto en stuur ons maar een keer een mailtje'. Geweldig dat enthousiasme!

Hiermee ben ik weer tijdelijk uit de problemen. Ik heb al zo vaak stil gestaan dat ik zeker weet dat ik deze etappe, en daarmee misschien ook al mijn goede eindklassering in de Dakar, verspeeld heb. Telkens als ik stil sta voel ik de zon op mijn helm branden. Het is warm en er is ook geen wind. Voor mijn gevoel heb ik al wel 100 keer stilgestaan en zijn er al uren verstreken. Maar ik heb ook gemerkt dat ik niet de enige ben. Ik heb al heel veel mensen stil zien staan vandaag. Het lijkt wel of iedereen in de problemen zit.

wduinenmotorrijders

Uiteindelijk kom ik na een lange, zware etappe als 62e over de finish. Dat geeft aan dat ik niet de enige met problemen ben geweest, anders zou ik wel als 150e over de finish zijn gekomen. Ook Seel heeft problemen gehad, zij heeft maar 52 minuten op mij gewonnen. Dat is gezien de gebeurtenissen van vandaag niet veel.

Ik baal, ik baal echt. Dit soort dingen kan ik mij niet veroorloven. Ik heb stiekem ingezet op een top 40 klassering overall en dat kan ik alleen bereiken als alles mee zit.

Nu zak ik in het klassement. Daardoor moet ik morgen later starten, waardoor het risico ontstaat dat ik de rest van de rally in het stof moet rijden van rijders die langzamer zijn dan mij, waardoor ik niet meer in de buurt kom van het hogere tempo dat ze voorin rijden. Seel gaat zeker fouten maken en dan moet ik er strak achter zitten om ervan te kunnen profiteren.

Ik wist van vorig jaar nog dat dit een monster etappe was waarbij ik vast kwam te zitten in een duinpan, in een zandstorm terecht kwam, 3 km voor de finish verdwaalde, vast kwam te zitten in een kloof in de bergen en zo kan ik nog wel even doorgaan. En van dit soort etappes moet ik het juist hebben. De langere, zwaardere, ploeter etappes.

Maar helaas was ook dit jaar geen succes. De oorzaak daarvan lag dit keer alleen niet bij de etappe zelf. De special was korter en minder technische/extreme in vergelijking met vorig jaar. Toch kan het ook dan nog tegen zitten. Dit keer kregen we 'slechte' benzine waardoor we in de problemen kwamen. Dat is iets waar je als rijder/ motor/ team niets aan kunt doen. Daar is de organisatie verantwoordelijk voor en ook zij zijn daarbij afhankelijk van derden... Jammer maar helaas...

wrijdersslapen

(en zo kwamen wij binnen na de 3e etappe, rijden kost minder energie)  :-)

5 januari 2010 / Fiambala – Copiapo

394 km / 203 km / 32 km / Totaal 629 km

Door de lange dag van gisteren, waarbij bijna iedereen problemen heeft gehad met de benzine en laat is binnen gekomen heeft de organisatie besloten de special iets in te korten om verdere problemen te voorkomen.

De verbindingsroute is 394km en we moeten tijdens die verbindingsroute over een 4.750m hoge pas. En daar is het heel erg koud! Omdat de start midden in de nacht was krijgen we voor de start ontbijt van de organisatie.

De route begint technisch met veel hoogte verschil, smalle paden en stenen. Na een kilometer of 30 kom ik Seel al tegen, zoals wel vaker is ze gevallen en ligt ze naast de route op een gevaarlijk punt. De situatieschets is als volgt: Een bergpad, met een bultje en na dat bultje moet je haaks rechtsaf. Als je daar te hard rijdt en de situatie niet kunt overzien (je ziet alleen het bultje), dan moet je van het gas af. Dit zijn gevaarlijke situaties en Seel heeft duidelijk geluk gehad.

Na een kilometer of 60 kom ik Gerben achterop. Hij rijdt een fijn tempo en ik besluit achter hem te blijven rijden. Achteraf gezien had ik dat beter niet kunnen doen. Na CP1 komen wij 2 quads achterop op een breed pad. Gerben kan ze op dat pad voorbij, net voordat wij een rivierbedding in moeten draaien. Ik rij zo'n 200m achter Gerben en kan slechts 1 quad voorbij voordat de rivierbedding begint.

En daar begint hetgeen waar ik al bang voor was na de 3e etappe. De overige kilometers (en dat waren er nog heel veel) zat ik vast in het stof van die quad. Door het stof inhalen in een rivierbedding met al die stenen is te gevaarlijk (vind ik).

Ook dit is niet mijn dag. Ik was lekker aan het rijden, had op een aantal mensen al wat tijd goed gemaakt zonder risico's te nemen en dan krijg je dit. Rest mij niets anders dan de rest van de special, achter die quad aan te rijden. Op dit terrein is een quad veel langzamer dan een motor, dus ik rij een versnelling lager als normaal. Dit schiet niet op zo...

wrijfoto

Ik ben blij wanneer ik eindelijk bij de finish aankom en kan die quad het ravijn wel inkijken, maar ja zo werkt het nou eenmaal. Je hebt goede quad rijders (die af en toe achterom kijken, weten dat ze anderen in de weg rijden en aan de kant gaan zodat iedereen zijn/haar eigen race kan rijden) en slechte, zoals deze die het presteren om meer als 100 km in de weg te rijden.

Het verbaasd mij dan ook niet dat ik een slechte klassering heb en als 68e over de finish kom.

Weer geen goeie dag... 

6 januari 2010 / Copiapo – Antofagasta
90 km / 483 km / 97 km / Totaal 670 kmwstartnaastktm

Zoals gebruikelijk moeten wij er weer vroeg uit om te starten. Al vroeg in de etappe blijkt, dat ook dit niet mijn dag niet gaat worden. Ik rij weer in het stof. Ongeveer 20 kilometer voor de tankstop kom ik in een voor mij nieuwe situatie terecht. Er hangt een dikke mist, al een paar kilometer. Mijn tempo is flink gezakt en ik moet telkens met mijn hand over mijn brilglas wrijven om iets te kunnen zien. Dan rij ik geheel onverwachts het Fesh Fesh in, waardoor er zich een grote stofwolk opgooit en ik ineens een 'donker' glas heb. Ik rem als reactie omdat ik niets meer zie, mijn stuur slaat uit mijn handen en ik rol van de motor af. Remmen in het zand is al niet verstandig, remmen in het Fesh Fesh is gewoonweg verboden (als je tenminste op de motor wilt blijven zitten). En toch heb ik het gedaan, met als resultaat dat ik naast de motor lig voordat ik het zelf door heb. In reactie spring/sprint ik naar de kant en wacht ik met het oprapen van mijn motor tot de stof is opgetrokken.

De laatste 20 km naar de tankstop toe rij ik zonder bril, die maak ik daar wel schoon. Ik zie eruit als een spook. Mijn kleding was helemaal nat door de mist, daarna ben ik in het Fesh Fesh gevallen, dus ik ben onherkenbaar.

Met de tankstop in zicht zie ik in een flits rechts Thomas de Bois staan, ook in het stof. Ik stop aan de andere kant van het pad en zie dat Richard de Groot al bij hem is. Deze gebaard mij dat ik door kan rijden. Nog geen 500 meter verder zie ik een greppel te laat, in reactie zet ik het gas erop (remmen loopt zeker fout af), maar op het moment dat ik loskom van de grond zie ik dat er een 2e greppel achter zit en dat ik daarin ga landen....

De 1e greppel kon ik opvangen, de 2e niet. Ik wordt voorover van de motor geworpen. De voorwaartse snelheid valt mee, de hoogte niet. De klap is hard en ik blijf even liggen om op adem te komen. Richard en Thomas waren net weer aan het rijden en stoppen direct. Gelukkig is er niets aan de hand, de motor is nog heel en de klap was hard, maar niet met ernstige gevolgen voor zover ik het in kan schatten. Het zal wel blauw en gekneusd zijn/worden.

Bij de tankstop merk ik dat Thomas en ik niet de enigen zijn met problemen. Ik ben er al twee keer afgegaan, waarvan één keer hard. Marcel Snijders is ook al gevallen (in het Fesh Fesh) en ook Annie Seel. Annie, Marcel en ik zijn er goed vanaf gekomen. Thomas ziet lijkbleek wanneer hij op een stoeltje bij de tankstop gaat zitten. Hij heeft duidelijk veel pijn, dat is aan zijn gezicht af te lezen. Hij krijgt wat water en een paar pijnstillers en straks gaat hij gewoon weer verder. Dat is Dakar.

De rest van de dag is ook weer zoals de dagen ervoor, veel stof happen. Ik ben blij wanneer de special voorbij is en ik als 62e in het bivak aankom. Weer geen goeie dag...

Ik ben bang dat ik de top 40 nu wel op mijn buik kan schrijven. Die kan ik alleen halen als alles mee zit. Ik wist dat de Etappe van La Rioja naar Fiambala (3e etappe) beslissend zou zijn. En ik ben er bang voor dat de beslissing nu de verkeerde kant op aan het vallen is. Ik rij nu tussen de verkeerde mensen en kan geen tempo meer maken. Daar baal ik van. Het is nu optochtje rijden, stof happen en tijd verliezen. Maar ja, ook dat is Dakar.

