Vooraf
Dit jaar heeft mijn Dakar dagboek enige uitleg vooraf nodig om verderop in mijn verhaal alles goed te kunnen volgen.
Mijn voorbereiding op de Dakar dit jaar was verre van ideaal. Het begon al in augustus toen onze teammanager Henk (teameigenaar/opperhoofd) een ernstig ongeluk kreeg. Al snel werd duidelijk dat wij enkele taken van hem moesten overnemen in de voorbereiding. Ikzelf ben sinds 2008 bij Team Honda Europe betrokken. Henk, Hans, Gerrit en Marcel zijn in mijn ogen de 'vaste kern' van het team, de één met wat meer ervaring dan de ander, maar gezamenlijk zijn zij de spil van het team. Henk had het even wat moeilijker en de technische en logistieke taken werden zonder problemen door de overige 3 heren overgenomen. Het kantoorwerk/de papierzaken zijn echter mijn gebied, dus dat probeerde ik zoveel mogelijk op te vangen.
Daarbij kwam dat ik dit jaar op zoek was naar een nieuwe hoofdsponsor. Deze vond ik begin augustus en daarmee leek mijn budget grotendeels gedekt. Tot ik half oktober een telefoontje kreeg met de mededeling 'wij moeten ons terugtrekken'. Dan sta je met je rug tegen de muur. Nog 1 maand voor het inschepen, de motor al besteld, de inschrijving al betaald, de eerste betaling aan het team al voldaan, terug kan niet meer... Ik moest alles op alles zetten om nog een nieuwe hoofdsponsor te vinden. Maar dat kost tijd, veel tijd, en nog meer energie... Trainingen werden ingeruild voor presentaties op beurzen en evenementen en afspraken met potentiële sponsoren.
Twee dagen (eind november) voor het inschepen vond ik in Kuipers Logistics te Oldenzaal mijn nieuwe hoofdsponsor. Eén gesprek, kort maar krachtig en we waren eruit. Mijn motor werd wit ingescheept, maar moest in de blauw/gele kleuren aan de start verschijnen. Er moesten nog stickers komen, kleding, enz. En ik had nog drie weken de tijd om o.a. dat te regelen...
De laatste 'tegenslag' kreeg ik begin december. Na mijn valpartij van vorig jaar (gescheurde kuit spier, traumahernia, ontwricht sleutelbeen en gebroken ribben) verliep het herstel eigenlijk redelijk naar wens. Pas in december begon ik door te krijgen dat mijn been niet volledig hersteld zou zijn voor de start. Ik had al wel gereden, en ook zonder problemen, maar hoe gaat dat wanneer je 2,5 week achter elkaar moet rijden? En dan veel langer dan wat je normaal gewent bent?
Al met al ging ik dus met redelijk wat twijfels de Dakar in. Ik wist dat ik vermoeid was door de laatste maanden van voorbereiding. Zowel tussen de oren als fysiek, en ik wist wat me te wachten stond (ongeveer). Zou ik me dit keer staande kunnen houden? Zou ik mee kunnen doen voor het podium? Zou ik het fysiek überhaupt wel aan kunnen deze keer?

25 t/m 28-12-2010 Vertrek en ontvangst team
Het ontbreken van een hoofdsponsor in de voorbereiding vergt veel energie, heel veel energie. Het is eerste kerstdag en ik wordt door mijn moeder uitgezwaaid op Schiphol. Henk, de teammanager, is er ook om mij en Alexey Naumov (Russisch teamgenoot) uit te zwaaien. Alexey en ik vliegen 2 dagen eerder dan ons team. Alexey wil meer tijd om te acclimatiseren, ik wil eigenlijk alleen maar 2 dagen rust. Weg uit de drukte en de hectiek van de laatste maanden.
Twee dagen later vertrekken wij na ons ontbijt richting het vliegveld om de rest van ons team af te halen.
Quinn Cody (onze Amerikaanse toprijder) is de eerste die aankomt en dat is enigszins vreemd, want die heeft een andere vlucht en die zou pas een uur ná de rest van het team komen. Ik herken hem van zijn pasfoto in zijn paspoort en begroet hem (dat is het voordeel als je in de voorbereiding het papierwerk regelt). Niet veel later begroeten we ook de rest van ons team. Maar ik mis er twee? Waar zijn Vadim en Vladislav? (vader en zoon). Vadim is een bekende, hij is net zoals ik ook al sinds 2008 bij dit team betrokken. Hij heeft tot nu toe de finish nog nooit gehaald, maar hij gaat het gewoon weer proberen. Karakter heeft hij genoeg. Vadim en Vladislav komen uit Oekraïne en wanneer ik naar hen vraag hoor ik dat hun vliegveld is ingesneeuwd en dat ze nu via Rusland proberen te vliegen. Als dat maar goed komt...
We zijn met 15 personen, maar hebben zeker wel 20 karretjes. Behalve onze koffers, tassen en gebruikelijke extra tassen met onderdelen, gereedschap, enz. hebben wij ook nog 60 bib-moussen bij ons, die niet voor het inschepen in Le Havre, eind november, geleverd konden worden en dus nu als bagage mee moesten. Wij gaan direct richting de haven om onze materialen op te halen. Gelukkig hebben we een 24 persoons bus en zijn we maar met 15, dat moét passen. Wanneer de laatste instapt is niet alleen het bagageruim, maar ook de bus tot aan het dak toe gevuld! Als de chauffeur straks een keer onverwacht moet remmen hebben wij een heel groot probleem... Na 2 uur rijden komen we in de haven aan, de bus wordt uitgeladen en ik regel onze toegangsbandjes. De mensen met een toegangsbandje mogen het terrein op, de rest blijft bij de bagage. En dan begint de ellende. Het is weer super geregeld.
Er zijn 2 personen, de een maakt kopieën van alle paspoorten en kentekenbewijzen, de ander vult 2 formulieren in en moet de sleutels afgeven. Dat schiet dus niet echt op, met als resultaat dat er een onnoemelijk lange rij met Dakar deelnemers staat en de gemiddelde wachttijd ongeveer 2 uur bedraagt. En er is niets wat je daar tegen kunt doen... Dakar is weer begonnen!
29-12-2010 Stickers plakken
Onze assistentie heren hebben vanmorgen om 7 uur al ontbeten en zijn daarna direct naar het assistentiepark gegaan. Wij (de rijders) doen het iets rustiger aan. Ik ontbijt om 9 uur en ga daarna terug naar mijn kamer om nog wat dingen te ordenen en nog wat op mijn laptop te werken.
Tegen een uur of 11 vertrek ik ook richting het assistentiepark. Ik zie dat Michel met mijn motor bezig is, dus ik ga eerst mijn spullen in de vrachtwagen pakken. Ik maak onze nieuw rijders een beetje wegwijs en vertel ze hoe alles gaat en waar ze wat kunnen vinden.
Morgen hebben we keuring en dan moet alles klaar zijn, maar zolang Michel met mijn motor bezig is kan ik geen stickers plakken. Tegen drieën besluit ik terug te gaan naar het hotel. Daar slaap ik een paar uurtjes om vervolgens tegen zessen weer terug naar het assistentiepark te gaan. Daar moet ik nog een uurtje wachten en tegen zevenen kan ik eindelijk beginnen. Mijn stickers passen niet echt, dus ik moet veel passen, meten en bijknippen. Met als resultaat dat de heren om 23 uur de lamp uit doen en ik nog niet klaar ben. Dan morgenvroeg maar weer vroeg verder, want wij hebben keuring om 11.30 uur en het moet voor die tijd af.
Ik ben moe en wil eigenlijk direct naar bed, maar wij hebben nog niet gegeten en dat moet je eigenlijk ook niet overslaan. Tegenover ons hotel zit een restaurant. We komen daar pas tegen 23.30 uur aan. Ik bestel spaghetti, dat vult en kunnen ze snel maken. Een half uur later heb ik het op. De rest zit iets uitgebreider te tafelen, maar daar ga ik niet op wachten, ik wil naar bed, het was een vermoeiende dag.
30-12-2010 Keuring
Onze keuring begint om 11.30 uur. Om 10.30 uur heb ik mijn motor klaar en kunnen we vertrekken.
