Je bent hier:

Dakar Dagboek 2007

1 Lissabon – Portimao
En daar staan we dan weer! Aan het begin van een nieuw avontuur. Dit jaar heb ik startnummer 93 en moet ik om 07.17 uur starten. Wat een mensen massa! Zou niemand hier werk hebben? En dat terwijl het nog steeds donker is. Ik rij samen met Michel de Groot (andere Nederlander, nr 92) en een onbekende het podium op, klaar voor vertrek! We staan even stil, er wordt afgeteld en daar is het sein voor ‘vertrek’.

Dakar 2007 is begonnen! Wie had dat gedacht? Het begon met ‘ik wil ooit een keer meedoen’ en ‘ooit’ werd vorig jaar. En nu sta ik er alweer. Dit wordt dan Mirjam goes Dakar ‘deel 2’.

klein_2007_1

Onderweg wordt ik eraan herinnerd hoe verschrikkelijk koud het kan zijn. Bij de start van de special staan de meeste motorrijders half bevroren te wachten tot ze de special in mogen. Wanneer ik de special in mag denk ik bij mijzelf ‘rustig beginnen, krachten sparen’. Maar al snel blijkt dat het parcour én de omstandigheden zich daar niet voor lenen. Het is prachtig weer, de mist is weg, de zon is gaan schijnen en de route bestaat hoofdzakelijk uit zand, heel veel zand! En dat voelt vertrouwd. Dat voelt als Nederlandse bodem....... Ik heb al een aantal weken niet meer met de motor getraind, maar dit voelt gewoon zó vertrouwd dat ik hier niet ‘rustig kan beginnen’ en dus ook geen ‘krachten kan sparen’.

klein_2007_2
Het zand geeft voor veel motorrijders direct al problemen. Links en rechts naast de route zie ik motorrijders liggen of slingeren, maar op het parcour blijven is er voor heel veel van hen niet bij. Ik ga ze met alle liefde voorbij, geen probleem! Ik moet wel eerlijk zijn, want zelf blijf ik ook niet helemaal foutloos. Twee keer schiet ik even onderuit in een bocht, niets spectaculairs. Op die twee kleine foutjes na ging het voortreffelijk en eindig ik als 94ste, van de 245 gestartte deelnemers!

klein_2007_3
In het bivak wordt ik enthousiast ontvangen. Ik heb honger, dus eerst Gert (van Winkoop, onze gastheer) maar eens om een broodje vragen én koffie, om op te warmen. Ik heb het steenkoud, ondanks het mooie weer. Eigenlijk voel ik me ook helemaal niet lekker. Ik besluit om even ‘te kooi’ te gaan in de trailer van Gert. Even een paar uurtjes slapen en opwarmen, misschien knap ik er van op. Om 17.00 (2 uur later) wordt ik weer wakker gemaakt. Ik moet de motor naar het parc-fermé brengen. Deze is voorzien van een servicebeurt en moet voor 17.30 uur ingeleverd worden, anders krijg ik straftijd.

In het parc-fermé wordt mijn GPS gecontroleerd. Er schijnt iets niet goed te zijn en ik moet een formulier tekenen. Er is echter één probleem. De man van wie ik moet tekenen kan alleen frans en ik begrijp het probleem niet. Ik heb geen bekeuringen, ik heb alle waypoints, ik heb de goeie route gereden en de motor op tijd ingeleverd, wat is het probleem dan? En nog belangrijker, waar moet ik voor tekenen? Ik teken natuurlijk niet zomaar iets.
De desbetreffende man wordt bozer en bozer, omdat ik niet teken voordat ik weet waar het om gaat. Ik besluit iemand te zoeken die én frans én engels kan. Binnen één minuut heb ik een vrouw gevonden die alles voor mij kan vertalen. Mijn GPS blijkt 25 minuten niet aan te hebben gestaan. Er zitten geen gevolgen aan (geen boetes of straftijd) maar ik moet het morgen na laten kijken en dáárvoor moet ik het formulier dus onderteken. Ik teken het formulier en lach nog een keer vriendelijk naar de man en bied mijn excuses aan voor het ongemak...... Je weet maar nooit of ik hem tijdens de rally nog een keer nodig heb, altijd te vriend houden die mensen!

’S avonds ga ik samen met de rest van mijn team (althans, de rijders) naar een hotel. Dit is voorlopig de laatste keer dat we onder een échte warme douche kunnen staan en in een écht bed kunnen slapen. Voor het slapen gaan bestel ik nog even een taxi voor de volgende morgen en een aantal ontbijt pakketjes, want daar heeft natuurlijk niemand aan gedacht.

2 Portimao – Malaga
Teruyuki (mijn Japanse teamgenoot), Bryan en ik vertrekken om 7 uur met de taxi vanuit het hotel. Wij gaan direct naar het parc-fermé waar onze motoren staan en waar de start plaats vindt. Daniël gaat niet met ons mee, die moet eerst nog langs onze assistentie vrachtwagen in het bivak. Daniël zit echter ook al direct met een probleem Hij heeft namenlijk geen taxi besteld en dat is i.v.m. de drukte absoluut niet handig. Er kan geen taxi meer besteld worden en in lichte paniek (anders is ie te laat bij de start) belt hij onze assistentie op. Eén belletje en het probleem wordt voor hem opgelost. Onze assistentie jeep komt hem ophalen. Probleem opgelost... Onze taxi komt mooi op tijd voorgereden, zoals besteld.... Ik wil geen gestress ’s ochtends.

In het parc-fermé vraagt Pascal De Baar mij welke starttijd ik heb. Ik pak mijn tijdkaart en laat die aan hem zien. Wanneer ik, na de verbindingsroute, aan de start van de special sta en mijn tijdkaart wil pakken, kan ik die nergens meer vinden. Dit kan niet. Ik ben overal zo voorzichtig mee, ik kán die tijdkaart niet kwijt zijn. Nog een keer kijk ik alles na, maar kan mijn ‘roze’ tijdkaart niet vinden. Ik snap er helemaal niets van. Ik ga naar Pascal om te vragen of hij niet per ongeluk mijn tijdkaart heeft, omdat ik die ’s ochtends aan hem heb laten zien. Hij pakt zijn tijdkaart en laat die aan mij zien. Een ‘witte’ tijdkaart! Hoe komt hij aan een ‘witte’ tijdkaart? En dan ineens gaat er bij mij een lampje branden... Ik zocht naar een ‘roze’ tijdkaart, die hadden we gisteren namenlijk..... Maar wat er niet is, kun je ook niet vinden... Ik doorzoek mijn jas nog een keer en vind mijn ‘witte’ tijdkaart. Gewoon op de plaats waar ie hoort te zitten....

Pascal, Peter (Stijkel), Evert (Kroon) en Thomas (de Bois) komen mij voor de special nog even waarschuwen. ‘Het is hier glad en gevaarlijk, de alsjeblieft rij hier rustig!’ Gelukkig had ik dat zelf ook al bedacht. Ik ken de route nog van vorig jaar en deze behoort zeker niet tot mijn favorieten. Ik rij voorzichtig en kan niet echt lekker in een ritme komen, maar goed, daar leent zich de route ook niet voor. Ondanks het feit dat ik voorzichtig rij, kom ik toch nog een paar keer dichter bij de afgrond dan me lief is. Dat ik niet echt lekker heb gereden is duidelijk zichtbaar aan mijn klassering. Ik kom als 170e binnen. Bij het uitkomen van de special in Portimao is het hectisch. De motoren moeten direct geserviced worden, er is géén bivak. Na de service gaan zowel de motoren als de rijders (wij dus) achterin de trailer bij Gert van Winkoop. We moeten als een speer richting Malaga. Daar gaan wij op de boot, dee assistentie heeft een andere route en zien we pas terug in Er Rachidia. Onderweg praten we nog heel even na over de special. Ik voel me nog steeds niet lekker en besluit me terug te trekken om te gaan slapen. We moeten nog 400 km achterin de trailer zitten, dus daar heb ik nu mooi de tijd voor.

Ruim twintig kilometer voor Malaga komen we in een file te staan. We staan vast, helemaal vast! Op de eerste de beste parkeerplaats stoppen we en halen we onze motoren achteruit de trailer. Met de trailer kan het nog uren duren voordat we de boot bereiken en met de motor kunnen we overal tussendoor slingeren. In de stad is het een gekkenhuis! De mensen springen zo voor de motor voor een handtekening of een foto! Ik heb het zweet blank op mijn voorhoofd staan en ben blij wanneer ik eindelijk de boot op rij zonder iemand aan te hebben gereden. Nadat ik mijn motor in het ruim heb vastgezet zoek ik mijn kamer op, om wat spullen te ‘lozen’. Wat een hectische dag! En gisteren ook al! Ik vind het maar niks, ik wil naar een bivak, een écht bivak! Natuurlijk, op de boot hebben we nog enige luxe, zoals een bed, een douce en een wc, maar in een bivak weet je tenminste waar je aan toe bent en heb je al die hectiek niet meer!

klein_2007_4

3 Nador – Er Rachidia
Gisteravond zijn we vanuit de haven in Malaga vertrokken en nu (04.00 uur) zijn we in de haven van Nador aangekomen. Om 04.30 sta ik aan wal. En dan begint het. Het wachten.....

De eerste rijder mag pas weg om 05.30 dus ik zal niet eerder vertrekken dan 06.30. En wat doe je in die tussentijd? Een beetje eten, een praatje maken en uiteindelijk ga ik naast mijn motor liggen en probeer wat te slapen. Het is en blijft vroeg als je om 3 uur gewekt wordt!

Rond 06.30 krijg ik eindelijk het signaal dat ik weg mag. Maar het weg ‘mogen’ houd eigenlijk in dat je dan naar de 1e controle mag om je tijdkaart op te halen. Daarna ga je naar de 2e controle waar ze je aftekenen en dan ga je naar de 3e controle waar je een seintje krijgt waarna je écht weg mag. En bij de 1e controle gaat het al fout. Er lopen 4 officials die de tijdkaarten uitdelen en geen van hen heeft mijn startnummer ertussen zitten. Na het 3 keer te hebben gevraagd (bij alle 4 de officials) en het de laatste keer zelf te hebben gecontroleerd (tsja, als zij het niet kunnen vinden moet ik zelf maar kijken) besluit ik naar de ‘hoofd official’ van de motoren te stappen. Ik leg mijn probleem uit en hij geeft aan dat ik naar de volgende controle (2e) moet rijden en dat ze me daar wel een nieuwe tijdkaart geven. Maar bij de 2e controle wordt ik doorverwezen naar de 3e controle. En ook hier kunnen ze mij geen tijdkaart geven en geen tijdkaart betekend heel veel problemen... De official bij de 3e controle zegt dat ik moet vertrekken, maar zonder tijdkaart ga nergens heen! Ik rij weer terug naar de eerste controle en meld mij weer bij de ‘hoofd official’, nog steeds zónder tijdkaart. Ik wordt van het kastje naar de muur gestuurd en begin het zat te worden. Ik heb al bijna 30 min verloren, zo kan ik nooit op tijd aan de start van de special komen. Ik stap weer op hem af, dit keer met de mededeling ‘ik heb nog steeds geen tijdkaart en ik moet NU weg!’ De man kijkt me niet al te vriendelijk aan, maar ik maak hem duidelijk dat ik nooit op tijd aan de start kan komen met al dit tijdverlies. Gelukkig onderneemt hij nu zelf actie. Hij loopt naar de 2e controle en zelfs hij wordt doorgestuurd. En als hij dan ook bij de 3e controle geen tijdkaart voor mij kan krijgen tovert ie ergens een A4tje vandaan, schrijft daar mijn naam, nummer en starttijd op en voorziet het van zijn handtekening. ‘Zo is het goed’, zegt ie. ‘En bij problemen kun je je vanavond bij mij melden!’