Ik heb best veel last van mijn val van vandaag (rug) en na onderzoek vindt Wolter (fysio- en manueel therapeut) het toch verstandig om even een foto te laten maken, voor de zekerheid. Het is waarschijnlijk niks, maar mocht het wel zo zijn en ik ga morgen weer van start, dan heb ik een heel groot probleem. Mijn foto blijkt goed te zijn en ik kan (en mag) morgen gewoon weer starten. Bij de medische dienst kom ik Thomas tegen. Hij heeft de finish gehaald, maar er zijn net foto's van hem gemaakt en zijn sleutelbeen blijkt op 4 plaatsen gebroken te zijn. En dan is het duidelijk, dan lig je eruit...

Ik ben nu al 3 dagen chagrijnig binnen gekomen. Het is frustrerend als je harder kunt, maar het door de omstandigheden niet kan. Mijn gewenste klassering kan ik inmiddels wel op mijn buik schrijven, dat maak ik nooit meer goed. Maar dat wil nog niet zeggen dat ik hierdoor mijn Dakar moet laten verpesten. Dat heb ik wél zelf in de hand. Want laten we wel reëel wezen; in de Dakar gaat het nooit zoals gepland.

En als het dan niet gaat zoals het moet, dan moet het maar zoals het gaat... :-)

wstoffigik

(Een beetje stoffig)  :-)

7 januari 2010 / Antofagasta – Inquique

180 km / 418 km / 0 km / Totaal 598 km

Vandaag begint eindelijk weer eens goed! Er staat een windje en er is niet veel stof (voor het eerst sinds dagen!). De route is afwisselend en het rijden voelt ook eindelijk weer eens goed aan. Ik geniet echt van deze etappe.

50 Km voor de finish, gaat het alsnog fout. Geheel onverwacht slaat de achterkant van mijn motor omhoog en ga ik er voorover af. Ik rij dan ergens tussen de 90 en de 100 km/u. De eerste klap vang ik nog redelijk op, maar in mijn val wordt ik nog een paar keer door mijn motor geraakt. Op het moment dat ik stil lig weet ik eigenlijk direct al dat het niet goed is gegaan. De eerste minuut ben ik aan het happen naar lucht. Ik durf me in eerste instantie niet te bewegen. Ik lig een paar minuten op de grond en probeer na te gaan wat er gebeurd is. Wat heb ik over het hoofd gezien? Ik lig met mijn neus tegen de rijrichting in, maar ik zie niets. Ik zie geen steen, greppel of andere oneffenheden.

Ik voel alles. Opzich is dat een goed teken, maar de manier waarop ik alles voel is dat niet. Na een paar minuten probeer ik heel voorzichtig mijn armen en benen te bewegen. Dat gaat redelijk goed, alleen mijn rechter onderbeen doet erg zeer. Als ik op wil staan schiet de pijn door mijn rug, been (en ribben). Ik wil gaan staan, maar het lukt mij niet om alleen overeind te komen. Ik lig er al een paar minuten, maar er zijn mij nog geen andere rijders achterop gekomen. Ik kan niets anders doen dan blijven liggen en wachten tot er iemand komt helpen.

Ik hoor dat de organisatie contact met mij probeert op te nemen via het irritrack systeem (veiligheidssysteem op de motor), maar ik lig te ver van mijn motor af om te kunnen antwoorden. Het irritrack systeem is een tracking systeem. Daarmee worden wij de hele dag gevolgd. Ook nu. Dit systeem registreert behalve onze positie ook bepaalde vertragingen (G krachten). Wanneer een motor abnormaal snel afremt (zoals nu, van 100 naar 0) wordt dat bij de organisatie geregistreerd. En ook of de motor rechtop staat/rijdt of op de zijkant ligt. Wanneer er dus een afwijking geregistreerd wordt (zoals nu) probeert de organisatie telefonisch (via dit systeem) contact met de rijder op te nemen. Als de rijder niet reageert (zoals nu) stuurt de organisatie een helikopter om te kijken wat er aan de hand is.

Ik lig nog steeds op de grond wanneer ik eindelijk een motor aan hoor komen. Deze stopt en de man spreekt goed Engels. Vrij snel daarna stoppen er nog 2 rijders. Zij horen mijn irritrack en vragen of ik een helikopter (daar zit een arts in) nodig heb. Ik geef aan van niet en vervolgens geeft hij dat door aan de organisatie. Nu dat geregeld is vraag ik of ze mij overeind willen helpen. Het opstaan gaat niet zonder slag of stoot. Bij de minste of geringste beweging schiet het mij in de rug. Het is een stekende pijn. Volgens één van de rijders duidt dat op een breuk en hij wil alsnog een helikopter laten komen. Ik bedank hen voor hun hulp en zeg dat ze door mogen rijden. Ik wil heel even blijven staan om bij te komen. Ik praat hen de helikopter uit hun hoofd en uiteindelijk rijden ze verder.

Ik begrijp nog steeds niet precies wat er gebeurd is. Ik kijk naar de plek waar het ongeveer fout gegaan moet zijn, maar ik kan kijken wat ik wil, ik zie niets. Wanneer ik weer op wil stappen merk ik dat dat niet gaat. Ik kan de beweging (been over het buddysit zwaaien) niet maken. Ik verga van de pijn en doe geen tweede poging. Ik moet iets anders bedenken. Even later houd ik een motorrijder aan en met zijn hulp (hij houdt de motor schuin zodat ik mijn been eroverheen kan tillen) kom ik uiteindelijk toch weer op de motor te zitten. Ik moet doorrijden! Mijn ervaring is, dat hoe langer je na een valpartij stilstaat, hoe meer je voelt. Wanneer ik weer door rij en mijn benen optil om ze op de voetsteunen te zetten, schiet het mij weer in de rug. Het is een scherpe stekende pijn. Ook schakelen gaat niet zonder slag of stoot. Ik zet hem in de 2e versnelling en laat hem daar ook in staan. Hard rijden zit er nu toch niet meer in. Misschien kan ik op deze manier nog naar de finish sukkelen. Ik rij naast de route, omdat ik het stuur, in het mulle losse zand niet meer in de handen kan houden. Na een kilometer of twee merk ik dat de pijn erger wordt, ik buiten adem raak en mijn concentratie/zicht/scherpte afneemt. Dit gaat de verkeerde kant op. Ik moet nú stoppen anders val ik straks rijdend om en dan is het zeker afgelopen. Ik stop en blijf naast de route staan. Ik lig met mijn hoofd op het stuur te bedenken wat ik moet doen. Ik moet nog 50 kilometer. Richard de Groot en Marcel Snijders komen mij achterop en stoppen, maar er is niets dat ze voor mij kunnen doen, dus laat ik ze doorrijden.

Voor het eerst in al mijn Dakars denk ik het bivak niet te kunnen bereiken. Niet via de officiële route. Ik moet nu eerst iets bedenken. Ik heb maar één doel en dat is het halen van het bivak. Mijn plan is om ze snel mogelijk een verharde weg te vinden en die te gebruiken om naar het bivak te rijden. Ik kijk op mijn GPS en zie dat ik nog 5 waypoint mis.

Als ik dan net voor het bivak de officiële route weer op ga en tussen de 'finish bordjes' door rijdt, pak ik het laatste waypoint nog mee. Dan mis ik er 4. Als ik er 5 mis wordt ik gediskwalificeerd. 4 Mag nog, dat is het maximum. Daarmee krijg ik wel uren straftijd, maar daar zit ik nu niet meer mee, het gaat nu om aankomen of uitvallen.

Voor mij zie ik een splitsing. De route loopt links naar beneden, rechts loopt het flauw omhoog. Ik besluit parallel aan de route te gaan rijden en kies voor de route rechts. Omdat deze hoger ligt dan de officiële route, links, kan ik deze in het oog houden, om te voorkomen dat ik verdwaal. Ik sukkel in de 2e versnelling verder. Na een paar kilometer kom ik een groep lokalen tegen. Eén daarvan spreekt Engels. Ik vraag naar een verharde weg. Voor de dichtstbijzijnde verharde weg moet ik terug. Dat is geen optie. Dan maar weer verder. Een kilometer of 10 voor de finish komen er nog 3 kilometer duinen. Er staat veel publiek en dat is mijn geluk. Ik kom 1 keer licht vast te zitten, maar dat is nu vast genoeg om er zelf niet meer uit te kunnen komen. Ik wordt geholpen door het publiek en zo rij ik weer een duin verder. Eén voor één kom ik ze uiteindelijk allemaal over en ook daar kom ik doorheen.

De special eindigt met een schitterende afdaling van enkele kilometers richting het bivak aan zee. Ik heb er geen oog voor.

 wfotoduinaf

Wanneer ik bij het bivak aankom staat Henk Hellegers (team manager) bij de poort. Hij heeft via via al doorgekregen dat er iets gebeurd is, maar wat precies moet hij van mij horen. Ik stop bij de poort en geef mijn tijdkaart af aan de official. Ik kan geen voet meer aan de grond zetten, dus Henk houdt mijn motor vast. Ik blijf gewoon zitten tot ik het teken van de official krijg dat ik verder mag. Maar ik moet wachten, er blijkt iets niet te kloppen. Henk ziet dat het ernst is en vraagt of ik direct naar de 'medical' wil. 'Later' zeg ik. Ik wil nu eerst naar de vrachtwagen en liggen. Henk ziet dat ik op het punt van omvallen sta en wordt kwaad op de official, met als resultaat dat ik weg mag.