We zijn mooi op tijd. Wij (de motoren) moeten nog tanken. Ik rij vast vooruit met de motoren naar ons vaste tankstation. Maar wanneer we daar aankomen blijkt het tankstation geen benzine meer te hebben. We wachten op de rest en rijden dan door, ik heb even kort overlegt en volgens mij moet er nog een tankstation op de route liggen, maar helemaal zeker weet ik het niet. Niet alleen het tankstation is niet helemaal zeker, de route ook niet. Het is alweer een jaar geleden, dus ik rij wel heel stoer op kop, maar helemaal zeker van de zaak ben ik niet. Gelukkig klopt het allemaal. We vinden het tankstation en het is direct duidelijk dat deze wél benzine heeft, er staat een rij tot op straat en het tankstation is afgezet om alles in goede banen te leiden.
Probleem is alleen dat wij geen tijd hebben om netjes achteraan aan te sluiten en ik geef de jongens een seintje dat ze mij moeten volgen. Wij rijden in tegenovergestelde richting het tankstation op. We lachen vriendelijke naar de tankstation medewerkers, die het allemaal prachtig (en prima) vinden en wij worden zonder moeilijk te doen, direct geholpen. Quinn kijkt mij aan en zegt, ´that´s how it works, nice, good job´.
Tijdens de keuring maak ik de heren keurig wegwijs en stuur ze op pad. Ik ga eerst even zitten en iets drinken, ik ben al redelijk ko. Vanmorgen was er geen ontbijt in het hotel en ik heb nog niets gegeten of gedronken en het is inmiddels al 13.00 uur. Daarnaast moet ik nog bandjes regelen voor onze gast (Johnny Campbell) en enkele oude bekenden begroeten.
Een half uur later dan de rest begin ik ook aan mijn administratieve keuring, na ongeveer 2 uur kom ik als eerste weer naar buiten
Na de administratieve keuring komt de technische keuring. Daar is het druk en bestaat onze bezigheid vooral uit wachten, wachten en nog eens wachten. Alles bij elkaar neemt uiteindelijk zo´n 8 uur in beslag. Ik ga uitgeblust terug richting hotel... Ik steek de straat weer over, eet wat en ga ook nu weer in één streep naar mijn kamer.
31-12-2010
Onze enige vrije dag voor de start. Om 9 uur zit ik aan het ontbijt, daarna kijk ik mijn mail voor de laatste keer in. Verder heb ik nog wat spullen nodig voor de Dakar, dus niet veel later loop ik de straat door voor enkele laatste inkopen. Iets na 12-en vertrek ik richting onze vrachtwagen in het assistentiepark. Daar rommel ik nog wat en tegen 3-en ga ik weer terug naar het hotel. Dit is mijn laatste kans om nog een paar uurtjes slaap in te halen, die ik in de laatste maanden gemist heb.
Vanavond is het oudejaarsavond en hebben we bij een luxe restaurant gereserveerd. Ik heb mijn kop er niet echt naar staan. Ik ben moe en zou het liefst aan de overkant van ons hotel eten, om weer snel terug te kunnen naar mijn kamer en lekker te relaxen. Maar het is inmiddels een soort team traditie op oudejaarsavond, en (goede) tradities moet je in ere houden
Er is een speciaal menu en we krijgen van alles voorgeschoteld, meestal niet herkenbaar (althans, niet voor mij). We krijgen allerlei worsten (maar niet de Hollandse verse worst) en delicatessen. Het 4e gerecht herken ik gelukkig wel. We krijgen kip, biefstuk en nog een ander soort vlees in 3 grote porties. Vlees, dat begrijpen ze hier wel! Ik zit bij Alexey, Quinn, Vadim en Johnny Campbell. Campbell is voor 4 dagen onze gast en is een Amerikaanse motorcross/baja grootheid. Hij reed in '84 zijn eerste wedstrijd (toen was ik al bijna 1 jaar oud). Hij reed motorcross, enduro, Baja, Dakar en nog veel meer. Nu heeft hij zijn eigen team en Quinn is één van zijn pupillen. We hebben leuke gesprekken. Hoofdzakelijk gaat het over wat iedereen buiten de Dakar om doet, qua werk of sport.
Quinn en Alexey zijn professionele rijders. Quinn in Amerika, Alexey in Rusland. Vadim en ik zijn de 'normale' werkende mensen. Vadim is degene met de grootste babbel en hoe hij het ook iedere keer voor elkaar krijgt, ook nu krijgt hij het hele restaurant stil voor zijn speech. Incl. de overige gasten, die ons enigszins vreemd aan zitten te kijken. Hoe gezellig het ook is, tegen half elf beginnen mijn ogen dicht te vallen. Het nagerecht moet nog komen, maar ik ga er niet meer op wachten, ik verontschuldig mij bij de rest en ga terug richting het hotel. Tegen kwart over elf lig ik in bed en realiseer ik me dat ik de jaarwisseling, net als de voorgaande 5 edities, in een diepe slaap aan me voorbij zal laten gaan...
01-01-2011 Buenos Aires – Victoria
(377 km verbinding) Vandaag de start. Om half negen moeten alle motorrijders, in wedstrijd tenue, aanwezig zijn bij het La Rural (waar ook de keuringen waren en het parc-fermé is). Welke idioot heeft dat bedacht? De rijdersbriefing is pas om 10 uur, dan kan de foto toch ook om half tien gemaakt worden? Nu zitten we 1,5 uur niks te doen, te wachten op de briefing.
Om 10 uur begint die briefing, ik hoor weinig nieuwe dingen. Halverwege het verhaal glip ik de zaal uit naar de hal om onze starttijden vast op te schrijven. Ik schrijf alle tijden, van ons hele team op, en glip daarna weer voorzichtig de zaal binnen. Na de briefing komen er namelijk een paar duizend man de hal in stormen en wil iedereen zijn of haar starttijd zien. En er hangen maar 3 A4tjes waar die op staan, dus dat wordt nogal druk. Ik zie Quinn, Alexey en Vadim zitten en speel ze hun tijden door. Net voor het eind van de briefing stap ik naar buiten i.v.m. het regelen van een taxi. Ik heb er direct één en hou deze vast voor de rest. Ik zie een hele mensen massa naar buiten komen en iedereen moet een taxi hebben. Ik zwaai naar Quinn, Alexey en Johnny en ze stappen in. Waar Vadim is gebleven weet ik niet, maar die ken ik inmiddels al 4 jaar, daar kun je niet op wachten.
In het hotel begin ik direct aan mijn roadbook, alles wat ik nu kan doen hoef ik vanavond in het bivak niet en ik weet zeker dat het laat wordt. Ik mag om 14.30 uur het parc-fermé in, om 15.00 uur mag ik er weer uit en om 15.30 uur rij ik over het podium.
Het is weer begonnen. Hoe zal het gaan dit jaar? Ik kom pas tegen negenen in het bivak aan, het is al donker. Het bivak is op een soort ressort terrein. Ik heb er geen oog voor en ik vind het maar onhandig. Ik hou meer van een eenvoudig bivak, daar kun je alles vinden, hoef je niet in de rij te staan voor het eten, enz. Hier moet je alles zoeken én in de rij staan voor het eten. Rond 11 uur stap ik voor het eerst sinds een jaar mijn tentje weer in. De eerste nacht is direct al een korte, ik moet er om 3 uur alweer uit. Dat begint goed...
02-01-2011 Victoria – Córdoba
(Vertrek 1e motor 04.20 uur; 482 km verbinding / 192 special / 84 verbinding / totaal 758 km)
Dit jaar is het begin geen half werk. Ik wordt om 3 uur gewekt om vervolgens na het ontbijt een verbindingsroute van 482 km af te leggen. Daarna volgt gelukkig een korte special.