Hier neem ik genoegen mee, ik bedank hem voor de moeite en rij vol gas weg. De verbindingsroute lijkt voor mij al wedstrijd parcour. Het is nog donker, maar om tijd goed te maken rij ik natuurlijk veel te hard richting de start van de special.

Slechte start dus vandaag, maar het kan altijd nog erger! In ons roadbook staat aangegeven waar we kunnen tanken. Dit keer in een dorpje met 5 tankstations! Dat kan toch geen problemen geven? Toch wel. Van die 5 tankstations zitten er 4 zonder benzine. Daar sta je dan met 242 motorrijders, bij één tankstation, met slechts één werkende pomp! Het wachten neemt ruim een uur in beslag. Daarna uiteraard vol gas richting de start. Ik hoef niet eens te stoppen en schiet zo vol gas de special in, dat noem ik nog eens een ‘vliegende start’.

Ergens op de route, vóór de tankstop, zie ik een motor staan, zonder rijder. Dat gebeurt wel vaker. Wanneer iemand valt en wordt afgevoerd per helicopter laten ze de motor naast de route staan voor de bezemwagen. Op het moment dat ik langs rij zie ik nummer 185. 185? Dat is toch de motor van Harry Oosting? Door de stof en de snelheid waarmee ik langs de motor ben gereden heb ik niet gezien of de motor veel schade had, waardoor ik allerlei rare dingen ga denken en me zorgen ga maken. Bij de tankstop probeer ik zekerheid te krijgen, maar na het 4 andere Nederlanders te hebben gevraagd ben ik nog geen stap verder. Niemand weet welk nummer Harry heeft. Bij aankomst in het bivak wordt mijn vraagteken direct beantwoord. Harry is uitgevallen, maar hij maakt het naar omstandigheden goed! Pff.....

4 Er Rachidia - Ouarzazate (Foum Zguid)
Vandaag de eerste marathon etappe. Een ‘rare’ marathon etappe. Wij (de motorrijders) moeten vanavond in een apart bivak overnachten, zonder assistentie, maar ook zonder vliegtuigkist. De auto’s en de vrachtwagens krijgen wel assistentie, maar die zitten 200 km verder, in een ander bivak. Dit is voor het eerst dat de organisatie de motorrijders van de rest van de deelnemers scheid.

Vanmorgen, bij het uitkomen van mijn tent voelde ik mij slap, veel te slap. Ik ben nu al een paar dagen niet lekker in orde en ik begin me daar toch lichtelijk zorgen over te maken. Voor een evenement als Dakar moet je fit zijn, top-fit! En nu kan ik er nog wel mee wegkomen, maar wat als we straks de duinen ingaan? Dan heb ik al mijn krachten nodig!

klein_2007_8
Vanuit het bivak vertrek ik met een veel te volle en veel te grote mega-rugtas. Vanavond is er geen assistentie en geen materiaal. De organisatie heeft gemeld dat zij voor ‘alles’ zouden zorgen, maar daar geloof ik niet zoveel van en daarom heb ik mijn rugtas volgepropt met, naar mijn idee, de belangrijkste basisbehoeften van een mens. Een beetje schone kleding (shirt, trui, ondergoed, thermobroek), een tandenborstel en tandpasta, een hoofdlampje, een herstel drankje en nog een heleboel andere kleine dingen. Het rijd uiteraard, alles behalve fijn, maar ja, het is of het één of het ander. De special begint zoals je kunt verwachten in Marokko, met stenen, heel veel stenen.

klein_2007_5

Nog voor de tankstop komen we in een ‘raar’ drassig, moeras achtig gebied, zonder een te volgen pad (of ik zit op de verkeerde route) met planten van ongeveer een halve meter hoog (en wat voor soort planten dat waren weet ik nog steeds niet). Na de tankstop komen we in kleine duintjes terecht. Nou is dat opzich niet zo raar, maar deze duinen bestaan niet uit normaal zand, maar uit nat zand, modder. Het groen en de duintjes van modder zijn natuurlijk te verklaren door het ‘idiote’ weer dat ze hier het afgelopen jaar in Marokko hebben gehad. Ze hebben in een paar weken tijd meer regen gehad, dan in de afgelopen 10 jaar (is mij verteld)! Tsja, dan kan een bepaald gebied natuurlijk snel veranderen. Uiteindelijk komen we dan ook nog in de échte duinen. Het is slechts een kilometer of 20, waar we doorheen moeten, maar het zijn wel échte duinen. Ze zijn hoog, zacht, mul en voelen  aan als poederzand. Iedereen is aan het ploeteren om erdoorheen te komen. Ik kom zelf gelukkig niet vast te zitten en val slechts één keer om. Ik heb lichte medelijden met de motorrijders die ik voorbij ga terwijl ze vast staan of op de grond liggen. Maar ja, dat is Dakar...

Conclusie van de dag? Zwaar en raar! Ik kom mooi op tijd in het bivak aan en kan zodoende mijn motor nakijken voordat het donker wordt (er is geen assistentie dus ik moet het zelf doen). Ik heb geen schade en de motor loopt prima. Dus ik peil de olie, vervang de luchtfilter en kijk of ik geen lekkages o.i.d. tegenkom. De motor is op en top in orde en ik hoef, behalve de filter, dan ook niets te vervangen en/of te doen.

klein_2007_6In het bivak krijg ik een tas met 2 dekens, een trui, een soort van pantoffels, een tandenborstel en tandpasta, een zeepje en een handdoek. Er zijn wc’s en zelfs douches! Wat een luxe! Ik pak eerst iets te eten en tussendoor informeer ik even of er al iemand gedouched heeft en of de douches warm zijn? Na een positief antwoord zet ik de sprint in richting de douches. Stel je voor dat het warme water zo op is? Ik heb het ontzettend koud en en hoop dat ik een beetje opknap van een warme douche. En er is niet gelogen! De douche is echt lekker warm! Na het douchen voel ik me als herboren en leef weer helemaal op!

Omdat het een marathon etappe is en er geen tentjes zijn slapen we in de open lucht. In Marokko daalt de temperatuur ’s nachts tot net boven het vriespunt. En gezien mijn gezondheid van de afgelopen paar dagen ben ik daar niet helemaal gelukkig mee. Iedereen ligt tegen elkaar aangedrukt en veelal zie je alleen een ‘hoopje deken’ waar iemand zich in heeft opgerolt. Maar ach, het heeft ook wel weer iets avontuurlijks...

5 Ouarzazate (Foum Zguid) – Tan Tan
Bingo! Eindelijk wordt ik wakker en heb ik het warm! Een goed teken? Nee, helaas niet, want ik heb koorts! Eigenlijk is dat ook niet zo gek en kon ik het wel verwachten. Al een paar dagen ben ik aan het sukkelen en voel ik mij niet lekker. Vannacht hebben we buiten liggen koukleumen en dan is dit eigenlijk niets meer dan een logisch gevolg. Maar ja, je kunt het ook positief bekijken. Ik heb het nu voor het eerst in 4 dagen eindelijk weer eens warm.....

Vrij vroeg in de special rij ik met een redelijke snelheid op een prachtig breed gravel pad. Ik heb veel last van de stof, net zoals ieder ander. Op een bepaalt moment kom ik een bocht door en zie in mijn ooghoek ineens de motor van Daniël staan. Gewoon rechtop, naast het pad. Ik trap vol op de rem en kijk om, maar zie niemand. Ik stop, rij het pad af, draai me om en rij offroad, naast het pad, terug. Door het stof kan ik niet veel zien, maar wanneer ik dichterbij kom zie ik Daniëls motor, netjes op de standaard, zonder schade. En Daniël staat verderop, ook zonder schade, gelukkig! Wanneer ik dichterbij kom zie ik waarom Daniël is gestopt. Er ligt een motorrijder naast het pad op de stenen, zijn motor ligt iets verder terug in een greppel. De man is uit de bocht gevlogen en Daniël is als eerste bij het ongeval gestopt. De man heeft de bocht niet kunnen halen en is van het pad af, de greppel ingegleden. Zelf is hij er overheen geklapt, op de stenen. De man is bij kennis, praat en geeft aan dat hij denkt dat hij zijn schouder heeft gebroken en medische hulp nodig heeft. Dat betekend voor hem dus einde Dakar.
Nu ik heb gezien dat Daniël oke is vraag ik of ie hulp nodig heeft. Zo niet, dan kan ik weer verder. Het heeft geen zin om daar met z’n tweeën te gaan staan wachten op de medische hulp. Ik sta er nog geen 2 minuten wanneer er nog iemand uit de bocht vliegt. Op hetzelfde punt! Die man heeft alleen meer geluk, hij komt stil te liggen vóór de greppel. Dan pas heb ik in de gaten hoe gevaarlijk die eerste man daar eigenlijk ligt. Daniël heeft geen hulp nodig en ik ga weer verder.

klein_2007_9
Het parcour is erg technisch vandaag. Ik kom het team van Thomas, Evert en Teus acherop en omdat ik niet echt lekker aan het rijden ben besluit ik even bij hun ‘aan te pikken’. Dan hoef ik even niet al mijn energie te gebruiken. In plaats van navigeren hoef ik dan alleen maar te controleren en kan ik even op adem komen. Niet dat ik hard heb gereden, maar het technische parcour en de koorts eisen hun tol. Fysiek heb ik het idee dat ik al ‘op’ ben. Ik maak een half uurtje dankbaar gebruik van het feit dat ik achter hen aan kan rijden, daarna besluit ik het gas weer iets verder open te draaien en ga ik hen voorbij.

Wanneer ik op de verbindingsroute de laatste weg insla valt mijn mond open van verbazing.
Wat een toeristen! Er loopt vanaf de grote weg een weg van ongeveer 2 km richting het bivak. En naast de weg staat het vol met caravans, campers en bussen! En niet 1 rij, nee, 2 á 3 rijen dik. En iedere toerist heeft zijn eigen vlag bij zich en aan de vlaggen te zien zijn er ook veel Nederlanders! En ongeacht het land van herkomst, iedere deelnemer wordt luidkeels aangemoedigt, prachtig....

Ik ben blij wanneer ik het bivak bereik. Een écht bivak, mét assistentie. Ik geef de motor netjes af en ga op een bankje zitten. Even bijkomen... Cor (Termaat, teammanager) kijkt mij aan en voelt een keer aan mijn voorhoofd. Koorts? Ja, zeg ik. Maar hoe weet jij dat?  ‘Gehoord’. Én je hebt een rooie kop én je was al niet best voordat je aan de marathon etappe begon, dus het is een optel som’. Aha... Heb je iets tegen de koorts? Nee, zeg ik, maar ik heb wel gewone pijnstillers. ‘Ga eerst maar iets eten, daarna kun je je roadbook klaarmaken en dan vroeg bed. Ik heb wel iets tegen de koorts, dat kun je voor het slapen gaan innemen. Morgen is het ook een lange en zware dag’. Ik weet niet wat ik voor het slapengaan heb ingenomen, maar ik heb heerlijk geslapen, met dank aan onze medicijnman.....