Goedbedoeld vraagt Henk of hij de motor naar de vrachtwagen zal rijden, dan kan ik op het scootertje (waar hij mee is gekomen) naar de vrachtwagen. Mijn reactie is; 'laat me alsjeblieft zitten, ik kan niet op- of afstappen'. Ook bij de vrachtwagen blijf ik nog even op mijn motor zitten. Ik moet eerst even bijkomen.

wcrash

(Ik kan u vertellen, deze blik betekend niet veel goeds...)

Later wordt ik van de motor geholpen en naast de vrachtwagen neergelegd. Dit is niet goed! Zolang ik niet beweeg is het te doen, maar iedere kleine beweging doet zeer. Ik kan niet draaien, niet zelf overeind komen, enz. Na een klein half uurtje (en wat eten en drinken) ben ik weer een beetje aanspreekbaar. Dan vraag ik Wolter of hij naar mijn kwetsuren kan kijken.

wlignaastvrachtwagen

Het maakt niet uit wat voor beweging ik maak, het doet sowieso wel ergens pijn. Eerst kijkt Wolter naar mijn rug, dan naar mijn ribben, en zo werkt hij een heel lijstje af. Mijn kuit is als laatste aan de beurt. Ik lig met mijn rug op de tafel wanneer Wolter mij vraagt mijn broek uit te doen, zodat hij naar mijn rechter kuit kan kijken. Ik ben met veel pijn en moeite op die tafel 'geklommen'. Ik weet zeker dat het ook veel pijn en moeite kost om er weer af te klimmen (om er vervolgens wéér op te moeten klimmen). Ik stel hem voor een schaar te zoeken. 'Knip mijn broek maar kapot, maar laat mij alsjeblieft liggen'. Ik heb duidelijk geen energie meer. De schaar is snel gevonden en mijn broek snel vernield. Ik ben normaal wel zuinig op mijn spullen, maar dat kan mij nu even niets schelen. Uiteindelijk blijken mijn rug, ribben en rechter kuit de meeste 'schade' opgelopen te hebben.

wbrilhelm

(De bril na de crash, het zand zit aan de binnenkant van het vizier)

Ik vraag Wolter of er kans is op blijvend letsel als ik morgen weer start. Dat is er volgens hem niet, maar hij adviseert mij niet meer te starten. Ik heb teveel blessures opgelopen, dit kan niet meer. En ergens heeft hij wel gelijk, maar dit is Dakar. Ik ben vandaag binnen gekomen, dus kan ik morgen weer starten, zo werkt het. Ik ben hier een heel jaar mee bezig. Er zijn heel veel mensen die mij ondersteunen. Ik kan niet zomaar opgeven omdat het even tegen zit...

Stilletjes gaat iedereen er vanuit dat ik morgen niet meer start. Henk vraagt mij 's avonds wat ik van plan ben. 'Ik ga starten' is mijn antwoord.

Zoals gebruikelijk na een serieuze valpartij maak ik me zorgen over wat er nog komen gaat. De dag na een valpartij voel je vaak pas echt wat er gebeurd is. En morgen is de langste etappe uit de Dakar. 600 Kilometer!

Ik ga gewoon van start. Als het gaat, gaat het en als het niet gaat, gaat het niet. Maar proberen ga ik het wel!

 

8 januari 2010 / Inquique – Antofagasta
37 km / 600 km / 4 km / Totaal 641 km

Wanneer ik wakker wordt gemaakt ben ik niet blij. Ik heb slecht geslapen en uiteraard doet alles pijn. Ik wordt mijn tent uit geholpen en op een bankje gezet. Het zweet breekt mij aan alle kanten uit en ik wordt onwel. Ik heb een paar minuten nodig om bij te komen. Het flesje water wat ik aangereikt krijg doet wonderen. Even later wordt ik geholpen met aankleden en ga ik met het scootertje naar de WC. Ik moet wel met de scooter, want lopen gaat niet.

Wanneer ik terugkom bij de vrachtwagen heeft Henk voor mij al ontbijt gehaald. Uiteindelijk komt er een eind aan deze martelgang (opstaan, aankleden, enz.) en wordt ik mijn motor op geholpen. Ik rij zachtjes weg richting de uitgang van het bivak. 'Hoe kom ik hier vandaag doorheen?' Na een korte verbindingsroute van 37 km sta ik aan de start van de langste special deze Dakar. Met maar één doel; voor het donker binnenkomen in het volgende bivak!

whoofdstart

(Ook deze blik beloofd niet veel goeds, de zorgen voor de start zijn er...)

De tactiek voor vandaag is 'kilometer voor kilometer'. Zo haal ik CP1 en later ook CP2. Na CP2 komt er een heel slecht stuk. Hier zijn we voor gewaarschuwd. Het is een stuk met heel mul zand, vieze, gevaarlijke, puntige keien én greppels. Ik kan daar niet anders doorheen dan in de eerste versnelling. Dit kost ontzettend veel energie. Een paar keer moet ik even stil gaan staan om op adem te komen. Maar ja, stilstaan brengt ook een risico met zich mee, op de lange termijn. Als ik vandaag te vaak stil ga staan kom ik vanavond in het donker en dan is het afgelopen. In het donker rijden is al bijna onmogelijk als je fit bent, laat staan dat het mij in deze situatie gaat lukken. Maar ook door dit slechte stuk kom ik uiteindelijk doorheen. Ik haal CP3 en kom na 227 km bij CP4 aan, waar de 1e tankstop is. Tonny en Aloys (teamgenoten) komen mij daar achterop. Beiden zijn verbaasd dat ik al zo ver ben gekomen vandaag. De één verwachtte dat ik überhaupt niet van start zou gaan en de ander dat ik de eerste tankstop niet zou halen. Hieruit blijkt duidelijk dat ze mij nog niet echt goed kennen, ik word duidelijk onderschat :-)

Ondertussen zit ik op een stoeltje bij de tankstop en ik voel me slecht. We zijn met een man of 6 bij de tankstop. Eén van de rijders vraagt ons of iemand hem kan uitleggen wat we hier in hemelsnaam aan het doen zijn? Waarom we niet ergens één of andere strand vakantie geboekt hebben? Waarom we onszelf dit aandoen? Maar op dit moment weet ik het antwoord ook even niet... Na een kwartier rij ik weer verder. Het gaat eigenlijk niet eens zo heel slecht. Wanneer ik de 300 km haal denk ik; 'als ik 300 kan, kan ik 600 ook!'. Op km 355 ligt CP5 en even daarna staat, geheel onverwacht, één van onze assistentie auto's langs de route! Dat is niet gebruikelijk, ze voeren vandaag een soort van extra 'controle' uit onderweg om te kijken of het allemaal nog goed gaat. En voor zover ik weet mogen ze hier eigenlijk niet staan. Maar ik ben blij dat ze er wel staan. Als één van ons nu problemen zou hebben, dan kunnen ze misschien nog iets voor ons doen. Normaal ben je onderweg op de route op jezelf aangewezen. Ik stop even, vraag om wat eten, krijg een banaan en rij daarna vrij snel weer verder. Ik moet oppassen dat ik niet te lang stil sta. Ik ben met een race tegen de klok bezig. Een race tegen het donker eigenlijk, ik moet voor het donker binnen weten te komen, anders is het over!

Tot aan het punt bij onze assistentie auto gaat het eigenlijk best redelijk. Tot nu toe zat er maar één écht slecht stuk in. Helaas begint de ellende vrij snel na het wegrijden bij onze assistentie auto. Ineens begint er een heel ander soort terrein. Ik merk dat ik inzak en het tempo achteruit gaat. Er volgt ongeveer 100 km zeer technisch en inspannend terrein. Ik moet meerdere stenenvelden doorkruizen en rij me een paar keer vast. Dan is het draaien, terug rijden en een andere doorgang zoeken. Uiteindelijk kom ik er met een schietgebedje doorheen.

Op km 448 ligt CP6, dat is tegelijkertijd ook de tweede tankstop. Wanneer ik daar aankom zit ik er eigenlijk redelijk doorheen. De laatste 100 km waren slopend. Ik rij inmiddels achteraan in het deelnemersveld. Ik ben al zover gekomen vandaag, die laatste 150 km moet ook nog kunnen! Het gaat wel steeds moeizamer. Maar! Ik rij nog! Ik begin te rekenen met het aantal kilometers dat ik nog moet afleggen en de tijd die ik nog heb voordat het donker wordt.

Ik besluit 10 minuten langer pauze te nemen. Dat is een risico, maar ik denk dat het moet kunnen en ik heb het nu echt even nodig. Na de tankstop is de route ineens heel anders, goed te doen zelfs. Er volgen mooie paden en niet veel moeilijks of inspannends meer.

Wanneer ik CP7 haal, op 580 km, begint het te schemeren. Bij CP7 kruizen we een asfalt weg. Er staan wat kennissen die super verrast zijn mij te zien. Ook zij hadden mij al opgegeven... Ze vragen of ze iets voor mij kunnen doen, of ik water wil, enz. Ik bedank overal voor en zeg dat ik snel door wil rijden, het wordt donker! Wanneer ik weg rij moedigen ze mij aan, ik hoor nog net 'je bent een held!' gevolgd door 'en hartstikke gek'! Het eerste geloof ik niet, voor wat het tweede betreft, daar zouden ze nog wel eens gelijk in kunnen hebben :-)

Ik ben er bijna! Ik ga het halen... Ik ga het halen... Ga ik het echt halen...? Hoe kan ik dit nou halen...? Maakt me niet uit. Ik ga het halen... Ik ga het halen... Ik ga het halen... Ik ben zo dichtbij... 580 Km gehad, nog maar 20 te gaan!