Aan de start van de special wordt er afgeteld en vanaf de 1e seconde zijn het direct 'vol gas' paden, met veel stof en zonder opbouw. De route is verschrikkelijk snel. Na 23 km zie ik het eerste slachtoffer al liggen. Op een ontzettend snel slinger pad zit er ineens een haakse bocht naar rechts, met links een diepe greppel/sloot. En de persoon die daar ligt heeft de bocht duidelijk niet kunnen halen. 'Oppassen', denk ik bij mijzelf, 'niet teveel risico nemen, daar win je nu niets mee! Enkele seconden, misschien een paar minuten, maar in het zand kan ik die wel weer terug winnen'.
Het rijden gaat slecht, ik kan niet in mijn ritme komen en maak veel fouten. Vijf kilometer voor het eind komt Seel (Annie) mij ineens voorbij. Dat verbaast mij, ze is voor mij gestart. 'Hoe kun je hier nu fout rijden? Het gaat bijna alleen maar rechtdoor'. Als ik nu aanpik en bij blijf en gelijk met haar aan de finish kom, eindig ik voor haar. Bij de finish heb ik het gevoel dat ik de etappe helemaal verprutst heb. Het ging echt niet goed. Dat gevoel wordt bevestigd wanneer ik naar het klassement kijk. Honderdste... Wat een shit dag. Maar wanneer ik naar het damesklassement kijk ben ik lichtelijk verrast. Ik ben 2e geworden, achter Sanz (Laila). Maar wat ik niet begrijp is, dat als ik vandaag zo slecht heb gereden en 2e ben geworden, wat hebben die anderen onderweg dan gedaan?
03-01-2011 Córdoba - San Miguel de Tucumán
(Vertrek 1e motor 5.30 uur: 114 km verbinding / 300 km special / 326 km verbinding / totaal 740 km)
Ik hoop dat het vandaag beter gaat. Tot aan de tankstop ben ik redelijk aan het rijden. Hè hè, dit begint erop te lijken, nog steeds niet de gewenste snelheid, maar ik maak weinig fouten en begin de motor aan te voelen. De snelheid komt later vanzelf wel. Bij de tankstop krijg ik door dat ik al zo'n 12 rijders heb ingehaald. Kijk, zo doe je dat! Ik zie iets wat mij niet aanstaat. Er gaan 3 quads voor mij bij de tankstop weg en dat betekend over het algemeen niet veel goeds.
Hetgeen waar ik bij de tankstop al bang voor was gebeurd even later. Ik ben de quads achterop gekomen en kom er, door het stof, niet langs. Het tempo gaat hard achteruit, ik rij een versnelling lager dan wat kan. Een quad gooit veel stof op en is daardoor lastig in te halen, ik doe dat niet, sommige anderen wel en dan denk ik 'wat zie jij nu meer dan ik zie?' Er vallen ieder jaar weer een aantal deelnemers uit doordat zij het risico nemen, blind door het stof in te halen. Dat risico wil ik niet nemen, de Dakar is nog lang, heel lang.
Ik kom als 107e in het bivak aan, nog slechter dan gisteren. En ik dacht dat het niet slechter kon... Het begon zo goed vandaag, maar uiteindelijk werd het weer een rot dag. Stof, stof, stof... En dat gaat zeker niet beter worden de komende dagen. Wanneer je zover achterin rijdt wordt het moeilijk om weer naar voren te komen. Het stof is punt 1, maar ook de route is al een stuk slechter doordat de meest sporen/paden al kapot gereden zijn door je voorgangers.
Maar er is ook een positief punt, het rijden vandaag ging wel beter, nu moet alleen de route nog een beetje meezitten.
04-01-2011 San Miguel de Tucumán – San Salvador de Jujuy
(Vertrek 1e motor 04.45 uur: 164 km verbinding / 247 km special / 171 km verbinding / 103 km special / 66 km verbinding / totaal 751 km)
Vandaag moeten we weer vroeg op, om 03.15 uur om precies te zijn. De route is opgedeeld in 5 verschillende delen. Eerst een verbinding, dan een special van 247 kilometer, dan weer een verbinding, dan een special van 103 kilometer en daarna weer een verbinding. De route is technisch, met veel stenen, greppels en rivierbeddingen, niet echt mijn ding.
Er zitten een aantal listige navigatiepunten in de route. Twee waypoints liggen tricky naast het pad. Ik zie een aantal motorrijders rechtdoor schieten, maar ik weet zeker dat dat niet klopt. Ik rem en ga heel even stil staan om op mijn roadbook te kijken. Hier rechts moeten 2 waypoints liggen, dat weet ik zeker. Ik draai de rivierbedding in en niet veel later verschijnen ze op mijn GPS.
Wanneer ik weer terug rij richting het pad waar wij op zaten heb ik ineens te maken met een aantal tegenliggers. Zij hebben de waypoints gemist en zijn aan het terug rijden. Enkele uitwijk manoeuvres zijn daar het gevolg van. Met één motorrijder speel ik het spelletje 'ga jij, of ga ik aan de kant?'. Ik ga niet aan de kant, ik kom uit de goede richting, dus ik heb voorrang, zo werkt dat. Hij wijkt te laat uit, maakt een fout en valt om. Ik kijk achterom en zie hem weer opstaan, een onschuldige valpartij, geen probleem dus, daar hoef ik niet voor te stoppen.
30 Kilometer voor het eind van de 1e special draaien we van een bergpad af, een rivierbedding in. Ik zie weer een aantal motorrijders de afslag missen en denk 'dankjewel, jullie heb ik'. Een kilometer of 10 in de rivierbedding schiet ik over een steen onderuit. Niet hard, maar ik kom wel ongelukkig op mijn pols terecht. 'Hou daar nu eens een keer mee op' denk ik bij mijzelf. Elk jaar ga ik een paar keer op de stenen, in een rivierbedding onderuit. Dit was een afstap die ik verkeerd had ingeschat. Ik rij te voorzichtig, ik wil eerst zien of, daar waar ik denk te gaan landen, dat ook echt kan. De toprijders vlammen er gewoon vol gas af, maar ik wil toch graag eerst mijn landingsplaats zien. Met als gevolg dat ik een enkele keer naar beneden moet 'rijden' en dat is niet handig. Stenen en mul zand, dat gaat wel eens mis. Zo ook nu dus. Waarschijnlijk zou er niets gebeurd zijn, wanneer ik gewoon wat harder had gereden.
Ik raap mijn motor op en rij weer verder. Ik rij op het roadbook, maar wanneer ik waypoint 26 pak staat er iets anders in mijn scherm. Wat raar? Ik stop en er gaan mij enkele motorrijders voorbij. Slechts één andere motorrijder heeft ook door dat er iets niet klopt en stopt ook. Ik kijk in mijn GPS en zie dan dat ik waypoint 24 niet heb. Ik draai mijn roadbook terug en zie dat ik 4,5 kilometer terug moet, door de rivierbedding, in tegenovergestelde richting, op mijn meest favoriete (niet dus) ondergrond. Wat moet ik doen? Sla ik hem over en rij ik door of ga ik terug om hem te halen? Ik weet dat het punt gewijzigd is door de organisatie, dus misschien schrappen ze het. Maar misschien ook niet, je weet het eigenlijk nooit met de A.S.O. (organisatie Dakar).
Ik ga toch maar terug, ik verlies dan misschien een half uur, maar als ze het punt straks wel mee laten tellen krijg ik een paar uur straftijd, die gok wil ik niet nemen. Onderweg kom ik nog een keer langs het punt waar ik net onderuit ben gegaan. Dat ziet er toch niet echt onmogelijk uit. 'Op de terugweg straks, ga ik het nog een keer proberen, het moet kunnen, met iets meer snelheid'. Ik vind het waypoint uiteindelijk, draai weer om en rij weer terug richting de finish. Jammer van de tijd, die fout, én van de energie. Ik kom voor de 3e keer voorbij de afstap, en deze keer, in de herhaling, met iets meer snelheid, gaat hij wel goed. Zie je wel, het kan wel
Bij de finish krijg ik door dat veel motorrijders waypoint 24 gemist hebben, dat is gunstig voor mij.