6 Tan Tan – Zouérat
Er bestaan twee soorten ochtenden in de Dakar, ‘normale’ ochtenden en ‘niet normale’ ochtenden. Deze ochtend gaat voor mij ‘te boek’ als een ‘niet normale’ ochtend.

Ik hou van routine. Dat betekend; opstaan, jas aan, ontbijt halen, half aankleden, ontbijt nuttigen, toiletteren, de rest aankleden, de motor starten en weg. En wanneer het ’s ochtends zó loopt is er weinig aan de hand. Maar zo loopt het dus niet deze ochtend. Wanneer ik mijn ogen open zie ik het dak van mijn tentje wild heen en weer zwaaien. En een lawaai buiten! Bij het openen van mijn tent maak ik kennis met mijn eerste zandstorm...  Daar gaat mijn ‘routine ochtendje’. Ach, niet zeuren, jas aan en ontbijt halen. Met half dichtgeknepen ogen loop ik richting het bivak voor mijn ontbijt. Ik pak een dienblad en vul deze heel langzaam met ongeveer alles wat er ligt; brood, boter, jam, een gebakken ei, yoghurt, suiker, een pannenkoek, koffie en jus de orange. Op de terugweg wordt ik verrast door een windvlaag die mijn dienblad ‘lift’ en binnen een fractie van een seconde mijn hele ontbijt doet verdwijnen in de zandstorm. Sta ik daar, halverwege, met een leeg dienblad..... Terug dan maar weer, in de herkansing! Dit keer leg ik het dienblad weg (oké, ik ben blond....., maar niet dom) en stop al het eten in mijn jas zakken. Alleen de koffie en de jus de orange houd ik vast. Dit gaat een stuk makkelijker en dit keer haal ik de vrachtwagen dan ook zónder problemen en mét ontbijt.

Vandaag hebben we vóór de special een verbindingsroute van 416 km. Wanneer ik daar aan begin is het nog donker en door de zandstorm kan ik niet harder dan 70 á 80 km/u. Ik moet al mijn krachten gebruiken om de windstoten de baas te blijven en hang schuin tegen de wind in. Ik denk bij mijzelf ‘als dit zo doorgaat haal ik vandaag de verbindingsroute niet eens’. Gelukkig klaart het weer na 40 km op. Dan volgt de volgende verassing: regenen! Wat? Ja, regen, échte regen. In Nederland hebben we dat ook wel eens. Het komt uit de lucht vallen en je wordt er nat en koud van. Er is echter één verschil, in Nederland is het normaal en hier niet!

Ik rij heel veel mensen voorbij. Mijn motor loopt hard, té hard naar mijn idee. Hij rijdt met gemak 15 km sneller dan gisteren en daar maak ik me toch wel een beetje zorgen over. Zou er iets veranderd zijn? Zou ik een ander tandwiel op mijn motor hebben gekregen, waardoor ie harder loopt? Ik begin te twijfelen en ga rustiger rijden. Bij een tankstation stop ik en controleer ik het oliepijl. Niets aan de hand! En toch vertrouw ik het niet. Ik vraag aan een aantal Nederlanders of zij enig idee hebben waar het aan kan liggen. Thomas de Bois is de eerste die met een geruststellend antwoord komt. ‘Dat kan aan het weer liggen, bij vochtig weer kan de motor beter lopen, dat hangt van de spoeiers af’. Mooi, zo’n antwoord zocht ik! De motor doet het dus gewoon goed! Net voordat ik de special in moet komt Bryan aangereden. Ik stel hem dezelfde vraag en ook hij komt met hetzelfde antwoord als Thomas. Gelukkig, nu kan ik met een gerust hart de special in. Ik start als 129e  en vlieg de één na de ander voorbij, ik draai de gashendel helemaal open en heb een geweldige dag!

klein_2007_10

Ik realiseer me ook dat ik door de hoge snelheid dubbel zo goed moet opletten om niets over het hoofd te zien. Want over het algemeen geld ‘hoe hoger de snelheid, hoe harder de klap...’.

Wanneer ik in het bivak aankom verteld Allard (Kalff) mij dat ik 48e ben geworden! Hoeveel? Echt? Yes! Alleen Frans (Verhoeven), Henk (Knuiman), Rob (van Pelt) en Daniël (Willemsen) zijn voor mij geëindigt. Wanneer ik van de motor stap wordt ik acuut in de steek gelaten door dat ’yes’ gevoel en herinner ik mij dat éne foutje, 30 km voor de finish. Ik zag een klein bultje over het hoofd waar ik met 120 km/uur overheen vloog. Ik kreeg een ‘kontwipper’ (dan slaat de achterkant van de motor omhoog), maar wist de motor nog net onder controle te houden. Tijdens de landing schoot ik echter met mijn rechter voet van de voetsteun in het zand...... en dát heb ik gevoelt. Conclusie? Niet meer doen! Slecht voor knie én enkel. Maar ach, met die snelheid kan er veel meer fout gaan, dus ik mag niet klagen. En zeker niet met zo’n klassering als die van vandaag....

7 Zouérat – Atar
Wanneer iemand vraagt ‘wat is het zwaarste aan de rally?’ kun je heel veel antwoorden verwachten. Zoals bijvoorbeeld: de voorbereiding, de stenen, het zand, de lange dagen, in het donker rijden, de marathon-etappes, de kou, de hitte, enz. Dit zijn allemaal antwoorden die voor de hand liggen en die ik dan ook al meerdere keren heb gehoord. Toch staat mijn antwoord hier niet tussen...... Het zwaarste aan Dakar? De ochtenden, de 1½ uur vóór de start. Waarom? Ik zal het proberen uit te leggen.

Iedere dag heb je wel een kleine valpartij (of meerdere). En mijn ervaring is dat je die valpartij(en) vooral de volgende dag wanneer je wakker wordt pas echt goed voelt. Alsof je ze her-beleeft. Pas dán voel je wat voor impact de desbetreffende valpartij heeft gemaakt. Pas dán voel je de stijfheid, de vermoeidheid en de pijn.

Gisteren heb ik mijn knie en enkel bezeerd tijdens een ‘foutje’ in de special. Het leek mij gisteravond niet nodig om ze na te laten kijken. En dát was achteraf gezien niet zo’n succesvolle beslissing! Ik dacht ‘gaat wel over’ en dat zal het ook ongetwijfelt wel doen, alleen nu nog niet! Vannacht ben ik een keer of 7 wakker geworden van de pijn in mijn knie en/of enkel doordat ik mij bewoog. Uiteindelijk heb ik dat opgelost door mijn been ‘vast’ te leggen. Mijn heuptasje fungeerde als kussen onder mijn knie en mijn voet heb ik vastgelegd tussen mijn laarzen enerzijds en mijn helm anderzijds. Verbonden d.m.v. duc-tape...

Komisch misschien, maar het heeft wel geholpen! De rest van de nacht heb ik aan een stuk door geslapen. Toch merk je zoiets de volgende ochtend dubbel. En daar moet je gewoon even doorheen. Wanneer je eenmaal in beweging bent begint het vanzelf beter aan te voelen. Maar ja, voordat je zover bent........
Allard heeft mij gisteravond een paar zakjes met bruis ibuprofen (of hoe het ook heet) gegeven tegen de pijn. Die heb ik niet gebruikt omdat ik dat niet nodig vond. Nu denk ik daar iets anders over en neem het voor de start toch maar in. Maar wat een smerig spul zeg! Het is dat er een bekend merk op de verpakking staat anders zou ik haast denken dat je er iemand mee kunt vergiftigen. De opdracht van vandaag? Dezelfde als de voorgaande dagen. Gewoon het andere bivak halen en het liefst een beetje fatsoenlijk en op tijd. Morgen is het rustdag en heb ik alle tijd om te herstellen.

Ik start samen met nummer 13, ene Luc. Al vroeg in de special komen Patrick (van Lee) en Ragnar (Katerbau) ons achterop. Ze gaan Luc en mij voorbij en ik besluit aan te pikken. Op een bepaald moment is er nergens geen pad meer te bekennen. We moeten ergens fout zijn gereden. De GPS is aangesprongen en we kunnen 35 km offroad de pijl volgen óf het goede pad gaan zoeken. Ragnar en Patrick gaan achter de pijl aan en ik besluit bij hun te blijven. Het zijn ervaren jongens, dus ik ga ervanuit dat ze weten wat ze doen. Ragnar rijdt op kop en kiest naar mijn idee bij een aantal opstakels telkens de moeilijkste weg. Ik ben er niet blij mee, maar blijf toch volgen, omdat het buiten de route niet verstandig is om alleen te gaan rijden. Wanneer we bij een hele grote berg aankomen en de pijl ‘rechtdoor’ wijst zie ik Ragnar en Patrick omhoog rijden. Maar ik zie helemaal geen pad of iets dergelijks? Het ziet er onbegaanbaar uit. Ik vind veel goed, maar hier doe ik niet aan mee. Dan maar alleen verder! Ik ga stil staan en draai mijn roadbook verder om uit te zoeken waar we zitten. Als ik het goed bekijk, moeten we hier ergens rechts langs de berg kunnen. Ik rij langszaam langs de berg en zie dan een kloof. Deze gaat langszaam naar beneden en voor zover ik kan zien kun je er aan de ander kant gewoon weer uit. Dit lijkt korter dan helemaal om de berg heen. Ik zit met één klein probleempje. Ik wil er niet alleen door, want als er iets gebeurt lig of sta ik niet op de route en kan het een eeuwigheid duren voordat iemand mij vind. Dan zie ik dat Luc (nr13) ook heeft afgezien van de route over de berg en mij is gevolgd. Ik wijs een keer de kloof in en hij knikt toestemmend. Mooi, dan gaan we daardoor!

We komen zonder problemen door de kloof en achteraf gezien hebben we hier veel tijd gewonnen. De route over de berg was inderdaad geen goeie optie. Ragnar en Patrick konden er niet overheen waarbij Ragnar ook nog eens serieus ten val is gekomen en zich heeft geblesseerd. Ze moesten terug naar beneden en een andere route zoeken.
Die Luc is wel een slim mannetje. Hij laat mij de route zoeken en rijd niet één keer zelf op kop, waardoor ik alle risico loop. Wanneer ik eindelijk de goeie route heb gevonden schiet hij mij voorbij. Hij heeft een zwaardere motor (210cc meer) en heeft daardoor meer topsnelheid. Laat ie mij dus het moeilijke werk doen en dan gaat ie ervandoor. Profiteur!