5 Km voor het eind maak ik nog één klein foutje. Ik rij verkeerd! Ik ben niet geconcentreerd meer en steek een kruising over waar ik rechts had gemoeten. Ik hoor een fluitje en kijk achterom. Ik zie bovenop een bergtop enkele toeschouwers staan die de andere kant op wijzen. Ik weet direct wat ze bedoelen, draai om en sla op de kruising het goede pad in. Net voordat het helemaal donker wordt haal ik de finish.

Direct na de finish staan Allard Kalff en zijn collega's van RTL langs de kant. Ik wordt aangehouden voor een interview. Als ik nu ergens mijn kop niet naar heb staan dan is het wel naar een interview! Maar ja, iedereen wil natuurlijk wel graag weten hoe het vandaag gegaan is en wat er gisteren allemaal gebeurd is. Ik geef aan dat ik helemaal op ben. Ik houd mijn helm op en vraag hen of ze mijn motor even vast willen houden en op de standaard willen zetten. Dan kan ik blijven zitten. Zo geef ik het interview, met helm, op de motor.

Vanaf daar is het nog 4 km naar het bivak. Wanneer ik daar aankom zijn de heren (assistentie) net gaan eten. Patrick onze Canadese rijder is er wel en wil weg sprinten om iemand voor mij op te halen. Ik zeg 'laat ze maar even, dan kan ik ook even bijkomen'. Hij helpt mij van mijn motor af en we zitten op één van onze houten bankjes na te praten over de special van vandaag. Na een paar minuten begin ik het koud te krijgen. Het is al donker en we zitten aan de kust. Morgen is het trouwens rustdag! Na de ellende van gisteren en de dag van vandaag ben ik blij dat ik even een dag krijg om bij te komen en na te denken. Nog geen 5 of 10 minuten nadat ik ben binnen gekomen, komen de heren van de assistentie alweer terug lopen van het eten. Ik zie een heleboel verbaasde blikken. Ik wordt uit mijn race-outfit geholpen en trek een warme trui aan. Ik krijg de mededeling dat ik mijn tas moet pakken. 'Mijn tas pakken? Hoezo?' Henk heeft voor mij een hotel weten te regelen. Ik pak wat spullen en wordt weg gebracht. Ik heb vanavond een warme douche en een echt bed i.p.v. een koude douche, een tentje en een luchtmatje! Ik voel me nu net een fabrieksrijder :-) Toch loop ik in het hotel direct al tegen wat problemen aan. In het bivak kan ik mensen vragen iets voor mij te pakken of mij te helpen met het één of ander, maar hier zit ik zonder hulp. Ik kan niet lopen en als ik probeer te hinkelen schiet het mij in de rug. Ik verplaats mij via alles waar ik op kan steunen. Het bed, een stoel, via de muur, enz. Ook het douchen is een ware opgave. Wanneer ik klaar ben staat zo'n beetje de hele douche onder water, maar daar kan ik nu even niets aan doen. Dat droogt vast wel weer op :-) Wanneer ook dat achter de rug is, ga ik op de rand van het bed zitten. Ik heb 2 flesjes water, een blikje cola light en drop meegekregen. Ik neem een pijnstiller in met wat water en laat me voorzichtig achterover vallen. Wanneer ik lig, wil ik nog heel iets opschuiven (ik lig dicht bij de rand), maar zo ver kom ik al niet meer. Er is geen beweging meer in te krijgen. Binnen 1 minuut val ik, in die positie, in slaap...

 

9 januari 2010 / Rustdag Antofagasta
 
Ik wordt wakker in het hotel en voel me gebroken. Ik probeer overeind te komen, maar dat lukt niet. Ik draai me op mijn buik en schuif zo, op mijn buik, het bed af, dat lukt wel. Volgende uitdaging; aankleden! Ook dat lukt uiteindelijk, op 2 dingen na. Ik strompel op blote voeten naar beneden. Mijn sokken en schoenen zijn deze morgen net één brug te ver. Ik ben al geen ochtend mens, maar op deze manier helemaal niet. Beneden vindt ik Marcel Snijders en Thomas de Bois aan het ontbijt. Gezellig! Marcel is nog steeds met een goeie Dakar bezig, Thomas ligt eruit met zijn sleutelbeen en ik ben alleen maar aan het overleven. Echt rijden kun je het niet meer noemen wat ik aan het doen ben. We zitten ruim een uur aan het ontbijt en alles tot nu toe wordt uitgebreid doorgenomen. Daar is de rustdag voor! Iedereen is tijdens de rally zo druk dat de meeste dingen om je heen gewoon langs je heen gaan. Op de rustdag kun je dan mooi weer op de hoogte gebracht worden.
wkrukkenrustdag

Na het ontbijt sms ik Henk dat ik graag naar het bivak wil. In het hotel is verder ook niets te beleven en de hele dag op bed liggen doe ik ook niet. Ik wordt opgehaald en tot mijn grote vreugde wordt mij een stel krukken overhandigd! Dan kan ik vandaag mijn gebruikelijke 'rondje bivak' nog maken. Even bij de rest van de Nederlanders op de koffie en kijken hoe het tot nu toe bij de rest gaat.

wroadbook

'S Middags hoor ik dat de etappe van overmorgen waarschijnlijk ingekort gaat worden. Dat is voor mij heel gunstig. Dat maakt voor mij de kans om aan te komen weer een klein stukje groter. Ik heb gisteren 600 km gehaald, dan moet ik de rest ook kunnen halen. Vanaf nu zijn de etappes allemaal korter dan 600 km. Maar ik weet ook dat er helemaal niets meer mis mag gaan...

 

10 januari 2010 / Antofagasta – Copiapo
96 km / 472 km / 0 km / Totaal 568 km 
 
wstartnaastmotor
Het wil niet vandaag. Ik rij een klein gedeelte met Tonny op, maar het tempo ligt voor mij te hoog. Op een bepaald moment besluit ik een versnelling terug te gaan en hem maar te laten gaan. Als ik zo doorrij gebeuren er ongelukken.

Ondanks dit verstandige besluit gaat het een half uur later alsnog mis. Op km 188 val ik om. Letterlijk. Ik rij nog geen 30 km/u, mijn voorwiel schiet weg over een steen en ik val. Wanneer ik de grond raak, voel ik mijn ribben langs elkaar heen schieten. Ik probeer op te staan, maar dat gaat niet. Ik rol op mijn buik (die tactiek werkte de laatste 3 dagen ook) en kom op handen en knieën, maar het laatste stukje kan ik niet zelf overeind komen. Er stoppen 2 Fransen en i.p.v. dat ze mij helpen roepen ze direct de helikopter in. Ik vraag of ze mij overeind willen helpen, maar dat doen ze niet. Gelukkig komt Aloys vrij snel daarna. Hij helpt mij wel en zodoende kom ik weer op mijn voeten.

Hij vraagt 'wat wil je'? 'Verder', zeg ik. 'Maar zij hebben de helikopter ingeroepen'. 'Dat is toch hun probleem, daar hoeven wij niet op te wachten'. En daar heeft hij wel een goed punt. Ik vraag Aloys of hij mijn motor iets lager op het pad wil zetten en ik strompel naar beneden.

De helikopter is er inmiddels en is bezig een landingsplaats uit te zoeken. Aloys houdt mijn motor schuin zodat ik op kan stappen. Maar het gaat niet... Ik kom nog wel op de motor, maar ik kan mijn benen niet aan de grond zetten, niet op de voetsteunen krijgen en ook niet schakelen. Ik rij 10 meter en stop dan weer. Aloys komt bij mij staan. De helikopter is inmiddels geland en er stappen twee mannen uit. Ik zeg tegen Aloys dat het dit keer echt niet goed zit. Eén van de uitgestapte mannen staat inmiddels bij ons en vraagt wat er aan de hand is. Hij is de arts en heeft al doorgekregen dat het om rijder nummer 44 gaat. En dat ben ik dus. Hij staat erop dat ik mij eerst na laat kijken. 'Als het niets is kun je altijd nog weer verder', zijn zijn woorden. Ik heb tot nu toe nog geen pijnstillers gebruikt, althans, niet tijdens het rijden. Ik wil kunnen voelen hoe het met mijn lichaam is en pijnstillers onderdrukken dat. Dan kun je je beter voelen dan dat het in het echt is en dus zonder dat je het door hebt kun je ook meer kapot maken aan je lichaam, omdat je de pijn niet voelt. Maar misschien heeft hij straks wel goede pijnstillers voor de rest van de etappe, want op dit moment gaat het echt nergens meer over.

Ik wordt op de rand van de helikopter gezet waar hij mij onderzoekt. Hij neemt mijn pols op, meet mijn bloeddruk en om mijn vinger wordt een plastic dingetje gedaan die mijn hartslag registreert. Hij helpt mij mijn bescherming uit te doen en onderzoekt mijn rug en ribben. Binnen een paar minuten concludeert hij dat ik zeker één of meer ribben gebroken heb. Ik vraag verbaasd hoe hij dat zo zeker weet zonder röntgen apparatuur? 'Alles wijst daarop', zegt hij. 'Je pols, je bloeddruk, het onderzoek aan je ribben, je hele lichaam is van slag, dat gebeurt niet zomaar'. Het stomme is, ik weet dat hij gelijk heeft, maar wil het niet toegeven.