Ik begin aan de verbinding van 171 km naar de volgende special toe. De 2e special is maar 103 km. Ik merk op de verbindingsroute dat de laatste 2 nachten kort zijn geweest. Mijn ogen voelen zwaar aan. Vlak voor de start van de special zit nog een tankstop, maar ik zie dat ik krap in de tijd zit en weet zeker dat ik de start niet op tijd haal als ik nu nog een stop maak om te tanken. Volgens mijn berekeningen moet ik de finish kunnen halen met de benzine die ik nu nog heb. Wanneer ik bij het opstellen voor de start kom wordt ik direct doorgestuurd naar voren, ik heb nog maar 3 minuten. Net voor de start zie ik dat mijn gereedschapbakje openstaat. Dat moet tijdens mijn val in de rivierbedding gebeurd zijn, maar dat is nu al zeker 200 km terug. Ik hoop dat ik niets verloren ben. De deksel zit er onder spanning op, dus ik sla er een keer hard met mijn hand tegenaan, maar zonder effect. Slim is het ook niet, want ik voel direct mijn pols. Het moet met iets meer geweld, dus ik ga staan en schop er voorzichtig een keer tegenaan. Dat werkt wel, de deksel zit weer op zijn plek en ik tape hem voor de zekerheid nog even goed vast. Mijn camelbag moet ook nog gevuld worden, ik krijg een seintje, ik heb nog 1 minuut. 'Water' roep ik, in alle talen die ik ken. Ik vul mijn camelbag en voel de zon in mijn nek branden. Ik heb zonnebrandcrème bij me, maar geen tijd meer om het op te smeren.
Net voor mij gaat de eerste auto de proef in, dat is niet gunstig, dan komt de rest er zo ook achteraan. Na een km of 10 in de special gaat mijn sentinel af (veiligheidssysteem dat waarschuwt voor achterop komende auto's/vrachtwagens). Ik stuur naar binnen en tegelijkertijd schiet mijn voorwiel weg over een steen. In mijn val denk ik 'shit, er komt zo een auto de hoek om'. Ik spring overeind, klaar om weg te duiken voor de auto. Ik zie alleen maar stof, maar hoor de auto wel naderen. Dan zie ik ineens mensen op het pad staan, ze zwaaien en waarschuwen de auto. De auto gaat vol in de remmen en staat ongeveer 1 meter voor mij stil. Ik sta verbaasd te kijken, waar komen die mensen ineens vandaan? Wanneer ik mij omdraai wordt die verbazing nog groter. Er zijn nog meer mensen, mijn motor is al opgetild en aan de kant geschoven. Wat een geluk dat er publiek stond, ik had het wel overleeft, maar die auto had mijn motor zeker plat gereden. Ik weet niet waarom, maar ik kom fysiek uitgeput aan de finish. Het was wéér technisch, met wéér veel stenen en wéér veel stof.

En dat vergt natuurlijk wel wat energie, maar zo kapot ben ik volgens mij nog nooit aangekomen. Ik stap af en ga in de schaduw op de grond zitten. Ik krijg een flesje water aangeboden en één van de mensen van de organisatie giet mij een flesje water over het hoofd. Pff, even bijkomen...
Wanneer ik in het bivak aankom bel ik met de lokale krant bij ons thuis, zoals iedere dag. Er wordt mij direct naar mijn 3 uur straftijd gevraagd. 3 Uur straftijd? Weet je dat zeker? Waarom? Ik weet daar niks van? Ik loop naar het informatiebord in het bivak en zie daar een lijst met mijn naam erop, en ja, met 3 uur straftijd daarachter. De uitleg is; verboden assistentie op de verbindingsroute.
Ik begin te denken, maar ik heb geen idee hoe ze daarbij komen? Ik heb geen assistentie op de verbindingsroute gehad. Ik heb wel een flesje water aangepakt na de finish, maar dat wordt je aangereikt door de organisatie, zou dat niet mogen? En ik heb daar 5 minuten gezeten om bij te komen, zou dat misschien niet mogen? Of zouden ze zich gewoon vergist hebben en mij met een andere rijder verwisseld hebben?
Het is al laat, dus ik geef het door aan de teamleiding, die moet het maar uitzoeken, daar heb ik geen tijd voor. Ik moet mijn roadbook ook nog doen. En aangezien we heel weinig slaap krijgen wil ik zo snel en vroeg mogelijk naar bed. Vandaag ging het weer niet geweldig, ik kwam als 100e binnen. En daar hoor ik niet...
05-01-2011 San Salvador de Jujuy – Calama
(Vertrek 1e motor 04.15 uur: 554 km verbinding / 207 km special / totaal 761 km)
Voor de verandering staan we weer eens midden in de nacht op. De verbinding voor de special vandaag is heel erg lang. We steken de Andes over en gaan van Argentinië, Chili in. We bereiken een hoogte van 4800 m vandaag en op die hoogte, in het donker, in de bergen is het heel erg koud, dus kleed ik mij extra warm aan.
De eerste tankstop onderweg kan ik overslaan, ik heb benzine genoeg en dat scheelt mij weer wat tijd. De organisatie heeft de verbindingsroutes dit jaar héél erg krap gemaakt. Je moet echt flink doorrijden om op tijd aan de start te kunnen staan. Het laatste gedeelte van de verbindingsroute is een uitdaging, ik begin slaap te krijgen en merk dat ik begin te slingeren. Een paar keer is het zo erg dat ik nog net aan mijn stuur kan trekken om niet via de vluchtstrook van de weg te verdwijnen. Dan denk ik 'en nu afstappen!'. Ik zet mijn helm af, loop wat heen en weer (en het is echt koud) en eet een sultana. Na 5 minuten rij ik weer verder, ik ben weer (even) wakker. Bij de start zie ik dat ik nog maar 15 minuten over heb, dat is veel te weinig! Ik moet alles nog uitdoen (regenpak, trui, nekwarmer, handmoffen, enz.), inleveren, eten en toiletteren. Het eten sla ik over. Toch ben ik, wanneer ik aan de start kom, al 3 minuten te laat. Waar is de organisatie toch mee bezig?
Ik begin slecht en zak zelfs nog 4 plaatsten terug voor CP1. Weer hebben we een route met ontzettend veel stof, fesh-fesh en gully's (smalle slingerpaden van mul zand, tussen verhogingen/bergen). Het tweede gedeelte gaat gelukkig iets beter en ik haal weer enkele rijders in. De route ligt mij niet, maar op zich is het een goede dag, zonder al te veel rare acties.
Het is een korte special vandaag, maar toch kom ik pas om half zeven in het bivak aan. Het zijn lange dagen... Ik kom als 90e, teleurgesteld binnen. Ik ben dit keer niet teleurgesteld in mijn rijden/klassering, maar vooral in de route. Weer een zelfde soort route als de dagen ervoor. Zouden we nog andere routes krijgen? Zonder stof? Zonder stenen? Ik mis het zand...
06-01-2011 Calama – Iquique
(Vertrek 1e motor 06.40 uur: 36 km verbinding / 423 km special / totaal 459 km)
Op de verbindingsroute heb ik mijn eerste echte 'Dakar moment'. Ik kom met ongeveer 100 km/u een kruising over, op aangeven van een politie agent. Op het moment dat ik de kruising oversteek zie ik vanuit mijn ooghoek van rechts een pick-up aankomen. De pick-up heeft het stop teken van de agent niet gezien en steekt over. Ik zie hem aankomen en wil remmen, maar denk tegelijkertijd 'dat haal ik nooit'. Als ik nu rem klap ik aan de zijkant in de pick-up, dan is mijn motor afgeschreven en hoe ik er zelf vanaf kom is dan ook nog maar de vraag.
In reactie geef ik gas bij, maar ook dat geef ik niet veel kans. Het is eigenlijk de beste keus uit 2 slechte opties. Ik flits voor de pick-up langs en denk 'nu komt de klap'. Ik wacht op de klap, maar die blijft uit... Ik heb mijn hart in mijn keel en ben behalve ontzettend geschrokken ook direct hardstikke kwaad. Link op de A.S.O. Ik heb toevallig zelf een paar dagen terug gezegd dat er ongelukken gaan komen op de verbindingsroutes. En dat lokt de organisatie zelf uit, met die idiote, te krappe, tijden die zij geven om de verbindingsroutes af te leggen en op tijd aan de start te komen. En nu was ik bijna zelf aan de beurt geweest. Ik ben flink van slag, maar goed, ik heb geen tijd om erbij stil te staan.