Na CP1 (tankstop) komt er een zandstorm opzetten. Mijn zicht is beperkt tot een meter of 15 á 20. Het is moeilijk navigeren, er zijn weinig herkenningspunten, geen sporen om te volgen en het is donker (in de zandstorm). Daarnaast rij ik in mijn eentje en heb ik al een hele tijd niemand meer gezien. En dat geeft een beetje een verontrustend gevoel. Maar ik heb wel het idee dat ik goed rij, ondanks het feit dat ik niemand zie en ondanks het feit dat ik geen sporen heb die dat kunnen bevestigen. Bij CP2 zie ik ineens het bordje ‘finish’ staan. Maar we moeten toch nog 150 km? ‘Hier is het afgelopen’, zegt de official. Ik denk direct aan een ernstig ongeluk. Waarom zouden ze de wedstrijd anders bij CP2 neutraliseren? Maar de man legt uit dat de helicopters door de zandstorm de lucht niet meer inkunnen en dat de organisatie daardoor onze veiligheid niet meer kan waarborgen. Tsja....., dat is waar en ik vind het ook een goede beslissing! Nu alleen nog een verbinding van 100 km naar Atar en dan heb ik officieel de rustdag gehaald! Door het neutraliseren van de laatste 150 km kom ik al om iets voor half 3, als 60e binnen. En daar ben ik dik tevreden mee, ik vond het een technisch moeilijke dag. 

Omdat het morgen rustdag is hoef ik vandaag eigenlijk niets te doen. Ik hoef geen roadbook voor te bereiden, geen camelbag klaar te maken én ik hoef niet op tijd naar bed vanavond! Dat kan dus gezellig worden.... Maar eerst maar eens douchen en eten om daarna de rest van de middag te genieten van de rust en het zonnetje....

Peter (Stijkel) staat in het bivak naast ons met zijn assistentie. s’Avonds zie ik dat Dokter van Erp (van team De Rooy) Peter een check up geeft (Peter is voor een paar dagen terug hard op zijn elleboog gevallen en die elleboog ziet er alles behalve ‘normaal’ uit).

Om een herhaling van afgelopen nacht te voorkomen vraag ik dokter van Erp of hij misschien ook even naar mijn knie en enkel wil kijken. ‘Geen probleem, ga maar zitten’. Niet dat ik iets ernstigs verwacht (zolang je er op kunt staan en het kunt bewegen, en dat kan ik, kan het volgens mij nooit echt ernstig zijn), maar het doet gewoon zeer.

klein_2007_11

Vandaag heb ik wederom een paar keer met mijn voet in het zand gezeten en dat heeft geen goed gedaan. De schade valt, zoals verwacht, mee. Mijn laarzen en bracen hebben hun werk goed gedaan, nu ikzelf nog.... Ik moet mijn voeten eens gewoon op de voetsteunen laten staan. Daar zijn ze immers voor gemaakt..........

Atar
Rustdag...... heerlijk! Niet dat ik eraan toe ben, maar ik vind dit gewoon een van de leukste dagen tijdens de Rally. Ten eerste kan ik uitslapen, daarna heb ik een zee van tijd voor het ontbijt, kan ik uitgebreid douchen en in alle rust bijpraten met iedereen in het bivak. Kortom: gewoon lekker ongedwongen rondslenteren!

Vooral dat ‘bijpraten’ is belangrijk. Eerder (voordat ik Dakar reed) hield ik alles van Dakar nauwlettend in de gaten. Ik mistte geen uitzending van RTL of Eurosport en het internet werd afgestruind naar ‘vers’ nieuws en/of foto’s vanuit de woestijn.

Nu ikzelf in de rally zit is dat heel anders. Ik ben nergens meer van op de hoogte en alles komt ‘vertraagd’ aan. Wanneer ik iets ‘nieuws’ hoor is het allang geen nieuws meer. Zo hoorde ik bijvoorbeeld gisteravond pas dat zowel Gerard als Jan de Rooy de rally al hebben verlaten, dat Hans Bekx op dag 1 achterop een HINO is geklapt en dat Hans Stacey klassementsleider is bij de vrachtwagens. Ik loop dus slechts ‘enkele’ dagen achter......

De update bij de auto’s is makkelijker. Behalve de broertjes Jacobs zitten alle Nederlanders er nog in en bij de motoren missen we 5 Nederlanders. Wat er verder bij de vrachtwagens, de auto’s of de motoren is gebeurt zie ik thuis wel, wanneer ik de uitzendingen terug kijk.

De 3 belangrijkste regels binnen de Dakar zijn: ‘eten wanneer je eten kunt, tanken wanneer je tanken kunt en slapen wanneer je slapen kunt!’ Vooral met die laatste regel had ik vorig jaar nogal wat moeite. Ik wilde Dakar meemaken, alles! Dus ook ’s avonds het leven in het bivak. En dat heb ik geweten.... Niet alleen kreeg ik aan het eind van de rally lichte problemen door het slaaptekort, ook ná Dakar ben ik er nog een paar maand slecht van geweest.
Inmiddels heb ik mijn les geleerd. Tot nu toe ben ik iedere avond mooi op tijd naar bed gegaan. Alleen gisteravond heb ik het laat gemaakt. Ik kon vanmorgen immers uitslapen...

Een deel van ons ontbijt gesprek vanmorgen ging over de douches. Er hangt een spiegel, er zit een lamp in, je handdoek kun je ophangen aan een haakje en je staat niet op een pallet of in het zand, maar in een echte afspoelbak. En er is zelfs warm water! Ongekende luxe! Er staan 21 douches op rij. Het zijn allemaal houten hokjes, met roze deurtjes, genummert van 1 t/m 21. Er is meestal een echte ‘Run’ op de douches. Het is namenlijk zo dat hoe sneller je bij een douche bent hoe groter de kans is dat je warm water krijgt. Voor de deelnemers achterin het veld (die komen later binnen) betekent dat, dat zij veelal alleen nog koud water over hebben, áls er nog water is tenminste............ Wanneer iemand klaagt over een ‘koude’ douche, schiet ik in de lach. Ik kijk de tafel rond en vraag of er nog meer mensen zijn die een koude douche hebben gehad. Nog eentje. Dan vraag ik in welke douche zij hebben gestaan. ‘Hoezo, wat maakt dat nou uit? Alle douches zijn toch hetzelfde?’ In princiepe wel.............. Maar heb je achter de douches gekeken, aan de buitenkant? ‘Nee, hoezo?’ Dan zou je hebben gezien dat de eerste 10 douches een boiler hebben en de rest niet. Tip voor de volgende keer........

In de middag zit ik in het zonnetje ‘mensen’ te bekijken. Ik kijk of ik verschil zie tussen de rijders, de assistentie, de pers en de toeristen. En eigenlijk is iedereen makkelijk te onderscheiden. De pers verraad zichzelf door de veel te grote passen die ze om hun nek hebben hangen. Daarnaast lopen ze vaak rond met een schrijfblok en een pen of potlood. De mensen in de assistentie lopen in overallen en zitten onder de olie. De toeristen zien er veel te schoon uit en hebben veelal geen praktische, maar nette kleding aan. En de rijders? Die verraden zichzelf veelal door de wallen onder de ogen en de ongeschoren koppies (die je overigens ook bij de pers en de assistentie ziet).

s’ Avonds volgt de standaard procedure weer. Eten, voorbereiden en op tijd naar bed. Morgen komt er een, naar verwachting, zware marathon etappe, met zand, heel veel zand.....

8 Atar – Tichit
Iedere motorrijder is verplicht 5 liter water bij zich te hebben. Dat is voor onze eigen veiligheid. Mocht er dan onderweg iets gebeuren, dan drogen we in ieder geval niet uit. Op onze motor zit een reservoir waar dat water in kan, maar die is........leeg. Zoals bij bijna iedereen. Ik heb 2,5 liter water in mijn camelbag op mijn rug. Als ik het reservoir vul is dat eigenlijk alleen maar overbodige ballast, want als het eenmaal in het reservoir zit is het niet meer veilig om te drinken i.v.m. de smeer en alles wat er in kan zitten.

Vandaag hebben we een marathon-etappe. Volgens het het boekje wordt dit een echte zware etappe. Een etappe met veel kilometers, veel zand, veel duinen en veel kamelengras. Een etappe waarin veel rijders in het donker zullen moeten rijden, kortom een etappe waarin veel rijders uit zullen vallen..... En dat is de reden dat de organisatie nú, voor de start, de waterreservoirs aan het controleren is. En dat zorgt voor problemen. Mijn waterreservoir is leeg en zolang die niet gevult is mag ik niet starten. Ik zit al krap in de tijd en haast me terug naar de vrachtwagen. ‘Ik moet water hebben, ze zijn aan het controleren!’ Snel wordt overal water vandaan getoverd en binnen twee minuten ben ik weer onderweg richting de start. Dit keer is met een vól waterreservoir.

De route schijnt voor 80% uit zand te bestaan. In het middengedeelte worden echte zandduinen verwacht en de laatste 180 km zou, volgens het boekje, alleen uit duinen met kamelengras bestaan. Fysiek een zware etappe dus, maar ik zie ernaar uit. Zand is wel een klein beetje mijn terrein, die stenen ben ik inmiddels wel zat.

klein_2007_15

Gisteren heb ik voor mijzelf besloten dat ik vanaf de eerste minuut het gas flink open zal draaien. Vorig jaar kwam ik op deze etappe pas om 1 uur ’s nachts aan. Die dag was ik meer dan 18 uur onderweg en dat wil ik niet graag herhalen. Ik wil dit keer het donker voorblijven. In het donker is het niet alleen gevaarlijker, het kost ook nog eens 3 keer zoveel tijd en 3 keer zoveel energie.

Halverwege de dag, tussen CP1 en CP2, vind ik een ‘verdwaalde’ teamgenoot (Daniël). Ik zie hem van links komen waar ie helemaal niets te zoeken heeft. Na wat gebaren taal begrijp ik dat zijn navigatie het begeven heeft en dat hij achter mij aan gaat rijden. Op dat moment reed ik achteraan in een groepje van 5. In het tempo ‘comfortabel energiesparend doorrijden’. Maar omdat ik nu Daniël op sleeptouw moet nemen besluit ik harder te gaan rijden. Voor Daniël lijkt mij dit tempo te laag en als we in dit groepje blijven rijden heeft hij straks een slechte klassering. Dus ik schiet iedereen voorbij en we maken ons los van de groep. Daniël rijd braaf achter mij aan en kan niets anders doen dan erop vertrouwen dat ik goed rij. Drie kilometer voor CP2 springt de GPS aan. Ik volg de pijl en voordat ik het in de gaten heb rij ik door de vuilstort van het dorpje waar we net langs zijn gekomen. Dat was niet de bedoeling, maar de pijl geeft aan dat dit de kortste route is.

CP2 is alleen een stempelpost en dus mogen wij direct door. Maar Daniël moet plassen! Ik zeg, ‘doe dat maar over 50 km, bij CP3. Daar is de tankstop en dan moeten we toch 15 minuten stilstaan’. Maar goed, hij kan het niet meer houden en zonder voorrijder verdwaalt ie waarschijnlijk weer en haalt ie het bivak nooit voor het donker. Ik wacht dus maar even op hem. En terwijl ik sta te wachten komt mijn concurrente voorbij. En daar baal ik dus van, ‘Daniël, schiet op!’ Dat gaat de hele dag al zo. We hebben elkaar vandaag al een keer of 4 á 5 ingehaald. Telkens wanneer er zand komt haal ik haar in en wanneer er stenen komen haalt zij mij in. Iedere keer probeer ik even aan te pikken. Zo kan ik zien hoe zij rijd. Zij rijdt ‘anders’, zij rijdt veel naast de route en snijd veel af. Op zich is dat wel slim, maar ook risicovol.