Hij heeft mij zien lopen/hinken en wil ook nog even naar mijn been kijken. Daar schrikt hij duidelijk van. Hij vraagt nog een keer naar wat er precies gebeurd is. Ik houd het op 'ik ben gevallen, daar' en wijs hem de plek aan. Ik kan hem nu niet uit gaan leggen dat ik nu stapvoets rijdend ben omgevallen en dat al het letsel al van een paar dagen geleden is.

Ik vraag hem of ik met die gebroken rib door kan rijden. Hij kijkt mij verbaasd aan. 'Nee', zegt hij. 'Als ik je nu laat gaan moeten we je over een paar kilometer weer oppikken. En dan waarschijnlijk met nog veel meer letsel. Voor jou houdt het hier op. Ik haal je bij deze officieel uit de race'.

En dan begint bij mij het kwartje eindelijk te vallen. Het houdt hier écht op. Het is over, écht over... Voor het eerst... Ik wist dat dit kon gebeuren. Dat is het risico van Dakar. Maar waar ik moeite mee heb, het gaat om een rib, een lullige rib... Mag ik daarom niet meer verder rijden?

Het stomme is. Ergens in mijn achterhoofd wist ik dat dit kon gaan gebeuren. Ik heb met deze blessures al een paar dagen gereden, maar ik wist in mijn achterhoofd dat het niet goed zat. Ik wist het meteen al, toen ik in de 6e etappe viel en de grond raakte. Het was uitstel van executie. Deze laatste dagen gingen nergens meer over. Ik reed nog, maar daar was dan ook direct alles mee gezegd. Ik kon niet meer schakelen, geen onverwachte bewegingen maken, enz. Het was een bijna niet te winnen strijd en ergens wist ik dat wel, maar ik wilde door. Ik zag nog steeds mogelijkheden op het halen van de eindstreep in Buenos Aires. En dat is het frustrerende aan de situatie nu. Ik denk nog steeds dat ik kans heb om de streep in Buenos Aires te halen, maar ik mag niet verder. Ik heb nu niets meer te zeggen, kan nergens iets tegen inbrengen. De arts heeft besloten en ik lig eruit...

Wanneer ik de helikopter wordt in geholpen door de arts, zie ik dat de andere man uit de helikopter alle elektronica van de organisatie (GPS, Irritrack, enz.) van mijn motor knipt.

We stijgen op en mijn motor blijft eenzaam en alleen achter op deze immense vlakte. Die moet wachten op de bezemwagen. Ik heb geen idee waar we heen gaan. Ik kijk uit nieuwsgierigheid naar beneden in de veronderstelling dat ik nog iets van de wedstrijd kan zien. Misschien zie ik Aloys nog wel rijden. Maar er valt helemaal niets te zien. Een motorrijder is een stofwolkje, een auto een stipje en de vrachtwagens een klein vierkantje. Ik kan niets of niemand herkennen. Vanuit de helikopter zie ik de omgeving, de immense vlaktes, de bergen, enz. Nu pas zie ik voor het eerst een totaal plaatje van waar wij doorheen en overheen rijden. En geloof mij, van bovenaf maakt het veel meer indruk. Op de grond rij je van het ene punt naar het andere en heb je de hoogteverschillen e.d. niet eens echt door. Daarnaast kijken wij bijna nooit om ons heen, maar geconcentreerd voor ons en op het roadbook. Van bovenaf maakt het een behoorlijke indruk op mij. Dat wij daar doorheen kunnen rijden...?

wlandschap

Ik wordt naar CP3 gevlogen, waar een andere, grotere helikopter staat. Daar wordt ik overgedragen aan een andere arts. Het eerste wat hij doet is mijn gezicht, nek, oren en handen insmeren met zonnebrand crème. Ook krijg ik een soort tulband om mijn hoofd gedraaid tegen de zon. En dan begint het wachten. Dit punt is voor alle 'gestrande' motorrijders die niet in levensgevaar zijn. Ik probeer eerst te gaan liggen, maar dat gaat niet, dus strompel ik een beetje rond de helikopter. De arts wil dat ik ga zitten en blijf zitten, maar dat kan ik ook niet echt hebben. Het liefst verplaats ik me elk half uur. Even bewegen en een andere positie aannemen, zo houd ik het het langst vol. Zitten, staan en strompelen. Een welkome afwisseling. Na ongeveer 2 uur wil de arts dat ik blijf zitten, schijnbaar zie ik er een beetje bleekjes uit. Hij pakt een infuus en verbaast kijk ik naar wat hij aan het doen is. Is dat voor mij? Ik vraag of het absoluut noodzakelijk is. 'Nog niet' is zijn antwoord. 'Dan wachten we daar nog maar even mee' is daarop mijn antwoord. Als ik aan het infuus moet kan ik mij niet meer vrij in en rondom de helikopter bewegen. En dat zie ik niet zitten. Nu kan ik mij nog een beetje vrij verplaatsen. Qua pijn kan ik het wel redelijk uithouden. Wat alleen onhandig is, is dat ik meerdere blessures heb opgelopen. Wanneer ik het één probeer te ontlasten begint het ander juist weer zeerder te doen. 

Ik wil graag even naar huis en naar Henk (teammanager) bellen om te zeggen dat ik ben uitgevallen, maar dat het goed gaat en dat niemand zich zorgen hoeft te maken. Maar uiteraard is er geen mobiel bereik bij CP3 en heeft niemand een satelliet telefoon bij zich. Die had ik wel, maar die zit nog op mijn motor die is achtergelaten. Daar baal ik wel van. Ik weet zeker dat mijn moeder, broer, team en een aantal sponsoren ongerust zijn en op nieuws zitten te wachten.

De tussenpozen tussen de rijders bij de tankstop worden steeds langer. Je kunt merken dat de meeste motorrijders al voorbij zijn. Na een uur of 5 wachten krijgen we eindelijk het sein dat we mogen vertrekken. Ik heb me eigenlijk bijna niet verveeld in die 5 uur. Er is wat te zien (tankstop) en het verplegend- en helikopter personeel spreken allemaal Engels en er zitten een paar prettig gestoorde personen bij. Dat is goed voor de sfeer, al zeg ik het zelf. Ik heb geen energie om me ergens mee te bemoeien, maar ik kan meeluisteren en dat zorgt voor een beetje welkome afleiding.

whelicopter

Vanaf CP3 vliegen we naar een klein vliegveldje. Daar wordt ik aan een derde arts overgedragen. Hier heb ik eindelijk weer bereik met mijn telefoon. En het is inmiddels al een uur of 6 geleden dat ik ben uitgevallen. Ik bel naar huis om te laten weten dat ik eruit lig, maar dat het allemaal prima gaat en dat ik in goede handen ben. Over hoe nu verder kan ik nog niets zeggen, dat weet ik zelf ook nog niet. Daarna bel ik Henk met hetzelfde verhaal. Hij heeft het al van Tonny gehoord die ik bij de tankstop nog even gesproken heb. Ook Henk wil weten waar ik naartoe wordt gebracht, maar dat is nog niet bekend.

Na nog eens 1,5 uur wachten krijg ik bericht dat we met een klein vliegtuigje naar het bivak in Copiapo gaan. In de tussentijd heb ik mijn sponsoren en andere 'need to know' personen, per sms op de hoogte gebracht van mijn uitvallen. Daarop krijg ik geweldige, positieve, opbeurende reacties. Mijn moeder had ook een geweldige opmerking. 'Je hoeft niet naar huis te komen hoor, als je daar nog graag wilt blijven tot het afgelopen is moet je dat maar doen. Maak er maar een mooie vakantie van! Met daarna 'en als je geld nodig hebt voor die laatste week moet je het me maar even laten weten, daar komen we wel uit'. Dat is echt typisch mijn moeder! Het maakt bijna niet uit wat ik doe, wil of bedenk, ze staat altijd achter mij en wil me met alles helpen.

Ik weet eigenlijk helemaal niet hoe de regels zijn wanneer je uitvalt? Volgens mij krijg je dan een enkeltje Amsterdam en is het over. Maar goed, dat hoor ik in het bivak wel. Eenmaal in het bivak aangekomen gaat het snel. Ik wordt naar de 'medical' gebracht (het tenten ziekenhuisje in het bivak). Henk staat mij al op te wachten. Ik hoef niet te wachten en mag direct door naar de tweede ruimte (hoe verder je komt, des te slechter het is). Daar wordt ik ondervraagt en direct daarna mag ik door naar de derde ruimte, waar ik wordt onderzocht. Er worden röntgen gemaakt en dan is het wachten op een uitslag. Wachtlijsten kennen ze hier niet. Binnen 20 minuten ben ik onderzocht en zijn er al röntgen gemaakt. Ik vraag Henk ondertussen of hij wat gewone kleren op kan halen uit de vrachtwagen. Na tien minuten komt de arts alweer terug met zijn eindconclusie: een gescheurde kuitspier, een aantal gebroken ribben aan de rug zijde, zowel links als rechts, een traumahernia en iets met mijn sleutelbeentje. Wat niet helemaal duidelijk is, maar hij zit in ieder geval niet zoals hij hoort te zitten. Ze denken dat hij aan de binnenzijde lichtelijk ontwricht is geweest en is gekanteld.