Vandaag is de etappe 423 kilometer. Mijn dagen moeten nu zo'n beetje gaan komen. De lange dagen, met hopelijk wat meer zand. De eerste 200 kilometer bestaat uit slingerende, mulle fesh-fesh paden met veel greppels en weggezakte grond. Dit gun je je ergste vijand nog niet, zó slecht is de route... Maar goed, het is Dakar, dus het hoort er waarschijnlijk gewoon bij. Bij de tankstop kijk ik om me heen en zie andere gezichten dan gisteren. Dat kan een goed teken zijn, dan ben ik ingelopen op de groep voor mij en uitgelopen op de groep achter mij.
Ik herken de tankstop van vorig jaar, dit is de etappe waarin ik vorig jaar gecrasht ben. Hierna krijgen we een kilometers lang pad langs een spoorlijn, met alleen maar fesh-fesh en enkele diepe, slecht zichtbare greppels. Even later blijkt het precies te kloppen. Het pad is helemaal kapot gereden, er zitten veel diepe sporen, het is gevaarlijk rijden/oppassen geblazen. Later herken ik nog veel meer. Iets wat je niet vergeet is de laatste afdaling naar de finish. De finish ligt net buiten het bivak en de laatste afdaling is een afdaling van enkele kilometers, met een gemiddeld afdalingspercentage van 32%, schitterend!

Wat wel veranderd is, is mijn binnenkomst, eindelijk hebben we duinen gehad!!! Jippie!!! Weliswaar niet zoveel en niet zo moeilijk, maar we hebben echte duinen gehad! Daarnaast zie ik dat ik weer een aantal plaatsen gestegen ben vandaag. Dit keer 74e, het begint er nu eindelijk een beetje op te lijken.
Helaas hangt er in het bivak een formulier waarop staat dat het waypoint 24 van 2 dagen geleden gecanceled is. Dat betekend dus dat ik voor niets terug ben gereden en daar 30 min heb verloren. Dat krijg ik niet meer terug. En jammer dat die anderen geen straftijd krijgen, dan was ik zeker weer een aantal plaatsen gestegen. Juist met het navigeren is er voor mij veel winst te behalen, maar dan moet de organisatie zich er niet mee bemoeien...
07-01-2011 Iquique – Arica
(Vertrek 1e motor 06.15 uur: 38 km verbinding / 456 km special / 228 km verbinding / totaal 722 km)
Ik sta een kwartier eerder op i.v.m. een oude blessure van vorig jaar. Tot nu toe ging het redelijk, maar ik heb gisternacht veel last gehad van mijn rechter kuit en ben een aantal keer met kramp wakker geworden. Overdag heb ik er eigenlijk geen last van, maar 's nachts is het heel irritant. Luuc, onze fysio/manueel therapeut gaat deze voor vertrek eerst los masseren/behandelen. Vandaag staat er weer een lange special op het programma. Morgen is het rustdag, ik zie ernaar uit.
De etappe begint goed, ongeveer 20 km voor de tankstop wordt ik ingehaald door Sanz. Dat is vreemd, want zij is voor mij gestart. Ik denk dat ze ergens fout is gereden, want het navigeren vandaag is tricky. De route van vandaag gaat namelijk voor een gedeelte over de route van gisteren. Er staan dus heel veel sporen, alle kanten op. En wanneer je niet heel erg goed op je roadbook let en deze heel nauw volgt, verdwaal je zo.
Na de tankstop kom ik toch weer in het stof terecht, jammer het ging zo goed. En weer herken ik delen van de route uit zowel 2009 als 2010. Op één van die punten zitten een aantal Nederlandse fotografen. Ik spring er heel stoer van een afstap af van ongeveer 1,5 m. Niet voor de foto, maar gewoon omdat ik de hele afstap niet heb gezien. Dit soort dingen horen in het roadbook te staan! Wanneer er ergens fotografen staan is dat meestal een teken van 'oppassen', ze staan er niet voor niets. 100 m Verder zie ik een schuine helling, met rotsen en mul zand, hier ben ik in 2009 gevallen, toen moest ik naar beneden rijden en van daaruit opnieuw een poging doen om boven/aan de andere kant te komen. Nu gaat het goed en rij ik er zonder al teveel problemen tussendoor.
Ik kom als 66e, na bijna 8 uur rijden, in het bivak aan. Dit begint er echt op te lijken. Het gaat steeds beter, ik begin in te komen, ik ben een dieseltje, dat duurt even. De routes worden langer en er zit verandering in het landschap, maar ik mis nog steeds het echte zand. We zijn al wel een paar keer over een enkele verdwaalde duin gereden, maar de echte duinen partijen ontbreken nog. Ik hoop wel dat die nog komen.
Morgen rustdag! Heerlijk! En vanavond geen roadbook, dus ik kan mooi vroeg naar bed. Nu ga ik eerst even douchen en dan, voor het eerst deze rally, samen eten met de rest van mijn team. En morgenvroeg uitslapen!
08-01-2011 Arica Rustdag
Heerlijk, rustdag! De mooiste dag in de rally. Ik slaap uit tot 08.15 uur en wanneer ik mijn tentje uitkom is het helemaal stil bij de vrachtwagen. Zou iedereen nog slapen? Wij staan net buiten het bivak (te klein bivak, stond al vol toen wij aankwamen), ik pak de scooter en druk hem een stukje van de vrachtwagen weg om niemand wakker te maken. De scooter is eigenlijk alleen voor de assistentie, maar er is nog niemand wakker, dus er is ook nog niemand die hem nu nodig heeft. Wanneer ik in het bivak aankom zie ik iedereen (assistentie, geen rijders) al aan het ontbijt zitten. Ze zijn allemaal al wakker! Nu moet ik de scooter natuurlijk direct inleveren...
Ik zit heerlijk rustig, een uur, in het ochtend zonnetje, aan het ontbijt. Ik heb dit keer alle tijd van de wereld. Ik zie het bivak ontwaken en 1 voor 1 druppelen de deelnemers binnen voor hun ontbijt. Iets na negenen rij ik weer terug naar onze vrachtwagen. Het programma van vandaag? De was doen, spullen opruimen, een beetje prutsen eigenlijk. Om 2 uur vanmiddag kunnen we ons roadbook ophalen, die ga ik dan direct voorbereiden, zodat ik vanavond mooi op tijd naar bed kan.

Via 2 toeristen/reizigers die naar de rustdag zijn gekomen krijgen we post van Henk uit Nederland. Ik krijg een dikke enveloppe, de rest heeft een normale enveloppe. Natuurlijk krijg ik commentaar van mijn overige teamleden. Waarom krijg jij meer dan ons? Ik rammel een keer en zeg 'ik weet al wat erin zit'. Oh ja, wat dan? 'Een zak M&M's'. Echt? 'Ja, denk het wel'. En ja hoor, een kort woordje over de eerste week, bemoedigende woorden voor de tweede week, én een zak M&M's. Die moet ik snel opbergen, ergens in mijn tent, anders is ie zo weg. Ik heb vorig jaar van Allard Kalff na mijn uitvallen een zak autodrop (Totall-loss, heel toepasselijk) gekregen, die ik aan één van mijn assistentieleden heb afgegeven en daarna nooit heb weer gezien. Zo gaat dat... Ook is er nu tijd om eens te horen hoe het met mijn 3 uur straftijd zit. Bij de organisatie krijg ik te horen dat die straftijd blijft staan en dat ons protest niet geldig is verklaart. Daar zit ik dus aan vast. Kan er ook nog wel bij... Waar het op neerkomt is het volgende. Onze assistentie auto is van zijn route afgeweken en gesignaleerd door de organisatie. Dat mag niet. Zij zijn om half vier gesignaleerd, ik kwam pas om half zes de special uit, toen waren zij al in het bivak. Er is protest aangetekend omdat wij kunnen bewijzen dat wij elkaar nooit gezien hebben. De organisatie kan zowel mijn GPS als mijn Irritrack uitlezen. Dan kunnen ze de tijden vergelijken met die van de assistentie. Ook kunnen ze dan zien dat ik na de finish van de special aan één stuk door ben doorgereden naar het bivak en niet stil heb gestaan onderweg. Maar volgens de organisatie maakt dat allemaal niets uit. Alleen het signaleren van een assistentieauto buiten hun route is voldoende om 3 uur straftijd te geven wegens illegale assistentie. Of je nu wel of geen assistentie hebt gehad, dat maakt niets uit. Daar zit ik dus aan vast. Uiteraard ben ik het er niet mee eens, maar wanneer ik in mijn tentje het reglementen boekje erbij pak, staat het er inderdaad echt. Daar valt dus niets meer tegen in te brengen.