Bij de tankstop krijg ik van Daniël de vraag of ik ‘dat kadaver’ nog heb zien liggen op de vuilstort bij dat dorpje? Een wat? Een kadaver? Nee, niet gezien. ‘Maar je reed er op nog geen halve meter langs’. Sorry, niet gezien. ‘Hoe kun je dat nou niet zien?’ Misschien omdat ik op mijn roadbook moet letten? En op mijn GPS, ICO en compas moet kijken? De goeie route moet vinden? Dat heet navigeren, weet je nog?

klein_2007_13
En zo heel af en toe moet ik voor mij kijken, zodat ik niet met hoge snelheid in een gat, op een steen of tegen een boom aan klap. Daarentegen hoeft jij alleen maar te volgen. Dan heb je iets meer tijd om om je heen te kijken..........................

Een kilometer of 30 na de tankstop zie ik mijn concurrente naast het pad zitten. Ze zit er een beetje beduusd bij. Haar motor ligt overdwars op het pad. Er is al iemand bij haar gestopt, dus ik kan gewoon doorrijden. Zo te zien is het niet ernstig en zit ze daar om even bij te komen.
 
Ik heb eigenlijk de hele dag lekker gereden tót een kilometer of 40 voor de finish, waar ik wéér met mijn rechtervoet van de voetsteun in het zand klap. En wéér doet het pijn. Ik kan er niet meer op staan en omdat ik nu zit gaat het rijden moeilijker en verlies ik veel snelheid.

Ik gebaar Daniel dat ie maar voorbij moet gaan. We zitten al ruim 60 km op hetzelfde lange mulle zandpad, tussen het kamelengras. Waarschijnlijk leid dit pad recht naar de finish en op dit moment houd ik Daniël alleen maar op. Daniël ziet mijn gebaar en gaat voorbij. Ik sukkel de laatste 40 km naar de finish en kom met licht in het bivak aan!
Eenmaal in het bivak aangekomen valt het mij op dat het rustig en leeg is. Er zijn helemaal nog niet zoveel rijders binnen!

Wanneer ik van mijn motor afstap zie ik Allard, Patrick (cameraman) en Cor aan komen lopen. Aan hun gezichten te zien heb ik vandaag goed gereden. Hoe ik dat kan zien? Ze kijken alle 3 namenlijk behoorlijk verbaasd. En dat doen ze alleen als ik óf heel goed, óf heel slecht heb gereden. En ik weet zeker dat ik vandaag niet slecht gereden heb, dan blijft er maar één mogelijkheid over. En dat idee wordt al snel bevestigt! Ik ben vandaag van een 60e naar een 44e positie gereden. Beste klassering tot nu toe én snelste dame van de dag.

Dit is de tweede keer dat ik in de top 50 finish. En dat op zo’n dag als vandaag? De zwaarste etappe tot nu toe! Dit is een dag waar veel mensen pas in het midden van de nacht aankomen of door uitputting uitvallen. En ik? Ik ben er nu al, met licht, op een 44e plaats........... 

9 Tichit – Néma
Vandaag deel 2 van de marathon-etappe. Ik heb vandaag één voordeel. Door mijn goeie klassering van gisteren start ik vandaag vooraan in het deelnemersveld, bij de snelle rijders. We starten met 2 tegelijk. Voor de start kijk ik naar de rijder naast mij en denk ‘jou laat ik niet meer gaan’. En die tactiek werkt voortreffelijk! Ik rij super lekker en ik kan het tempo goed aan. De route bestaat uit mulle zandpaden. Wat wel erg gevaarlijk is, is dat het erg veilig lijkt, maar dat er soms dikke stenen onder het zand verborgen liggen. Ik raak mijn ‘voorrijder’ toch kwijt wanneer ik bij Frans (Verhoeven) stop. Hij staat langs de kant en heeft zijn motor kapot. Ik vraag even wat er aan de hand is, maar helpen kan ik toch niet, dus rij ik na een paar minuten weer verder. Waarschijnlijk toch een beetje afgeleid, want binnen een kilometer van Frans ben ik de weg al kwijt. Ik zie een duin en besluit daar even omhoog te rijden zodat ik overzicht heb en de goeie route misschien kan zien. Ik rij de duin op en voordat ik het door heb lig ik in het zand. Dat vind ik in eerste instantie niet zo erg, tótdat ik naar mijn motor kijk. Die is gewoon voor de helft verdwenen in het zand! Dat wordt graven! Na een minuut of 10 heb ik de motor bevrijd. Ik til hem overeind en loop met de motor aan de hand naar beneden (als je namenlijk opstapt en gas geeft sta je direct weer vast).

klein_2007_14
Ik heb hierdoor 10 minuten verloren en de goeie route nog niet gevonden. In de verte zie ik een berg en ik weet dat we daar tegenop moeten, bovenop zie ik namenlijk 3 motorrijders rijden. Ik zie een paar spoortjes die richting de berg gaan en besluit die te volgen. Achteraf gezien was dat niet zo’n verstandige beslissing, want ook mijn voorgangers zaten kennelijk niet op de goeie route. Eenmaal bij de voet van de berg aangekomen zie ik nergens een pad. Waar zijn ze dan omhoog gegaan? Na 2 mislukte pogingen boven te komen besluit ik het aan de andere kant te proberen. En wat zie ik daar? 3 Spoortjes omhoog! Alleen zie ik weer geen pad o.i.d. Ik kijk omhoog, waar de sporen naartoe gaan en het ziet er niet geheel onmogelijk uit. Gas erop en proberen dan maar. En tot mijn eigen verbazing kom ik zonder kleerscheuren boven.

Volgens mij zou menig berg geit jaloers zijn. En ook hiermee (zoeken van de goeie route) heb ik weer veel tijd verloren. Ongeveer een kilometer voor de tankstop kom ik Johan (vd Laan) tegen. Hij staat langs de route, zonder benzine. En dat terwijl je in de verte de vlaggetjes van de tankstop al kunt zien. Ik ben natuurlijk de beroertste niet en sta wat benzine af. Voor de zekerheid blijf ik tot de tankstop achter hem rijden. En ook hier verlies ik weer tijd mee....

Bij de tankstop heb ik een vermoeden dat ik al ruim 30 minuten verloren heb. Eerst raakte ik de weg kwijt, daarna reed ik mij vast in een duin, toen kon ik de berg niet opkomen omdat ik het goeie pad niet kon vinden en nu heb ik Johan ook nog moeten helpen. Ik baal er wel een beetje van. Ook Michel (de Groot) staat bij de tankstop. Hij waarschuwd mij. ‘Nu moet je oppassen en geen tijd goed willen maken, daar krijg je alleen maar ongelukken van!’
Maar ja, dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Binnen 2 kilometer begrijp ik ineens precies wat Michel bedoelde. Ik wordt, tot 2 keer toe, vlak achter elkaar, bijna van mijn motor afgeslingerd. Laat ik het gas dan maar iets minder open draaien.............

Johan rijd voor mij en hij rijd hard, harder dan wat eigenlijk goed voor mij is. Maar omdat ik al veel tijd heb verloren besluit ik Johan te volgen. En dat gaat goed totdat ik een bocht mis. Ken je dat principe. Circuit maakt bocht, maar rijder niet........? Dat gebeurde mij ook. Ik kom aanrijden, trek mijn voorrem in...... Voorrem, welke voorrem? En schiet vol rechtdoor de bocht uit. Foutje..... Aha, ik heb geen voorrem meer dus... En ik weet niet hoe het met andere rijders zit, maar ik kan niet met 100 km/u een bocht van 90 graden door....

Het was vandaag weer een spannende en pittige dag. Maar bovenal ook een gevaarlijke dag. Er lagen veel stenen verborgen onder het zand die je niet aan ziet komen en voordat je het weet klap je er met 100 km/u op. Gevaarlijk dus! En ondanks alles kom ik toch nog als 50e over de finish. En daar ben ik dik tevreden mee......

10 Néma – Néma
Vanmorgen het standaard ritueel. Wakker worden, jas aan en ontbijt halen. Dit keer loop ik niet terug naar de vrachtwagen, maar blijf ik ‘hangen’ bij één van de ontbijt tafels in het bivak zelf. Er staan een aantal nederlandse persmensen te ontbijten en daar ga ik gezellig bij staan. Er wordt gepraat, geouwehoerd en ontbeten. Maar ik ben ’s ochtends nog niet zo wakker, dus ik sta er meer bij te luisteren dan dat ik wat zeg. Mijn ogen zijn wel open, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Ik heb één jus de orange gepakt, maar die is al snel op. Ik wil er eigenlijk nog wel één, maar heb geen zin om een nieuwe te halen. De persoon naast mij heeft nog een volle op zijn dienblad staan en wanneer hij even niet kijkt ruil ik die behendig om met mijn lege bekertje. De desbetreffende persoon heeft niets door en dat geeft natuurlijk veel gelach. s’Ochtends heb ik een strak schema. Ik heb precies een half uur voor het ontbijt. Wanneer ik naar de tijd vraag is het zes uur. Hoezo zes uur? Klopt dat wel? Ik hoef er pas om zes uur uit! Dan ben ik een half uur te vroeg geroepen, dat kan niet anders. Heerlijk eigenlijk, nu kan ik op mijn gemak even blijven staan. Geen hectiek deze morgen....

Maar daar vergis ik me toch nog even in. Ondanks dat half uur extra presteerd ik het toch nog om te laat aan de start te komen. Maar ik was niet de enige, zeker niet! Normaal gesproken krijgt iedereen een tijd waarop je moet vertrekken vanuit het bivak. Dit keer hadden ze de tijd gegeven waarop wij aan de start van de special moesten staan, alleen dát waren ze er even vergeten bij te vertellen.

De start van de special was 10 km buiten het bivak. Toen ik dat door had ben ik vol gas richting de start van de special gereden en eenmaal daar aangekomen hoefde ik niet te stoppen, maar mocht zo de proef inrijden. Patrick van Lee stond te wachten op zijn start (hij was kennelijk wél op tijd). Ik dacht nog ‘als Patrick mij maar niet voorbij gaat, dan moet ik de hele dag in de stof rijden’. En daarom ging ik direct vol gas de proef in.
Het was een prachtige special, 366 km lang en niet moeilijk te navigeren. Het was één lang, mul zandpad. Ik vloog de een na de ander voorbij en vroeg mij af of ze het gas niet konden vinden. Je kunt hier toch veel harder? Of zou ik nu zo hard gaan? 

Vandaag heb ik voor mijzelf maar weer eens bewezen dat je af en toe geluk moet hebben. Ik had een aantal fotografen beloofd te zwaaien als ik ze zou zien. Een paar kilometer in de special zag ik ze staan, maar was toen ook in gevecht met een quad die mij behoorlijk in de weg reed. We zaten op een pad die even onderbroken werd door een lus en daarna weer verder ging (dus het pad loopt eigenlijk gewoon rechtdoor, maar wij moeten even een kleine lus maken om opstakels te ontwijken).
klein_2007_16

Dit alles ging wat snel, ik zag de fotografen, ik zag de quad, heel veel stof, de lus en het pad rechtdoor. En wat vergat ik toen? Het belangrijkste, mijn roadbook! Ik wilde perse lang die quad, dus ik besloot rechtdoor te schieten bij de lus, op het laatste moment zag ik 2 uitroeptekens in mijn roadbook staan. Mét de mededeling dat je daar niet langs kon! Maar ik was er al en sprong via een steen over een gat weer op het pad. En daarmee heb ik bewezen dat je er echt wel langskon (al is het met heel veel geluk)! Ik was de quad voorbij, heb naar de fotografen gezwaaid en mijn beschermengel bedankt! Als ik eerder op mijn roadbook had gekeken had ik echt wel de lus gereden, maar goed, geluk moet je hebben.............