Dat is nogal een lijst... Ik wist dat het niet goed zat, maar dit... En dat allemaal al vanaf dag 6. Toch iets meer dus dan 'één lullige rib'. De arts vertrekt weer om een plan van aanpak te bedenken over wat nu gedaan kan/moet worden m.b.t. de kwetsuren. Ik zit nog steeds in het derde hokje. Ik heb Henk inmiddels verteld wat er gebeurt is. Hij is kwaad. Niet op mij, maar op de verantwoordelijke personen bij de organisatie die de informatie verstrekken over uitgevallen rijders. Hij, als teammanager, hoort als eerste op de hoogte gebracht te worden. Nu moest hij het via rijders die mij hadden zien liggen/zitten moeten horen. En dan krijg je maar een half verhaal. Ook op internet ben ik te volgen en ook daar stond ik al stil sinds het eind van de ochtend. Ook kwam ik niet meer door bij de CP's. Alles wees erop dat er iets aan de hand was, maar de organisatie kon geen informatie geven. Ze wisten het niet en dat mag niet gebeuren!

Na een minuut of 10 komt de arts weer terug. Ook Wolter is er inmiddels bijgekomen. Mijn ribben worden ingetapet, mijn been ingezwachteld en aan de rest kunnen ze niets doen. Krukken hoeven ze niet te regelen, die had ik al :-) Daarnaast krijg ik nog een lading pijnstillers en andere medicatie. En de mededeling dat ik morgen naar huis gevlogen wordt. Zo gaat dat met uitvallers... Daarmee moet ik het doen en mag ik de tent / het ziekenhuisje verlaten. Ik moet terugkomen als er iets veranderd en ik mag vannacht daar slapen als ik wil op een veldbed, I.p.v. in mijn eigen tentje, op een luchtmatje, op de grond.

Buiten wordt ik opgewacht door Marcel Vermeij. Ik moet een eerste korte reactie geven over mijn uitvallen voor op onze team site. Het gesprek wordt ogenomen en wordt zo op de site gezet. Nog voordat ik eten kan pakken heeft RTL zich ook al gemeld. Ze willen mij interviewen, maar mijn 'camera jas' ligt in de vrachtwagen en zonder mijn jas (en petje) doe ik dat niet. Marcel loopt snel naar de vrachtwagen om mijn jas en petje op te halen en daarna kan de camera aan!

wlaatsteintervieuw

Nadat de camera uit staat kan ik weer verder. Iedereen houdt mij aan en wil weten wat er gebeurd is. Ik wil eerst eten. En ik ben moe. Ik spreek ze later nog wel. Wanneer ik met Henk aan tafel zit te eten vraag ik hem wat nu verder de bedoeling is? 'Hoe bedoel je', vraagt hij. Moet ik naar huis? 'Wat wil je anders dan?'. Blijven. Mee in één van onze assistentie auto's...

Ik ben dan wel uitgevallen, maar ik ben voor mijn gevoel nog helemaal niet klaar met de Dakar! Ik wil graag blijven en mee rijden van bivak naar bivak en zo toch nog een beetje meemaken. Het probleem is alleen dat het waarschijnlijk niet kan i.v.m. mijn blessures. Het is niet handig zitten in zo'n auto. Het schijnt niet verstandig te zijn, maar dat waren de laatste 3 dagen rijden ook niet. Ik wil het in ieder geval één dag proberen. Als het niet gaat vlieg ik morgenavond alsnog naar huis. Als het wel gaat mag ik blijven. Na het eten strompel ik terug naar onze vrachtwagen. Daar zijn de assistentieleden druk aan het werk en de rijders morgen aan het voorbereiden. Dat hoef ik niet meer. Ik kan lekker op een bankje gaan zitten en om mij heen kijken. Geen druk om alles zo snel mogelijk klaar te hebben en vroeg naar bed te gaan.

Het was een lange, ongebruikelijke dag. De laaste uitdaging is om goed te kunnen liggen in mijn tentje. Ik kan alleen op mijn rug liggen, maar omdat ik daar mijn ribben heb gebroken moet ik wel enige aanpassingen doen. Ik krijg een extra luchtmatje en wat dekens. Mijn been moet hoog liggen, dus daar leg ik een tas onder. Het is een beetje improviseren, maar uiteindelijk lig ik. Dan neem ik mijn pijnstillers in en de slaaptabletten die ik van de arts heb gekregen. Niet lang daarna val ik in slaap...

 

11 Januari 2010 / Copiapo - La Sarena

Ik wordt laat gewekt. Het is al negen uur en de zon is al op. Dat ben ik niet gewend, als motorrijder moet je altijd vroeg weg en sta je op in het donker. Alles doet zeer, ik probeer overeind te komen, maar dat gaat niet. Dan de oude tactiek maar weer gebruiken. Eerst op mijn buik rollen, dan op handen en knieën opduwen en vanaf dat punt heb ik een steuntje/hulp nodig, om ook het laatste stukje overeind te kunnen komen. Hoe heb ik het in godsnaam zover kunnen laten komen? Het doet er niet meer toe, het is al gebeurd...

Ik hoef vandaag nog niet naar huis te vliegen. Ik mag achter in de auto mee, met Henk en Marcel (Bulten). Het instappen is moeilijk en pijnlijk, maar als ik eenmaal zit moet het naar mijn idee wel te doen zijn. Voor het in- en uitstappen heb ik een trapje. Vandaag is er een massa start naast het bivak. Daar gaan wij met onze auto nog even kijken, voordat wij naar de finish rijden om onze jongens daar weer op te vangen. Ik hang de toerist uit, met mijn camera in de hand. Ik maak foto's en filmpjes van de starts. Het is spectaculair om te zien. Een van mijn teamgenoten (Tonny) heeft kopstart in zijn groep. Nu ik dit spektakel aanschouw begrijp ik waarom er zoveel publiek langs de route staat... Het is een uur of 7 rijden naar het volgende bivak. Onderweg wachten wij onze jongens op bij de finish. Ik heb vanmorgen een half uur voor vertrek pijnstillers ingenomen en die werken een uur of 12. Ik maak van de hele reis eigenlijk niets mee. Af en toe word ik wakker onderweg, maar ik ben zo versuft dat ik zo weer in slaap val. De laatste dagen hebben natuurlijk ook hun tol geëist. Na binnenkomst van onze laatste rijder bij de finish volgen we deze naar het bivak. Daar eenmaal aangekomen wordt ik wakker gemaakt met de mededeling 'we zijn er'. Ik heb van de hele reis niets gezien, ik heb alleen maar liggen slapen.

wvrachtwagenbivak

Het ging goed vandaag, ik heb niet veel pijn gehad en gewoon lekker rustig achterin de auto mee kunnen hobbelen. En dat betekend dat ik mag blijven... :-) Geen enkeltje Amsterdam voor mij. Ik ga alsnog naar Buenos Aires!!!

 

12 januari 2010 / La Sarena - Santiago

Wanneer ik wakker wordt is het 4 uur. Ik hoor gerommel bij de vrachtwagen. Ik til mijn hoofd iets op en zie dat onze rijders zich aan het klaarmaken zijn voor de etappe van vandaag. I.p.v. een diepe teleurstelling dat ik ben uitgevallen en niet meer mee mag rijden, voel ik een soort van opluchting. Ik hoef niet meer... Ik dommel weer in en slaap verder. Rond half acht wordt ik wakker gemaakt. Heerlijk zo'n zonnetje op je kop als je je tentje uitkomt. Er heerst een serene rust in het bivak. Geen gehaast zoals normaal wanneer je moet starten. Ik heb alle tijd om te ontbijten en rustig op te starten vandaag. Na het ontbijt vertrekken we richting Santiago. Ook vandaag slaap ik de hele reis door. Dat zal wel door de pijnstillers komen...

wbivakvergezicht

In het bivak loop ik enigszins een beetje verloren rond. Ik vind het leuk om overal even langs te rijden met het scootertje dat we bij ons hebben, om even bij te buurten, maar ik wil ook wel graag iets doen.

wscooter

Het punt is, ik kan niet zoveel nu. Ik kan zelfs nog geen tentjes opzetten. Het enige echte minpuntje vandaag was dat Henk een drempel over het hoofd zag. En wanneer je dan achter in de auto zit met o.a. gebroken ribben wordt je er niet vrolijker van. Die pijnstillers zijn goed, maar niet zo goed....

 

13 januari 2010 / Santiago - San Juan

Weer valt mij het relaxte ontbijten op. Ik kan nu gewoon mijn koffie opdrinken en Jus de Orange pakken. Drinken tot ik geen dorst meer heb. Normaal drink ik bij het ontbijt niet zoveel, drie slokken koffie en drie slokken Jus de Orange. Ik kan namelijk overdag niet stoppen om te plassen, dat kost teveel tijd. En om dat te voorkomen drink ik dus zo min mogelijk. Nu kan ik eten en drinken wat ik wil. En dat is nieuw voor mij :-)

De verbindingsetappe vandaag voor de rijders is een pittige. Ze moeten de bergen door (het Andes gebergte), waar het erg koud is. Onderweg halen we een paar motorrijders in, je ziet gewoon dat ze zitten te klappertanden. Ineens vraag ik me af waarom ik dit normaal ook alweer doe? Wat is hier leuk aan? En ineens voel ik me een bevoorrecht persoon, omdat ik nu comfortabel (en lekker warm) in een auto zit, terwijl de rest van de motorrijders zitten te blauwbekken op hun motor.

wtoyota

Voor de start van de special stoppen de rijders bij een tankstation. Wij stoppen daar ook om de 'winterkleding' van onze jongens aan te nemen. Het begint nu warmer te worden en wanneer ze straks in de special zitten zal de temperatuur alleen nog maar verder oplopen. Wanneer onze rijders weg zijn drinken wij nog even een kop koffie voordat we weer verder rijden naar het volgende bivak. Daar eenmaal aangekomen realiseer ik me dat ik weer de hele dag heb geslapen. Ik denk dat ik morgen de pijnstillers maar eens laat staan. Nu ik niet meer in de rally zit wil ik wel iets van het land zien. En dat gaat niet met de ogen dicht...