(Voor ons is het rustdag, voor de monteurs extra hard werken! De motoren worden volledig gestript, elk klein detail wordt grondig nagekeken, om daarna weer van de grond af aan opgebouwd te worden).
Om 2 uur haal ik zowel mijn roadbook, als die van mijn teamgenoten op, samen met de modificaties en een brief. Daar wordt medegedeeld dat de 2e special morgen is gecancelled. Wat? Yes! Ik ken zeker 2 personen in ons team die dat niet erg vinden. Ik ben er daar één van en Vadim is de tweede. Vadim heeft wat problemen gehad de laatste paar dagen en die kan de extra rust goed gebruiken.
Wanneer ik de brief doorlees die wij bij ons roadbook hebben gekregen schiet ik in de lach. Menen ze dit nu echt? We krijgen allemaal een waarschuwing. Er zijn veel klachten binnen gekomen over onveilig en asociaal weggedrag van de deelnemers op de verbindingsroutes. En dat vindt de organisatie vreemd? Met deze krappe verbindingstijden? Wij halen links in, rechts in, rijden tegen het verkeer in, over de vluchtstrook, rijden door rood, door de berm, tussen de auto's door, enz. En dan nóg kunnen we niet op tijd aan de start komen. En dan vinden ze het vreemd dat wij te hard rijden? Ik heb het heel toevallig al bij de organisatie aangegeven, 2 of 3 dagen voordat ik op de verbindingsroute een bijna-aanrijding met een pick-up had. Ik heb ze toen ook medegedeeld dat als er ongelukken komen ze het eerst bij zichzelf moeten zoeken. Ze lokken het uit. Ik lees de waarschuwing, verscheur hem en gooi hem weg. Ik rij er morgen geen meter anders door. Ik moet op tijd aan de start staan...!
09-01-2011 Arica – Antofagasta
(Vertrek 1e motor 04.40 uur: 208 km verbinding / 273 km special / 151 km verbinding / 207 km special / 66 km verbinding / totaal 905 km)
De rustdag heeft mij goed gedaan. Ik heb 2 nachten goed kunnen slapen en aardig wat uren kunnen maken. Ik heb het idee dat ik fysiek weer een beetje heb bijgetankt. En dat doet natuurlijk mentaal ook wonderen. Wat ook meewerkt is dat de 2e special vandaag gecanceled is. En dat vind ik helemaal niet erg.
De reden voor het cancellen van de special heeft te maken met de route. De route van de 2e special zou voor een groot deel over de route lopen van de special die wij voor de rustdag hebben gehad. In die special is de route helemaal kapot gereden en daardoor kwamen er heel veel mensen in grote problemen. Daar kun je niet nog een keer over/door (echt niet). Toch verwacht ik alsnog een pittige dag. Ik heb gister in het roadbook gezien dat er vandaag veel technische en trial-achtige terreinen komen. En als ze dat in het roadbook vermelden, dan bereidt je er maar op voor, want dan komt er ook echt wat (is mijn ervaring).
De special is inderdaad pittig. We rijden door kloven en over bergruggen en toppen. Technische, smalle klimmen en afdalingen. Ik ben ergens afgedaald in een smalle kloof die uitkomt voor een berg waarvan de top uit zand bestaat. Ik zie Seel een paar meter onder de top stil staan. Ik zet onderaan aan, maar haal het ook niet, ik probeer nog van links naar rechts schuin omhoog te rijden, maar ook die aanpak is zonder resultaat. Seel daalt weer af en draait zich voor de kloof om voor een nieuwe poging. En ook nu haalt ze het niet. Ik daal ook af, maar rij de kloof weer in. De aanloop vanaf de kloof is naar mijn idee te kort. Het kan waarschijnlijk wel, maar dan moet je al met snelheid de kloof uitkomen. Helaas moet ik een heel eind de kloof inrijden voordat ik een plekje heb gevonden dat breed genoeg is om mijn motor om te draaien. Ik draai mij om en rij weer richting de berg. Ik moet de laatste 50 meter, in de smalle kloof aanzetten, anders haal ik het niet. Ik kom deze keer met veel meer snelheid naar boven rijden en even ziet het er goed uit, maar ook nu zit ik net onder de top vast. Dit keer scheelt het nog maar 1 meter. Dat ga ik drukken, ik ga niet nog een keer terug. Seel staat een meter of 5 onder mij, zij zal zeker nog een keer naar beneden moeten. Aangezien ik Seel een beetje ken, druk ik mijn motor naar boven, rij over de top en ga buiten haar zicht op de volgende duin uitrusten. Seel vraagt altijd anderen om hulp en ik heb daar geen energie voor deze Dakar. Ik los ook (bijna) alles zelf op. Ik hoor haar nog wel 1x afdalen en ook 1x klimmen, maar zie geen motor over de duin komen. En ik hoor boven het geluid van de motor uit, een paar keer flink wat gevloek. 'Mooi' denk ik, ik heb het wel gehaald.
Na mijn korte rust/drink pauze rij ik weer verder. Dit vraagt echt veel energie. En het wordt nog erger. Wanneer ik iets verderop afdaal zie ik een gigantische klim opdoemen. Er is maar 1 spoor omhoog en die is al helemaal kapot gereden. Ik zie 3 motorrijders een poging doen, waarvan er 2 het niet halen en 1 wel. Maar die ene die het wel haalt heeft een 690cc en wij rijden met een 450cc. Ik ga onderaan even stil staan om na te denken. Dit is niet verstandig. Ik zie ook een spoor naar rechts lopen en iets verderop zie ik 2 motorrijders staan. Laat ik daar maar eens heen rijden en kijken. Daar zie ik een redelijke 'optie B' om het zo maar even te noemen. Ik vraag aan de 2 heren die daar staan of dat kan. Ze knikken allebei 'ja'. Ik zet aan en kom tot ongeveer ¾ van de berg. Voor mij is dat een 'nee' dus. Ik draai mijn motor en glij via de zijkant van de berg weer terug naar beneden. Wanneer ik nog een keer naar de heren kijk begrijp ik waarom zij 'ja' zeiden. Dat zijn 2 elite rijders, die hebben toch echt iets meer rij-techniek dan wat ik heb, maar ze hebben hun motor kapot en zijn aan het sleutelen. Ik besluit nog iets verder te rijden en een 'optie C' te zoeken. Bij mijn zoektocht naar 'optie C' rij ik me 1 keer vast in een greppel en kom ik ook nog een keer vast te zitten op een klim. Wanneer ik daar 2x flink wat energie heb verloren om weer uit die greppel te komen en weer los te komen op die klim, lijkt het me toch verstandiger om terug naar 'optie B' te gaan. Je moet nooit te ver afdwalen van de oorspronkelijke route. Daar waar ik nu sta komt niemand langs, als er hier iets simpels gebeurt/mis gaat, houdt het op, dan is Dakar op een hele lullige manier voorbij. Wanneer je op de route staat kun je altijd nog hulp krijgen/vragen. Ik rij weer terug en vraag de 2 elite-heren hoe ik omhoog moet rijden. Ik krijg een andere rijlijn aangewezen en advies waar ik in welke versnelling moet rijden. Met dat advies lukt mijn tweede poging. Maar dan komt het ergste. Eenmaal bovenaan gekomen blijkt dit nog maar 1/3e van de hele berg te zijn. Gelukkig ziet het 2e gedeelte er iets beter begaanbaar uit. Er liggen geen motorrijders en de rijders die ik omhoog zie rijden halen het over het algemeen. Weliswaar met de hakken over de sloot, maar met de hakken over de sloot is ook over de sloot!