Tien kilometer voor de tankstop was ik helemaal verkrampt. Ik heb, net zoals bijna iedereen, last van mijn handen. Ze voelen gekneusd aan, niet dat ik ermee ben gevallen ofzo, maar het zal wel door de continue belasting komen o.i.d. Mijn handen zaten zo verkrampt om het stuur dat ik de koppeling en de voorrem niet meer kon gebruiken. Ik kon mijn vingers niet meer strekken. Ik kon wel zachter gaan rijden en proberen te ontspannen, maar het was nog maar 10 km tot de tankstop en ik wilde geen gas terug doen.

 

Bij de tankstop heb ik even mijn handen verzorgt (incl.nieuwe tape voor de blaren), beetje oprekken en ontspannen. Na de tankstop ging ik beter rijden, net zo hard, maar met de nadruk op het besparen van krachten. Meer staan en de vingers af en toe strekken zodat ze niet weer zouden verkrampen.

Eenmaal bij de finish aangekomen zag ik Rob van Pelt nog staan! En het eerste wat er door mij heen ging was ‘dan heb ik écht goed gereden vandaag’. Ik werd dolenthousiast ontvangen door een aantal mensen van de Nederlandse persauto’s. ‘Je bent 29e overall en na Verhoeven en Knuiman de derde Nederlander die binnen is!’ In het bivak wordt dat nog eens bevestigd. Binnen 5 minuten na aankomst staat iedereen die er ook maar iets van heeft gezien of gehoord bij onze vrachtwagen. ‘Uitleg................!’

Ik heb geen idee hoe het komt, ik kan het zelf ook niet verklaren. Ik heb gewoon heerlijk en hard gereden en ik denk dat de vermoeidheid nu bij een aantal mensen toeslaat. Ik denk niet dat ik veel harder heb gereden dan de dagen hiervoor. Ik denk eerder dat de anderen zachter zijn gaan rijden door de vermoeidheid.

Wat je nu krijgt is dat je iedere dag nog vermoeid bent van de dag ervoor. En dat stapelt zich op. Je wordt zogezegd al ‘uitgeput’ wakker. En wanneer je energiebesparend kunt rijden (en dat doe ik regelmatig) hou je energie over voor momenten waarop je het echt nodig hebt. En vandaag was zo’n etappe. De etappe was zwaarder dan verwacht, veel mensen hebben zich daar op verkeken.

Maar ja, alles blijft bij speculatie. Ik ben gewoon super blij met mijn resultaat........!!!

Néma – Ayoun
Vandaag helaas alleen een verbindingsroute naar Ayoun. Dat houd in dat we één hele lange weg hebben die bestaat uit asfalt richting het volgende bivak. Er is geen wedstrijd vandaag, er worden geen tijden geklokt en ik heb dus geen kans om tijd goed te maken van mijn achterstand op Ludivine Puy. En ik ben net zo goed bezig......
 
Voor veel mensen komt deze dag als een geschenk uit de hemel. Er zijn een aantal rijders die er fysiek helemaal doorheen zitten. Juist nu kan ik tijd goedmaken. Maar helaas krijgen de rijders één extra rustdag en de kans om zich te herstellen, erg jammer......... Maar ach, aan de andere kant.... Er zijn ook positieve punten. Nu kan ik tenminste een keer iets van de omgeving zien, een dagje relaxen en weer eens bijpraten over wat er ná de rustdag allemaal gebeurt is.

klein_2007_17

Onderweg vraag ik me wel af in hoeverre ik ‘aangetast’ ben door de Dakar. Veel mensen zijn blij met deze asfalt rit van vandaag, maar ik niet. Na een kilometer of 100 zie ik links en rechts het landschap veranderen. Er liggen een paar hele mooie glooiende duinen langs de weg. En acuut krijg ik de neiging om een ruk aan het stuur te geven en de weg te verlaten.......... Ook heb ik een paar keer de neiging om niet óver een brug te rijden, maar érlangs. Door de rivierbeddingen. Dat is toch veel mooier?

Ik vraag me af of dat normaal is? Ben ik dan al zover heen.....? Zou dit een blijvend verschijnsel zijn.............?

11 Ayoun – Kayes
Vandaag heb ik een beetje een rare start. Wanneer ik bij de special aankom zie ik eigenlijk alleen maar echte ‘toppers’ staan. Die heb ik ’s ochtends voor de start nog nooit gezien. Die zijn normaal gesproken al vertrokken wanneer ik bij de start kom. Maar ja, door mijn 29e klassering hoor ik daar nu ook een beetje bij, raar.......

Heel langzaam komen de andere rijders ook binnen druppelen. We praten nog even over de special en andere zaken m.b.t. Dakar. Wanneer ik mij klaarmaak voor de start hoor ik achter mij de opmerking: ‘we zullen Pol vandaag wel eens even terug zetten op haar plaats’.

De meeste heren rij ik nu al een paar dagen voorbij en daar zijn ze op z’n zachts gezegd niet blij mee. Ik zeg: ‘Je doet maar, ik start voor jullie, dus kom me maar halen als je kunt’. Ook wordt mij € 100 aangeboden als ik Rob van Pelt nog een keer voorblijf. Ik heb hierbij niets te verliezen, dus dat is een ‘deal’. Net voor de start kom ik erachter dat ik alleen moet starten, waarom? Normaal start je met z’n tweeën. Maar voorin het klassement start iedereen alleen. En gezien mijn klassering moet ik dat nu dus ook voor het eerst doen. Mijn eerdere taktiek (de rijder waarmee ik moet starten niet meer kwijt raken) kan dus de prullenbak in. Tsja, dat zijn de gevolgen wanneer je goed rijdt.

klein_2007_18Ik vind het maar een gevaarlijke route vandaag. Veel gaten, greppels, bomen, boomstronkjes, stenen, enz. Hierdoor rij ik niet echt op mijn gemak en ook niet zo hard als voorgaande dagen, het parcour laat dat gewoon niet toe. Al snel blijkt dat het navigeren vandaag een ware opgave is. Ik rij op plaatsen waar nergens sporen staan....... En toch weet ik zeker dat ik goed zit, het klopt gewoon met mijn roadbook.

Ik ben één keer gevallen vandaag, door een stommiteit, maar daarbij heb ik wel geluk gehad. Ik reed schijnbaar op een verhoging en op het moment dat ik voor mij geen grond meer zag was het al te laat. Ik viel, niet hard, achter een zandbultje. En tijdens mijn rol, herinnerde ik mij dat ik net iemand had ingehaald. Dus ik stond direct op en begon te zwaaien, maar ook mijn volgrijder had het niet door, schoot over het bultje, reed over mijn motor en viel. Dat hij viel vond ik niet erg, maar dat hij over mijn motor reed, daar was ik dus niet blij mee. Gelukkig had ik geen serieuze schade. Hij was over mijn achterwiel gereden en daar kan mijn motor prima tegen.

 

 

 

Na CP1 reed ik op een zandpad en ik zag in de verte een blauwe motor staan, overdwars op het parcour, met een helm ernaast. Tsja, dat kan, je ziet de hele dag motoren van uitvallers langs het parcour staan. Maar dit was anders... Eenmaal dichterbij gekomen kon ik het nummer zien. Viertien! Dat is Frans Verhoeven, teamgenoot van afgelopen jaar. Ik schrok en begon vaart te minderen. Waar is Frans? Wat is er gebeurt? Zou het ernstig zijn?  
Gelukkig zie ik hem verderop, naast het parcour, rechtop in de helicopter zitten, bij bewustzijn en pratend met 2 mensen van de organisatie. Later bij aankomst in het bivak hoor ik wat Frans heeft en hoe het met hem gaat. Gelukkig ‘alleen maar’ 2 schouders uit de kom. Het klinkt hard, maar het kan tien keer erger bij die fabrieksjongens. Ondanks een niet ‘lekkere’ dag, kom ik toch weer als 29e binnen, dit keer als 2e Nederlander door het uitvallen van Verhoeven. Hoe kan dat? Ik heb niet fijn gereden. Maar al snel blijkt dat bijna iedereen wel ergens fout is gereden, behalve ik.

Dit alles geeft een raar gevoel. Niet lekker rijden en toch goed klasseren. En dan Frans.... zo dichtbij de finish en met zo’n mooi resultaat. En dan toch uit de rally, het kan allemaal. Ik begin me te realiseren dat we nog maar 2 ‘echte’ etappes hebben te gaan. En natuurlijk de laatste dag nog een rondje om het Lac Rose moeten rijden.

Dus......... snelheidsbegrenzer erop en zijwieltjes eraan, ik wil Dakar halen.......!

12 Kayes – Tambacounda
Vandaag weer een gevaarlijke route. Ik ben gestopt met het ‘aanvallen’ van Ludivine Puy. Ik heb in een paar dagen tijd meer dan 2 uur goedgereden en daarmee voor mijzelf bewezen dat ik het kan.

klein_2007_19

Nu rest er alleen nog een technisch parcour, zonder zand. Dat ligt Puy meer dan mij. Daarnaast is het tot aan Dakar, opgeteld, nog ‘slechts’ een paar honderd kilometer. Dat is te weinig om de achterstand van, nu nog, 3 kwartier nog goed te maken. Dat wil niet zeggen dat we er al zijn of dat ik het heb opgegeven. Ik kijk alleen naar boven in het klassement, maar ook voor mij geld dat er maar één klein foutje gemaakt hoeft te worden om óf te kelderen in het klassement óf uit te vallen. Maar dat geld ook voor Ludivine Puy. Eén foutje en ik ben erlangs............

Maar goed, ik heb de keus gemaakt om naar Dakar te rijden. Het gas gaat iets terug en daarmee worden de risico’s iets beperkt. Ik heb niets meer te winnen, wel heel veel te verliezen, na zo’n mooie Dakar.....

Ik kom vandaag dan ook niet echt in mijn ritme. Bij de tankstop zie ik dat er al 2 toppers zijn gecrashed. De motor van Marc Coma staat verlaten aan de kant, zonder enig spoor van Marc Coma zelf. Aan de andere kant staat de motor van Isidre Esteve Pujol. En Isidre zit versuft op een stoel bij te komen. Maar hij zit nog, dus overleeft ie het ook wel..........

Toch geeft dit aan hoe verraderlijk het parcour is. Nu ik dit zo zie ben ik blij dat ik voor de ‘finish’ heb gekozen. Stel je voor dat je 2 dagen voor de finish nog even uit valt, dat zal zeer doen (psychisch).