Het bivak heeft een prachtige locatie. Het doet mij aan Afrika denken. Het is een soort Savanne-achtig landschap. In het bivak krijgen wij nog onverwacht bezoek van mijn hoofdsponsor SMART IT Services. Ik wist dat ze in Argentinië waren voor een rondreis, maar ik had ze niet eerder verwacht dan in Buenos Aires. Ondanks dat ik ben uitgevallen krijg ik positieve reacties. En om eerlijk te zijn, ik had ook niet anders verwacht, zo zijn zij :-)

 

14 januari 2010 / San Juan - San Rafael

Vandaag ontbijt ik in gezelschap van Erik van Loon en Erik Verhoef, twee Nederlandse auto rijders. Twee heren die de mond op de goede plaats hebben zitten. Ze hebben schitterende verhalen. Ondanks veel tegenslag rijden ze nog steeds. Afgelopen nacht hebben ze door moeten halen. Ze hebben vast gezeten, pech met de auto gehad, enz., maar ze hebben het wel gehaald. Sterker nog, ze zijn net pas binnen, zitten nu aan het ontbijt en moeten over een uur alweer starten voor de etappe van vandaag. Dat is Dakar...

Vandaag zie ik voor het eerst eens iets van de omgeving. Ik heb vanmorgen geen pijnstillers ingenomen en dat is eigenlijk wel redelijk goed gegaan. Het bivak hier in San Rafael is op dezelfde locatie als vorig jaar. Dat scheelt toch wel een klein beetje, dan hoef je de toiletten en douches e.d. niet te zoeken. Gewoon dezelfde kant oplopen als vorig jaar en dan kom je alles vanzelf tegen :-) Groot nadeel van dit bivak is dat het terrein vrij hobbelig is en voor een groot deel uit mul zand bestaat. Ik kan dus niet met het team scootertje rondrijden. Gelukkig heb ik mijn krukken nog.

Overmorgen komen we (als het goed is) in Buenos Aires aan. Ik heb nog apparatuur van de organisatie die ik in moet leveren. De deelnemers doen dat natuurlijk pas na de finish, maar ik kan dat het beste nu doen, dan hoef ik in Buenos Aires niet in de rij te staan. Tegelijkertijd vraag ik waar mijn motor is gebleven. Na door een 3-tal personen te zijn doorgestuurd krijg ik antwoord. Deze heeft Buenos Aires eerder gehaald dan mij en staat al in een container, in de haven.

wscooter

Het is warm, benauwd en plakkerig weer, voor het slapengaan besluit ik nog even te gaan douchen. Dat is de laatste dagen al een hele strijd gebleken. Evenals het opstaan en het omkleden. Na het opstaan 's ochtends (staat met stip 1) is het douchen daarna toch wel de grootste uitdaging. Het kost vooral veel energie en ook voorbereiding. Voordat ik de kraan aanzet moet alles binnen handbereik en op een strategische plek liggen. Over het algemeen bestaan de douches rondom je heen uit plastic zeil, opgehangen aan een paar dunne buizen. Daar kun je je dus niet aan vasthouden, want dan stort de hele boel in. Ik kan maar op één been staan, dus echt stabiel sta ik niet. En het woord 'antislip matje' kennen ze hier vast niet. En ook de organisatie houd daar geen rekening mee, zij gaan er natuurlijk vanuit dat wanneer je Dakar rijd, je niet het type bent dat een antislip matje onder de douche nodig heeft, omdat je uit kunt glijden en zo je nek kunt breken... Maar goed, staande op één been, zonder houvast, op een gladde ondergrond vind ik dat toch nog wel een serieuze uitdaging... :-)

 

15 januari 2010 / San Rafael - Santa Rosa

Vandaag het laatste 'echte' bivak. En zoals ieder jaar (tot nu toe) vind ik dat jammer. Nog één nachtje in een tentje slapen, nog één nachtje op een luchtmatje liggen, nog één nachtje de aggregaat op een paar meter afstand als 'achtergrond muziek', nog één dag/nacht het team compleet zonder aanhang/familie/vrienden/sponsoren. Het besef, dat het voor dit jaar alweer bijna voorbij is, begint langzaam tot mij te komen.

Vandaag kreeg ik onderweg een onaangename verassing. De verbindingsroute in Zuid-Amerika bestaat voor 99% uit verharde wegen. Maar ja, dan blijft er 1% onverhard over, en dat kwam vandaag, 45 km. Ik zat achter in de auto, in het roadbook wat vooruit te bladeren, de route te bekijken toen ik daarachter kwam. Helaas was er geen alternatief, dus ik heb toen alsnog snel mijn pijnstillers ingenomen in de hoop dat die de grootste klappen konden doen verzachten...

Gelukkig overleefde ik de rit en eenmaal in het bivak zag ik onverwacht een paar bekenden. Dit keer waren het mijn sponsoren van Ebben boomkwekers, die met een groepje waren afgereisd om de deelnemers in Buenos Aires te ontvangen. Vandaag wilden ze, hier in Santa Rosa, het bivak in proberen te komen (dat kan officieel niet, alleen voor deelnemers e.d.). En dat is hen gelukt. We hebben even bijgepraat en uiteraard een 'rondje bivak' gedaan. 's Avonds moesten zij alweer terug naar Buenos Aires.

Wolter wijst mij er tijdens het eten op dat ik meer moet rusten met mijn been en dat ik deze moet laten nakijken voordat ik ga vliegen. Mijn rechter kuit is nog steeds opgezwollen en blauw. En met vliegen heb je kans op trombose en dat is natuurlijk hartstikke gevaarlijk. Daar had ik eigenlijk nog helemaal niet over nagedacht. Later op de avond ga ik samen met Wolter naar de 'Medical' voor advies. Ze kennen mij nog en ik mag direct verder. De arts besluit een echo van mijn rechter kuit te maken om te kijken of er een goede doorbloeding is en mijn aderen allemaal nog open zijn. Ik mag gewoon vliegen, maar ik moet vanaf nu tot aan de dag van de vlucht wel bloedverdunners gebruiken om ervoor te zorgen dat de doorbloeding ook goed blijft. De arts legt uit dat hij de vloedverdunners wil toedienen d.m.v. een spuit. De eerste krijg ik direct. Vanaf morgen moet ik dat zelf doen. Ik krijg een een voorraadje mee van 3 spuiten, voor tot aan de dag van de vlucht...

Dit is, voor deze rally, het laatste 'echte' bivak. En zoals gebruikelijk maak ik het dan iets later dan anders. En dit keer zeker, want ik lig al uit de rally dus ik hoef niet meer op tijd naar bed. Ik voeg me bij een aantal Hollandse toeristen en zit 's avonds tot een uur of één á half twee bij het Ginaf team. Ons team slaapt al, de vrachtwagens daarentegen komen nu pas binnen. Het Ginaf team heeft een eigen catering. Die hebben een vrachtwagen vol met knakworst, bifi-worstjes, gehaktballen, bier, cola (uit de koeling), autodrop, enz. Ik kom niets tekort, behalve slaap... Het wordt moeilijker en moeilijker mijn ogen open te houden, dus ik moet op een bepaald moment toch afhaken. Ik bedank hen voor hun gastvrijheid en vertrek richting onze vrachtwagen. Daar eenmaal aangekomen stuit ik nog op één klein probleempje, onze tenten zijn niet herkenbaar aan naam, nummer, of iets anders. Je zoekt 's middags een tent uit en dat is dan jouw tent voor die dag. Dat is iedere dag weer anders. Maar de tentjes zijn pas vanavond laat opgezet, dus ik heb eigenlijk geen idee welk tentje 'over' is. Ik begin dus gewoon vooraan de tentjes open te ritsen en te kijken of er al iemand inligt. Gelukkig wordt daar niemand wakker van aan het eind van de rally. Dan heeft iedereen al zoveel slaaptekort dat je zelfs een kanon naast een tentje af kunt schieten, zonder dat je daarmee iemand lastig valt :-) Gelukkig zit ik redelijk in de goede richting en blijkt de derde tent die ik open rits leeg te zijn, dit is dan de mijne... :-)

wvrachtwagenbivaknatuur

 

16 januari 2010 / Santa Rosa - Buenos Aires

Vandaag is een lange dag. We vangen onze jongens op bij de Finish. Alleen Gerben is al doorgereden, de rest is er nog of moet nog binnen komen. Ik maak een rondje met felicitaties, allereerst natuurlijk binnen mijn eigen team, daarna bij iedereen die ik ken. Tonny en Aloys moet ik toch even apart noemen. Iedereen binnen ons team heeft een top prestatie geleverd (zowel rijders als assistentie), maar deze 2 heren hebben hun grenzen toch wel tot het uiterste op weten te zoeken. Zij hebben zoveel meegemaakt, dat wanneer je dat wilt samenvatten er nooit een eind aan komt. Gisteravond kwamen ze meer dood dan levend binnen en hun koppen zijn zwaar getekend door de laatste 2,5e week. Maar ze zijn binnen, ze hebben het gehaald en dan vergeet je alle ellende :-) Na Tonny en Aloys te hebben gefeliciteerd zoek ik Annie, Tina en de andere dames op om ook hen te feliciteren. Opvallend ieder jaar is dat de dames het procentueel gezien beter doen (qua aankomen) dan de heren. Ieder jaar doen er ongeveer 6 á 7 dames mee en dit jaar ben ik daar de enige uitvaller van. Ook vorig jaar en in 2007 was er maar 1 uitvaller. Dat is toch goede reclame voor het vrouwelijke geslacht..? :-)

wseel

Nadat onze laatste rijder bij de finish is binnen gekomen, beginnen wij aan onze verbindingsroute naar Buenos Aires. De laatste van deze Dakar, een verbindingsroute van 300 km. 300 Km lang moeten wij langzaam rijden. Het Publiek staat overal, op de viaducten, in de bermen, op de vluchtstroken, zelfs op de autosnelweg zelf.