Daarna volgt er uiteraard weer een afdaling die zo smal en zo steil is dat er weinig te sturen valt. Ik glij naar beneden, met beide remmen vast, in de hoop dat het goed gaat komen. Onderaan wordt het allemaal iets minder steil en technisch. Ik kom Menard tegen (nr 66, Fransman) en die vraagt mij of ik waypoint 32 al heb. Ik check mijn GPS en ja, die heb ik al. 'Waar ligt die dan'? Ik draai me om en zeg, 'daar bovenop die berg, succes'! Als je er net langs bent gereden heb je hem gemist en moet je nog een keer, wat een ellende, daar zou ik echt niet blij mee zijn vandaag.
Dit is verreweg de gevaarlijkste special tot nu toe. Mijn hart heeft vandaag vaker in mijn keel gezeten, dan daar waar ie hoort. Als je hier van houdt moet je enduro gaan rijden, geen rally. Ik ben blij dat ik er zonder al teveel kleerscheuren doorheen ben gekomen. Het draaide vandaag om goed kijken, nadenken, de rust bewaren en de goede lijnen te kiezen. Als 68e kom ik geheel tevreden het bivak binnen. Maar ik hoop wel dat we dit niet nog een keer krijgen...
10-01-2011 Antofagasta – Copiapo
(Vertrek 1e motor 05.00 uur: 268 km verbinding / 508 km special / totaal 776 km)
Vadim heeft het moeilijk deze ochtend, hij twijfelt of hij wel moet starten. Hij heeft last van een rib en zijn pols. Zijn hand en pols zijn volledig opgezwollen en zien er inderdaad niet echt goed uit. Ook hij heeft gisteren het één en ander moeten incasseren. Ik praat een beetje op hem in en probeer een positief vooruitzicht te schetsen. Vandaag is wel lang, maar niet al te ingewikkeld of te zwaar. En morgen hebben we een korte special van maar 235 km. 'Jij gaat sowieso starten', zeg ik. 'Ik wacht je op in het volgende bivak'. 'En je gaat niet opgeven vandaag!'. We dollen nog wat en niet veel later zet ik mijn helm op, ik moet starten.
De eerste 400 kilometer bestaat alleen maar uit rivierbeddingen met stenen. Deze etappe vergt heel wat energie. Wat een gestuiter en gehobbel. Ik moet aan Vadim denken, waar heb ik hem ingepraat? Dit kost zoveel energie en je polsen hebben hier heel veel te lijden. Als hij het vandaag opgeeft begrijp ik dat volledig.


De laatste 100 kilometer krijgen we gelukkig ook nog een ander soort terrein. Een meer open terrein met enkele paden, wat zand en een enkele verdwaalde duin.
Er is één duinen partij die wij moeten oversteken waarbij ik mijn vraagtekens heb. Wanneer ik de eerste duin oprij besluit ik bovenop te blijven staan en eerst even te kijken. Het is duidelijk dat wij naar de laatste duin moeten (zijn er 4), maar de weg daar naartoe lijkt me niet erg voor de hand liggend. Ik zie enkele auto's en motoren ploeteren, op een route waarvan ik denk dat je je auto/motor opblaast. Ze rijden vol in toeren en komen niet echt veel verder. Ik zie een motorrijder de berg naast ons opschieten. Ik draai mijn motor bij en denk, 'dat ga ik ook proberen'. Ik haal het niet, ik schiet over een steen onderuit. Ik raap mijn motor op, draai weer om en rij terug naar de duin waar ik net ook stond te kijken. Ik sta weer even stil, drink wat en probeer op adem te komen. Ik moet toch echt daar omhoog, daar waar ik net onderuit ben gegaan, de andere route is geen optie.
Op de berg naast ons staat ook een auto van de organisatie. Wanneer ik daar naar kijk denk ik nog een optie te zien. Die auto staat op een mogelijke klim naar boven. Ik rij ernaartoe en bekijk mijn plan van dichtbij. 'Ja, dit moet hem worden'. Ik draai weer om en rij terug om een goede aanloop te kunnen nemen. De auto van de organisatie staat op een bergrug en naar mijn idee is dat de beste manier om naar boven te rijden, net achter de auto van de organisatie langs. Ik schiet met een redelijke snelheid vlak achter de auto langs en ik rij zonder al teveel problemen naar boven. Daar aangekomen kijk ik uit over al het andere. Dit is het, ik zie iedereen beneden aan het klooien en ik sta op het hoogste punt. En beneden kom je altijd, zeg ik meestal. Ik rij zonder problemen, over de 2e, 3e en 4e duin, daar waar het waypoint ligt. 'Zo', denk ik bij mijzelf' wat heb ik mijzelf hier weer een ellende bespaart'
Het was weer een lange dag vandaag, ik kom als 71e in het bivak aan. 'Zo, ik ben binnen'. En dat is beter dan vorig jaar, toen viel ik uit op deze route. Gezien de aard van de dag ben ik hier zeer tevreden mee.
11-01-2011 Copiapo – Copiapo
(Vertrek 1e motorrijder 07.45 uur: 35 km verbinding / 235 special / totaal 270 km)
De eerste motorrijder hoeft pas om 07.45 uur te starten, we kunnen uitslapen vandaag! Er staat een korte special op het programma en vandaag moet het een echte zandetappe worden.
Dit keer wordt er gestart met een massastart. Elke 5 minuten start er een groep van 20 rijders. Wanneer ik aan de start sta heb ik nog 20 minuten over en eigenlijk moet ik nog naar de WC, maar ik zie nergens een goede mogelijkheid. We staan op een grote, lege vlakte. Geen struikje, geen grote steen, niets. Er staat wel een vrachtwagen en er zit iemand achter het stuur. Ik loop naar de cabine en vraag de bestuurder of hij voorlopig blijft staan. Ja, hoezo? Nou, dan ga ik jouw vrachtwagen als WC gebruiken, tussen de wielen kun je goed beschut zitten. De man lacht en zegt 'ga maar'.
Ik zie de 1e groep starten en denk 'wat een stof'. Dit is de 9e etappe en van de vorige 8 heb ik er al 7 in het stof gereden. De 2e en 3e groep gooien ook veel stof op, dit blijft ongeveer een minuut hangen, je ziet de rijders blind het stof in rijden om elkaar vervolgens als idioten te moeten ontwijken. Wij stellen ons op en worden afgeteld. Iedereen spurt weg, maar ik blijf staan.

Als de stof na 30 seconden een beetje is opgetrokken komt er een official aanlopen. Doet je motor het niet? Ik zeg 'luister eens goed, mijn motor loopt'. Waarom sta je hier dan nog? 'Wachten tot de stof weg is'. Ik rij bijna de hele Dakar al in het stof. En de massastart is misschien leuk voor jullie en voor het publiek, maar niet voor ons. En hier weiger ik aan mee te doen. Hij begrijpt het duidelijk niet, hij zou eens een dagje met ons mee moeten rijden. Niet veel later vertrek ik ook. Ik ben onderweg aan het mopperen op de bedenkers van deze show.
Het duurt niet lang voordat ik weer aansluiting heb bij mijn eigen groep. Eén voor één rij ik de anderen voorbij en binnen 25 km rij ik als 3e in mijn groep. Ik merk dat wij met ons drieën los komen van de rest en wat makkelijker door het zand rijden. Niet veel later hangt er in de duinen ineens een dikke mist. Dat is irritant. Je kunt niet om je heen kijken om je te oriënteren. We moeten de route ineens een beetje gokken, want zien doen we hem niet. En daar hou ik niet van. Ik gok normaal niet zoveel, ik rij juist berekend. Het meest vervelende is dat we de toppen van de duinen niet kunnen zien. Daarmee kunnen wij de aanloop snelheid niet bepalen, maar ook geen goede rijlijn bepalen. Want het onderste gedeelte kunnen wij zien en kan er geweldig uitzien, maar bovenaan zien we niets. De duin kan makkelijk 50 meter hoger zijn dan ingeschat. Of 20 meter korter dan ingeschat, dat is nog veel gevaarlijker, want je moet bovenop de duin wel stilstaan/remmen.