Een kilometer of 50 voor het einde van de special draai ik het bos uit, een breed gravelpad op. Mijn knie doet zeer en ik heb geen idee hoe dat komt. Het is een brandend gevoel. Wanneer ik naar beneden kijk zie ik dat er benzine uit de tank lekt, ter hoogte van mijn knie. Aha, dat verklaart dan direct dat ‘brandende’ gevoel........... Ik zet de motor aan de kant en besluit het lek niet te repareren, maar alleen de benzineslangetjes anders aan te sluiten. Daarmee verlies ik de minste tijd. Ik kan de tank ook wel proberen te repareren met kneedbaar aluminium, maar het is nog maar 50 km tot aan de finish en ik heb genoeg benzine om de finish te halen, ook met een lekke tank...... Eenmaal aan de kant zie ik in de verte een blauwe motor aankomen, deze rijd vol gas. De rijder ligt plat op de motor om zo min mogelijk wind te vangen. De gele helm steekt net boven de kuip uit. Ik herken de rijstijl, de helm en de motor. Dat is Daniël. Hij is zo geconcentreerd aan het rijden dat hij mij niet ziet staan en voorbij sjeest. Ik ben lichtelijk overdonderd door zijn snelheid, wat gaat hij hard! En dan ineens denk ik ‘wat hij kan, kan ik ook, ik heb dezelfde motor’. Ik heb mijn benzineprobleempje opgelost, stap snel weer op en zet de achtervolging in. Dit vind ik dus prachtig. We zitten op een breed gravelpad en hier kun je mooi glijdend door de bochten en een hoge snelheid halen. Toch heeft Daniël aan het eind van de dag een topsnelheid van 151 km/u, terwijl ik niet verder kwam dan 149 km/u. Erg jammer. 150 km/u klinkt een stuk beter dan 149 km/u ...........

Ik heb vandaag geen valpartijen gehad en mijn motor in één geheel afgeleverd. Zo doe ik dat eigenlijk de hele Dakar al. Vorig jaar kwam ik bijna iedere dag met schade binnen. Variërend van heel weinig schade, zoals bijvoorbeeld een kapotte handkap. Tot heel veel schade, zoals het verliezen van voorspatborden, gescheurde kuipdelen, kromme sturen, enz. Dat is dit jaar heel anders en de monteurs zijn daar dan ook erg blij mee. Het zijn niet voor niets monteurs en geen schadeherstellers. Natuurlijk verlies je tijdens de Dakar zo hier en daar wel eens een sticker of een voorspatbordje. Dat is normaal. Daarom heb ik vanavond extra werk. Morgen is de laatste ‘echte’ etappe en komen we in Dakar aan. Daar staan alle fotografen en cameramensen ons op te wachten voor het schieten van die ene mooie plaat. En ik wil dan dat alles er spik en span uitziet dus vanavond ga ik na mijn roadbook en alle andere voorbereidingen nog stickers plakken en mijn motor poetsen.

Door dit alles ben ik de laatste rijder die nog op is. Sterker nog, bijna alle assistentie is ook al naar bed. Ik ben klaar met alles wat ik wilde en ga nog even wat eten voor het slapen gaan. Ewout (hoofdmonteur) is ook nog op en heeft ook nog niet gegeten, dus hij gaat mee.

Tijdens het eten hebben we het nog even over deze Dakar. Over de verschillen tussen vorig jaar Dakar en dit jaar Dakar. En dat zijn er heel veel, sterker nog, je kunt het niet vergelijken. Het zijn 2 totaal verschillende Dakars geweest. Ik heb zelf geen uitleg voor mijn prestaties, niemand niet volgens mij. De eerste week zat het een beetje tegen, toen was ik ziek, maar tegen de rustdag aan kreeg ik vleugels (en dat lag niet aan de Red Bull) en reed ik de top 50 binnen. Ik ben voornamelijk blij met het feit dat alles goed is gegaan en dat ik niet één van de laatste dagen uit ben gevallen door een valpartij. Dan zou de media vast en zeker hebben geroepen dat ik overmoedig zou zijn geworden. En dat ben ik dus niet. En iedereen die mij kent weet dat, zo zit ik gewoon niet in elkaar. Dat is niet mijn stijl.

Maar ja, een ongeluk zit in een klein hoekje en is zo gebeurt.........

13 Tambacounda – Dakar
De laatste ‘echte’ dag!!! Deze laatste dag wil ik lekker ontspannen uitrijden. Zonder rare dingen te doen en zonder problemen. Alleen loopt dat niet helemaal zoals gepland. De problemen beginnen zelfs al vóór de start. Voor de start ben ik iets aan te eten en sta ik naar mijn motor te kijken. Mijn benzinetank is gisteren gerepareerd. Maar wat zie ik daar? Hij lekt weer, op hetzelfde punt. Balen.... Maar waarschijnlijk haal ik het wel op 2 tanks (in totaal heb ik er 3, 2 grote en 1 kleine). Ik start gewoon met de lekke tank en wanneer die op is ga ik verder op de 2 goeie tanks. Dat is gewoon een kwestie van de juiste benzineslangetjes aansluiten en de verkeerde los koppelen. Maar tot mijn grote schrik zie ik dat ik mijn andere tank ook lek heb. De 2 grote tanks zijn dus lek en de tweede loopt nog sneller leeg dan de eerste. Het was nog geen probleem, maar nu zou het wel een probleem kunnen worden.
Ik gooi alles uit mijn heuptasje en laat alles wat ik niet nodig denk te hebben achter. De rest verdeel ik over mijn jaszakken en alles wat daar niet bij in past tape ik vast op de motor.

Raar eigenlijk. De hele Dakar heb ik nog geen problemen gehad en dan krijg je dit op de laatste dag, ach ja, dat is Dakar. Ik scharrel wat waterflesjes bij elkaar en vul deze met benzine door bij enkele andere rijders benzine ‘af te tappen’. Voor de start heb ik 4 flesjes kunnen vullen. Meer krijg ik niet mee, mijn heuptasje zit vol. Ach ja, het is niet anders, de finish halen doe ik toch wel! Als ik de benzine op heb en de flesjes heb gebruikt, tap ik gewoon benzine af bij de motorrijders die nog achter mij aankomen en anders laat ik me wel slepen, er rijden nog genoeg mensen achter mij. Ik maak me er dus eigenlijk nog niet zo heel erg druk over. Het zal wel goed komen.........

Ik start als 70e en kom als 68e bij CP1 aan. Ik ben lekker relaxt aan het rijden. Uiteraard ben ik een keer gestopt om de benzine slangetjes over te zetten, maar dat gaf geen problemen en in ‘no time’ reed ik weer verder. 

Alles gaat naar wens, tót een kilometer of 25 na CP1 (op km 140 ongeveer). Ik reed 90 op een pad waar je met gemak 110/120 kon rijden. En daar is ergens iets redelijk fout gegaan. Het laatste wat ik me kan herinneren is dat er een flauwe bocht naar links inzat en dat er daarna een boom overstak, zomaar, zonder waarschuwing........ Ik klapte uiteraard frontaal op de boom en daarna ging alles zo snel dat ik niet precies meer weet wat er is gebeurd. Stom is dat eigenlijk, het gebeurt in een fractie van een seconde, terwijl je de valpartij in een soort van ‘slow motion’ beleefd.

Maar goed.......Overstekende bomen? Een grote wandelende tak? De echte versie................? De echte versie is als volgt: Ik maakte een foutje en schoot van het pad af overdwars richting een boomstronk. Er was overal ruimte om van het pad af te schieten, behalve op het punt waarop het mij overkwam. Heel even dacht ik dat ik nog voor of achter de boomstronk langs te schieten, maar dat was niet het geval. En je motor met 90 km/u op een boomstronk parkeren is ook geen aanrader. Voor de klap kon ik nog net mijn voet tussen de motor en de boomstronk wegtrekken, waarna ik werd gelanceerd. De landing was enkele meters verder, zonder motor...... Ik weet niet precies hoe ik neer ben gekomen, maar ik weet het eindresultaat nog wel....... Flinke hoofdpijn, een pijnlijke nek en een zere knie. Toen ik eenmaal stil lag probeerde ik alles even te bewegen. Na zo’n valpartij doet meestal alles zeer, maar deze 3 dingen kregen van mij de aandacht.

Mijn eerste gedachte was ‘blijf nu maar liggen, dit is niet goed gegaan’. Heel even bleef ik liggen om op adem te komen, ik was lichtelijk versuft en vroeg me af of ik gevaarlijk lag. Ik had eigenlijk geen idee waar ik lag, maar ik lag met mijn rug tegen de rijrichting in, dus ik zag niets aankomen. Ondanks dat ik daar wel weg wilde bleef ik rustig liggen.

Ik hoorde achter mij, in de verte, een motor aankomen. Hij stopte en begon tegen mij te praten. Ik verstond er echter niets van. Ik zag aan zijn helm dat het een Italiaan was, maar hij sprak geen woord Engels en ik geen woord Italiaans. Ik had meer zoiets van: ‘Man, laat me even met rust en praat niet zo hard, je echoot door mijn hoofd’.
Met gebarentaal probeerde ik hem uit te leggen dat alles oké was en dat hij verder kon rijden. Ik wilde gewoon even blijven liggen om krachten te sparen en bij te komen van de valpartij. Dat geloofde hij niet, hij had het zien gebeuren en wilde eerst zien dat ik overeind kon komen. Na een minuut of 5 hielp de Italiaan mij overeind, eerst zittend, later staand, waarna ik binnen 2 seconden ook weer op de grond lag. ‘Aha, ik kan dus niet op mijn knie staan’. Maar ja, dat is ook niet noodzakelijk, zittend op de motor kun je ook de finish halen................

Ik wilde niet nog een poging doen om op te staan, althans, niet direct, dus bleef ik zitten, maar wel rechtop! Ik probeerde de Italiaan nogmaals duidelijk te maken dat alles oké was en dat hij verder kon rijden. Ik vroeg hem alleen mijn motor op te halen. Deze lag een meter of 30 terug in de buurt van de boomstronk en aangezien ik niet op mijn been kon staan had ik het vermoeden dat lopen ook lastig zou kunnen worden...... Inmiddels was er nog een tweede motorrijder gestopt. Die beste man ging mijn motor halen en zette deze netjes naast mij neer.
Ik wist hen te overtuigen dat ze mij daar wel achter konden laten. Ik bedankte beide heren waarna zij hun pad weer konden vervolgen.

Ik was ervan overtuigd dat ik al mijn jokers in één keer had verspeeld. Zo’n valpartij en er dan zonder ‘ernstig’ letsel vanaf komen. Het geluk was dus aan mijn kant. Daarnaast was ik een rijdende ‘bom’ met al mijn flesjes benzine om mijn middel. En ook al die flesjes hadden de valpartij goed doorstaan. Pfff........ Wat wil je nog meer? Nog één ding............ Dat de motor het nog doet. Is dat belangrijk? Ja! Als je Dakar wilt halen wel.

Ik zat versufd en verontwaardigt naar mijn motor te kijken. Zoveel schade, hoe kon dit nu nog gebeuren? Eén dag voor de finish. Wat had ik fout gedaan, wat was er gebeurd? Had ik er iets aan kunnen doen? Zou mijn motor nog lopen? En zo had ik nog wel 100 vragen. Al snel kwam ik tot de conclusie dat dit soort dingen nu eenmaal kunnen gebeuren en dat ik er waarschijnlijk niets aan had kunnen veranderen.