Ik moet heel eerlijk bekennen dat ik hier niet van houd. In de auto maakt het mij niet zoveel uit, ik heb de ramen dicht en de deuren op slot. Maar wanneer je hier met je motor doorheen moet rijden en je geblesseerd bent is dit een afstraffing. Je wilt graag zo snel mogelijk naar Buenos Aires, omdat daar familie, vrienden, kennissen en sponsoren op je zitten te wachten. Iedereen in het publiek wil je aanraken, en dat aanraken gebeurt meestal niet op z'n zachtst. Daarnaast duurt het uren langer voordat je in Buenos Aires aankomt, omdat je langzaam moet rijden. Zo ook vandaag. Met dank aan het publiek komen we pas om half acht 's avonds in Buenos Aires aan. Wat een lange dag... Pff...

 

17 januari 2010 / Buenos Aires Podium

Vandaag de laatste dag. Officieel is dit de afsluiting van de Dakar. Als rijder zijnde vind ik deze dag maar niks. De rally is voor mijn gevoel gisteren al afgelopen. Vandaag is puur voor de media en het publiek. Het heeft een hoog gehalte 'aapjes kijken'. Gisteravond heeft iedereen feest gevierd en dan moet je vandaag vroeg opstaan (de meeste met een flinke kater) en nog één keer je pak aantrekken. En dat terwijl het buiten 30 graden is. Voordat je het podium op mag sta je bijna een uur in de zon, achter het podium, zonder zelf iets te kunnen zien. En waarom? Om 30 seconden op het podium te mogen staan voor foto's voor de media en heel veel onbekenden. Ik zou deze dag liever gebruiken om met het team, familie, vrienden, sponsoren, enz. iets van Buenos Aires zien, naar één of ander park gaan, een terrasje te pakken of ergens water opzoeken. Dit vind ik niks aan, maar het hoort nu eenmaal bij...

Nu maak ik het podium ritueel voor het eerst van de andere kant mee. Ik ben niet gefinisht, dus ik mag ook niet over het podium. Ik zit in het publiek en vanaf deze kant ervaar ik het heel anders. Ik zit lekker in de schaduw, zie iedereen over het podium komen, er is muziek en er zijn voorstellingen. Dit heb ik nog nooit eerder gezien. Wij staan altijd achter het podium, uit het zicht van het publiek opgesteld, zonder iets te zien, wachtend op onze 30 seconden podiumtijd. Ik hoop dat ze dit ooit nog gaan veranderen/aanpassen en dat wij in de toekomst bij aankomst in Buenos Aires direct het podium over mogen en daarmee de Dakar ook af kunnen sluiten. En dan direct een groot feest, waarna er de volgende dag gewoon uitgeslapen kan worden en er geen verplichtingen meer zijn.

Ik zit te wachten op mijn teamgenoten. Iedereen heeft het super gedaan. Gerben, Tonny en Aloys debuteerden dit jaar en haalden allen de finish, de één wat moeilijker dan de ander. Onze snelste rijder, Christoph (Pool), heeft het ook goed gedaan met een aantal mooie dagklasseringen en finisht voor de 2e maal de Dakar. En onze Canadees, Patrick, haalt voor het eerst de streep na meerdere, voorgaande, tevergeefse pogingen. Iedereen, behalve ik, heeft het gehaald. Dat is een geweldige prestatie van zowel de rijders als van de assistentieleden. En deze laatste hebben het dit jaar echt niet makkelijk gehad. Er zijn nachten doorgehaald, omdat wij (rijders) om en om met serieuze schades e.d. binnenkwamen. En dat kan, en dat mag, maar niet allemaal op dezelfde dag. En wij (rijders) hebben ons best wel gedaan, maar aan die afspraak konden wij ons niet altijd even goed houden :-)

Ik realiseer me nu pas voor het eerst dat ik er dit keer niet bij sta. Geen aandenken (behalve mijn fysieke 'aandenkens' voor de komende maanden), niets. Geen enkel bewijs van deelname, van dat ik hier überhaupt geweest ben. Wanneer ik daar over nadenk vraag ik mij af waarom dat kwartje nu pas valt? Het antwoord is niet moeilijk. Ik kon na mijn uitvallen nog gewoon mee blijven draaien in het 'Dakar circus'. Weliswaar op een andere manier, maar ik was er nog...

Ondanks mijn uitvallen heb ik toch nog een prachtige Dakar gehad. Het verliep dit jaar, achteraf gezien, vanaf dag 3 al niet meer naar wens. Dag 3 was de dag van de slechte benzine. Dag 4 en 5 waren frustrerende 'stof dagen'. En op dag 6 stapte ik op een verkeerd moment van mijn motor af. Op dat moment was mijn Dakar eigenlijk al over, alleen wist ik dat zelf nog niet. Het was uitstel van executie, wachten op de definitieve nekslag. Nadat ik de dag erna de langste etappe van de Dakar, met al mijn letsel, toch nog wist te volbrengen kreeg ik weer hoop. Mijn gedachte was 'als ik dit kan, kan ik de rest ook nog'. Helaas weten we inmiddels hoe dit afliep.

Ik heb gestreden voor wat ik waard was en gek genoeg heb ik, ondanks mijn uitvallen niet echt het gevoel van 'falen'. Ik weet niet waarom ik dat gevoel niet heb. Misschien omdat ik mij niet zomaar aan de kant heb laten zetten door een paar gebroken ribben en nog wat ander letsel? Omdat ik niet zomaar heb opgegeven? Omdat ik toch nog een aantal dagen met al mijn letsel door heb kunnen rijden? Ik weet het niet, maar ik denk wel dat het daarmee te maken moet hebben. Ik liep voordat ik uitviel al een paar dagen op krukken. Ik wist dat ik niet meer mocht vallen. Ik zou zo'n klap niet meer op kunnen vangen. Daarnaast kon ik überhaupt mijn eigen motor niet meer zelf optillen. Nog een valpartij zou voor mij het einde van de Dakar betekenen. Een paar dagen na 'de' valpartij viel ik nog een keer, bijna stapvoets rijdend om. Daar lag mijn finish voor deze Dakar... Ik heb mijn best gedaan, maar mijn best was dit jaar niet goed genoeg...

Ondanks dit alles kan ik terug kijken op een mooie Dakar. Helaas niet met het gewenste resultaat, maar ja, je kunt niet altijd je zin krijgen. Ik heb de tijd gehad om na te denken en om mij heen te kijken. Wil ik mijn doelen in de toekomst blijven halen, dan zullen er een aantal zaken moeten gaan veranderen. En dat gaat niet zomaar, het is een kostbare sport en zonder financiën, geen Dakar... 

Mijn hoofdsponsor SMART IT Services heeft vorig jaar aangegeven na deze Dakar te zullen stoppen als hoofdsponsor. Mijn deelname voor Dakar 2011 is daarom niet zeker. Zonder een nieuwe hoofdsponsor kan ik niet rijden en in deze tijden liggen die niet voor het oprapen.

Hiermee sluit ik Dakar 2010 af en hoop ik in 2011 weer aan de start te mogen staan. Aan mij zal het in ieder geval niet liggen...... :-)

Mirjam

 

Tweets van Mirjam

  • Mirjam Pol

    Zo, alles weer terug. Ben er helemaal klaar voor! 5 Dagen motorbeurs in Utrecht! Hoop dat mijn stem het volhoudt :-) Sta op de Honda stand.

    by Mirjam Pol woensdag 23 februari 2011 11:37

  • Mirjam Pol

    Eindelijk! Onze Dakar voertuigen zijn aangekomen in Le Havre, Frankrijk. Vannacht rijden we weg, zijn we daar morgenvroeg om af te halen.

    by Mirjam Pol maandag 21 februari 2011 16:17

  • Mirjam Pol

    Voordat ik het vergeet... Check de KicXstart die nu in de winkel ligt!!! (motorblad) En al zeg ik het zelf, het is de moeite waard :-)

    by Mirjam Pol zondag 20 februari 2011 22:28

Honda Desert Adventure

Honda Desert Adventure