Maar hoe moest ik nu de finish halen? Dit keer zeek de benzine er aan alle kanten uit. En dat niet alleen. Vanaf het punt waar ik zat kon ik zien dat het stuur krom was, de kuip van de motor beschadigd was, het voorspatbord gescheurd was, de achterkant van de motor beschadigd was, enz. Verder zag ik allemaal glas, maar ik kon niet achterhalen waar dat vandaan kwam (achteraf gezien, van mijn ICO). Het leek wel of er niets meer in originele staat was. Even later bleek ook dat al mijn electronica het had begeven en dat mijn roadbook beschadigd was. Maar......... Dit alles kun je missen! Er is één ding belangrijk, en dat is het blok. En met één druk op de electrische start liep mijn motor weer. Niets aan de hand dus....

Ik ben (heel stom) zo weer beginnen te rijden. In de richting, waarin ik de laatste motorrijder had zien vertrekken. Ik was versufd, niet geconcentreerd en had geen navigatie. Ik had hoofdpijn, kon mijn rechtervoet niet op de voetsteun zetten i.v.m. mijn knie en hing schuin op de motor, met mijn arm op het stuur. Ik wilde wat drinken, maar mijn camelbag was geknapt tijdens de val, dus daar zat niets meer in. Ik moest nog 90 km en sukkelde met een vaartje van 50 over de route. Ik had eigenlijk geen idee hoe ver ik nog moest en of ik wel goed reed. Ik wist ook niet waar ik precies gevallen was. Na een half uur gaf mijn motor het op. Geen benzine meer...........

Kwamen mijn flesjes toch nog goed van pas! Ik had geen idee waar ik zat. Ik volgde gewoon de sporen. En af en toe werd ik ingehaald door ander motorrijders. Dan moet ik wel goed zitten, anders zitten zij ook allemaal fout. Ik ben op de route nog een paar keer afgestapt omdat alles begon te draaien. En het enige dat hoort te draaien zijn mijn wielen, niet mijn hoofd. Ik ging telkens even naast de motor liggen om bij te komen. Ik durfde niet door te rijden en nog een keer van de motor af te vallen. Dus telkens wanneer het begon te draaien en ik niet alles meer scherp zag ging ik aan de kant zitten. 50 Kilometer voor het eind kreeg ik ineens een helder moment. Er schoot mij te binnen dat ik niet teveel tijd mocht verliezen, omdat ik dan net buiten de top 50 zou eindigen, i.p.v. erbinnen. Die gedachte sloeg op dat moment natuurlijk helemaal nergens op, maar ik ben toen toch weer harder gaan rijden (voor zover ik nog hard kon rijden, de omstandigheden lieten het niet echt meer toe).

Eenmaal bij de finish werd ik opgevangen door iemand van de organisatie. Hij zag direct dat het niet helemaal goed ging. Dat was ook niet moeilijk te zien. Zoveel schade en een rijder die bij de finish bijna omvalt......

klein_2007_20klein_2007_21

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hij vroeg of ik een dokter nodig had, maar ik zei dat ik genoeg had aan een flesje water. Ik ben doorgereden en 50 meter verderop gestopt en aan de kant gaan zitten. Aan de finish stonden heel wat Nederlandse fotografen. En iedereen verwachtte vrolijke gezichten te zien. Dit was de onofficiële finish, dan moet je lachen, dan ben je blij! Maar op mijn gezicht was vanalles af te lezen, behalve blijdschap.

klein_2007_22klein_2007_23

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Peter Stijkel kwam ongeveer tegelijk met mij aan de finish. Na drie eerdere pogingen heeft hij nu in zijn vierde Dakar, de finish (de onofficiële finish wel te verstaan) gehaald! Eindelijk! Hij heeft ervoor gevochten en het is hem 100% gegunt! Verontwaardigt keek hij naar mijn motor. ‘Wat is er er gebeurt?’ Heb jij die overstekende boom dan niet gezien? Die grote wandelende tak? Meer uitleg hoefde ik niet te geven. De schade sprak voor zich......

klein_2007_24klein_2007_25

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Bij de finish kon getankt worden. We moesten nog een verbindingsroute rijden richting Dakar, van 227 km. Peter hielp mij door mijn motor af te tanken. Ik vulde mijn flesjes weer met benzine en Peter zou achter mij aan rijden tot aan Dakar. Niet alleen i.v.m. mijn benzine problemen, maar ook om op mij te letten. Ik was nog steeds suf van de valpartij en mijn motor kon ongeziene gebreken hebben.

Na 3 kwartier rijden moest ik even aan de kant om ongelukken te voorkomen. Ik kon het niet meer volhouden, ik begon fouten te maken en te slingeren. En op de openbare weg kan dat dubbel zo gevaarlijk zijn (gelukkig is daar niet zoveel verkeer). Na een minuut of 10 gingen we weer verder. Bestemming...... Dakar.

20 Kilometer voor Dakar zat ik me te bedenken hoe ik RTL kon omzeilen bij het Meridien (aankomst punt in Dakar). Ik was te suf om het uit te leggen, alleen praten was al vermoeiend. Mijn plan was om gewoon mijn helm op te laten en direct door te rijden naar onze vrachtwagen. Het zou niet positief zijn om op die manier in beeld te komen.

In Dakar werd ik door moeders opgewacht. Dit jaar had ze gezegd niet naar Dakar te komen, maar ze stond er toch! En dat doet je toch wel wat wanneer je aankomt. Ze is mijn grote steun en toeverlaat, samen met mijn broer. Helaas kon ik haar enthousiaste ontvangst niet net zo enthousiast antwoorden. Ik zag de camera’s staan en vroeg waar onze vrachtwagen stond, terwijl ik mijn moeder omhelsde. Ik hield mijn helm op en reed daarna direct door naar de vrachtwagen. Ik stopte voor niets of niemand. Ik had nog maar één doel. Liggen!
Bij de vrachtwagen werd direct een matje en een kussen gepakt en achter de vrachtwagen neergelegd, weg van de drukte, weg van de menigte. Mijn motor werd aangepakt en vanaf dat moment werd alles geregeld. Ik kon gaan liggen en tot rust komen……

Wat een dag…. En wat is er in godsnaam allemaal gebeurd? Ach, wat doet het er ook toe. Ik ben binnen.................... met nog maar één dag te gaan!!!

14 Dakar – Dakar

Ik zag er gisteravond al tegenop. Vandaag opstaan............... Alles gaat moeilijk. Mijn hals en nek hebben moeite om mijn hoofd rechtop te houden en mijn hoofd daarentegen heeft weer zijn eigen problemen. Maar het lopen is op dit moment het grootste probleem. Mijn knie is flink opgezwollen. Ik heb er gisteren wel ijs op gedaan, maar tussen de crash en het ijs zt ongeveer 5 uur verschil. En dat is teveel……….. Gisteravond had ik me er geestelijk al op voorbereid. De ochtend na een crash is er altijd een om snel te vergeten. Dan is alles stijf en doet alles pijn. Gelukkig werd het al snel beter toen ik wat meer in beweging kwam. Bewegen doet wonderen. Dan worden de spieren warmer, de doorbloeding komt op gang en de pijn neemt af. En wat ook altijd helpt: de gedachte dat het vandaag de laatste dag van Dakar is. Of je het geloofd of niet, die gedachte kan wonderen verrichten………

Vannacht heb ik buiten geslapen, naast de vrachtwagen. Het is hier lekker warm, dus ik heb geen tentje opgezet. Alle assistentie is gisteravond laat richting het hotel gegaan, wij (de rijders) bleven bij de vrachtwagen. Dat scheelt al snel weer 2 á 3 uur reistijd.

Voor de Dakar had ik ingezet op de laatste dag. Een parcour alleen maar uit zand bestaande en met de lengte van een crosswedstrijd (+/- 10 min).  Dan ben ik zo dicht bij de finish, dan kan ik het risico wel nemen. Dat was mijn gedachte. Eén keer een leuke klassering…. Inmiddels heb ik de tweede Dakar bijna achter de rug. Met de héle tweede week alleen maar leuke klasseringen…. En na het voorval van gisteren vind ik het wel goed zo.
De monteurs hebben mijn motor weer opgelapt, de belangrijkste dingen zijn gemaakt, de schade hebben ze gewoon laten zitten. Uiteraard in overleg met mij. Voor die ene dag maakt dat mij niet meer uit. Zolang de motor goed loopt ben ik tevreden.

Onderweg richting de start (offroad) krijg ik een dejavu. Ik ga namenlijk, net zoals vorig jaar, al vóór de start onderuit, in het zand, dat wel gelukkig. Wanneer we opgesteld staan voor de start begint het toch te kriebelen. Ik kijk uit over het strand. Dit nodigt toch uit om hard te rijden? Wat kan er nu nog mis gaan? Al moet ik kruipend over de finish, ik kom aan, dat weet ik zeker. En in Nederland heb ik tijd genoeg om te herstellen. Hier had ik op ingezet. Hier wilde ik graag even laten zien dat ik een motorcrosser ben. We staan met 20 man op één lijn. Wachtend op het signaal van de start. Het vuur wordt ontstoken (startsein) en we schieten met z’n allen weg. Ik rij goed mee, vooraan in mijn groep zelfs! Uiteindelijk haal ik toch nog mijn mooie klassering op de laatste special. 35 Vandaag, zoals ik voor de Dakar al stiekem had gepland….

klein_2007_27

Nu is het weer voorbij. Ik ben het podium opgereden en heb mijn prijs in ontvangst genomen.

Mijn 2e Dakar, wie had dat gedacht? Op deze manier? Vorig jaar liet ik de ‘ongelovigen’ versteld staan door aan te komen. Dit jaar liet ik ze versteld staan door hard te rijden. En ook deze Dakar waren er weer veel uitvallers. Soms vanwege technische redenen, soms door uitputting, maar veelal door valpartijen en daarmee samenhangende blessures. En ik? Ik heb het wéér gehaald. Mét geluk, dat geef ik toe. Maar zonder geluk vaart niemand wel……….

Veel mensen vragen mij de 2 Dakars te vergelijken, maar dat kan ik niet. En dat wil ik ook niet. Het waren 2 niet te vergelijken Dakars. Wat ik wel kan zeggen is dat ik ‘opgelucht’ ben. Waarom? Voor mijzelf heb ik vorig jaar al bewezen dat ik ‘Dakar waardig’ was. Voor de rest wilde ik bewijzen dat vorig jaar geen geluk was. En nu, met het behalen van mijn 2e Dakar heb ik dat bewezen. Dakar haal je niet met alleen maar geluk, daar komt meer bij kijken.

 

Na mijn eerste Dakar heb ik heel lang getwijfeld. Moest ik nog wel een keer gaan? Kon het nóg mooier dan vorig jaar? Mijn droom was om ooit op de motor deel te nemen aan Dakar. Dat was inmiddels gerealiseerd, waarom dan nog een keer gaan? Dit bleef een aantal maanden door mijn hoofd spoken. Daarna kwamen de vragen: Waarom zou ik het niet nog een keer kunnen? Waar ben ik bang voor? Bang om het ‘perfecte’ plaatje van de onvermoeizame ‘ik’ te verliezen……..? Eind mei hakte ik de knoop door en ging de inschrijving voor Dakar de deur weer uit. En het heeft zich beloond……

Dit keer hoef ik er niet meer zo lang over na te denken. Volgend jaar, Dakar 2008 ga ik weer………….

klein_2007_28

 

Honda Desert Adventure

Honda Desert Adventure