Tot overmaat van ramp komt er ook nog een rode helikopter boven ons hangen, op slechts een paar meter hoogte. Hij gooit zoveel stof op dat er nu bijna helemaal niets meer te zien is. Ik maak een gebaar dat hij weg moet, maar zie dat de overige deelnemers hun middelvinger daarvoor gebruiken. En gelijk hebben ze! Wat een idioot. Zou die man nu echt zelf niet doorhebben wat hij doet? Daarnaast ben ik bang dat hij zo tegen een duin aanvliegt en neerstort. En dat vind ik dan nog niet eens zo erg, want hij vraagt er ook om, maar misschien raakt ie ons dan ook en wij hebben nergens om gevraagd...
De special is verder schitterend. Echt de mooiste etappe tot nu toe. Deze had van mij veel langer mogen duren, dit is tot nu toe de enige echt zanddag. En dat is echt mijn ding, zo horen de etappes te zijn! Ik heb niet echt veel problemen gehad vandaag en kom als 66e binnen, mijn beste klassering tot nu toe. Ik kom met een 'Big Smile' bij onze vrachtwagen. Voor het eerst deze Dakar, dit heb ik gemist, hiervoor rij ik Dakar.






12-01-2011 Copiapo – Chilecito
(Vertrek 1e motorrijder 04.30 uur: 504 km verbinding / 176 km special / 183 km verbinding / totaal 863 km)
Oh oh... Vandaag rijden wij van Copiapo naar Chilecito. Waarom oh oh? Chilecito is een nieuwe naam, maar staat bij ons bekend als Fiambala. En Fiambala betekend ellende. Dit is niet voor niets de kortste etappe in de Dakar.
Het begint al met een verbindingsroute van 504 kilometer. Ik heb me weer heel erg goed en warm aangekleed, maar heb het alsnog ontzettend koud onderweg. Wanneer ik wat uit mijn camelbag wil drinken komt er niets uit. Ik heb hem toch afgevuld? Ja, dat klopt, maar het slangetje van mijn camelbag is bevroren en dat drinkt zo lastig. Ik zie veel motorrijders stoppen en hun handen voor de uitlaat houden om op te warmen.
Bij de start kunnen wij nog iets eten en tanken. Wanneer ik daar aan kom rijden zie ik op mijn klokje dat ik al te laat ben. Ik begrijp de organisatie dit keer echt niet. Ik heb constant doorgereden en geen tijd verloren op de verbindingsroute. Ze verwachten dat wij een gemiddelde van 100km/u kunnen halen in het donker, in de bergen. En dan niet te vergeten dat wij ook nog 2x moeten stoppen om te tanken. Een van de mensen van de organisatie wuift dat ik moet starten. Bekijk het maar, ik start wanneer ik er klaar voor ben. Hadden jullie het maar beter moeten organiseren. Ik ga me eerst voorbereiden, ik vlieg niet weer zo weg (wat ik deze Dakar al een paar keer gedaan heb), ik ben toch al te laat. Ik moet nog toiletteren, mijn spullen inleveren, zonnebrand op mijn polsen en nek smeren en ik wil na 6 uur rijden even iets eten. Aangezien ik wel haast heb ga ik niet uitgebreid dineren, maar pak ik 2 banaantjes, die zijn zo op.
Zo, nu ben ik er klaar voor, nu ga ik. Wanneer ik de special in rij ben ik al 30 minuten te laat. Het begint, net zoals voorgaande jaren, door de bekende zachte duinen met begroeiing. Ik heb mijn motor helemaal afgetankt en het loopt zwaar. Ik ga er heel gecontroleerd, staand doorheen en probeer zeker niet hard te rijden, dat wordt direct afgestraft (weet ik uit vorige edities). Heel langzaam ga ik een aantal rijders voorbij. De één valt om, de ander rijdt vast en ik rij er cruisend doorheen. Ik probeer wel telkens één iemand voor mij te houden, dat rijdt makkelijker, je ziet hen afslaan, fouten maken, enz. Die fouten maak ik dan niet en ik kan beter voorbereidt afslaan en niet zoals mijn voorgangers de afslag missen om vervolgens te moeten draaien en/of om te vallen.
Bij kilometer 90 maak ik een hele dure fout. Ik kom een duin afrijden en zie dat ik de berg voor mij over moet. Ik heb 2 mogelijkheden. Links erover of rechts erover. Ik kies voor links, daar staan de meeste sporen en het roadbook laat je daar vrij in. De afdaling verraad al een beetje dat ik niet goed zit. Beneden zie ik 6 motorrijders en 1 quad ploeteren, iedereen staat vast of ligt om. Het duurt niet lang voordat ik ze volledig begrijp. Eén motorrijder staat overdwars op de route, de rest staat of ligt ernaast. Ik kan er niet langs en zal moeten wachten tot hij aan de kant gaat. Dan komt één van de andere motorrijders aanlopen. Of ik water voor hem heb? Ik twijfel, ik heb al veel gedronken en we hebben geen tankstop vandaag, dus ik moet het doen met de voorraad die ik heb. Toch zeg ik, ja. Dan gebaart hij mij, mijn camelbag af te doen. Nee, zeg ik, je kunt iets te drinken krijgen via mijn drinkslangetje, ik ga geen water overgieten, dat heb ik zelf nodig. Hij begrijpt het, gaat akkoord en bedankt mij toch nog voor het water.
De motorrijder die overdwars op de route staat, staat er nog steeds. Mijn geduld raakt op en ik besluit een poging te doen om er langs te rijden. Het enige wat mis kan gaan is dat ik de achterkant van zijn motor raak, die gok durf ik wel te nemen. Zonder hem te raken rij ik er langs, ik had zeker nog een paar cm over. 50 Meter verder rij ik mij ook vast. Ik kijk om mij heen, waar moet ik naartoe? Het is vandaag weer ruim boven de 40 graden en dat hakt erin. Ik ben voor mijn gevoel al helemaal op. Ik besluit de iets hoger gelegen rivierbedding op te rijden. Dat gebeurt met enige snelheid en vervolgens rij ik vol op een dikke kei. Ik klap op het stuur en val om. Ik kan niet eerst even op adem komen, ik moet direct mijn motor optillen, anders loopt de benzine eruit. Na het optillen blijf ik wel even staan, ik drink wat en zal toch echt eerst op adem moeten komen om verdere valpartijen zoveel mogelijk te beperken. Dit is helemaal geen route...100 Meter verder rij ik weer op dikke kei, weer val ik om en ook nu til ik weer direct mijn motor op. Ik sta er volledig uitgeput naast. Ineens voel ik mij niet lekker. Ik zet mijn motor op de standaard en plof naast de motor op de grond. Ik tril helemaal. Ik ken het en ik weet waar het aan ligt. Ik heb nu echt in een te korte tijd teveel van mezelf gevraagd. Ik zet mijn helm af voor wat frisse wind en uiteraard drink ik weer wat, dat is heel belangrijk vandaag. 'Even uitrusten', denk ik bij mijzelf. Maar ik moet oppassen dat ik niet in slaap val. Uitrusten is goed, maar ik kan geen uur gaan liggen slapen hier.
Ik zit in de schaduw, er is mij nog steeds niemand voorbij gekomen, al die andere motorrijders zitten nog achter mij te klooien. Wat een route, het zal ook eens één keer meezitten in Fiambala... Een kwartier later sta ik weer op. Ik voel me nog steeds uitgeput, maar niet meer 'raar/slecht'. In het laatste kwartier is er maar 1 motorrijder voorbij gekomen. Ik heb hem nagekeken en geluisterd waar hij heen ging. Hij is niet terug gekomen, dat kan 2 dingen betekenen. 1) Er een uitweg is. Of 2) hij staat nu ook ergens helemaal vast...
Laten we het beste er maar van hopen.Uiteindelijk kom ik na ongeveer 45 minuten en na heel vaak vastzitten, omvallen en oprapen de rivierbedding uit waar we dus überhaupt niet in hadden moeten zitten. Eén verkeerde keus, 45 minuten vertraging en energieniveau ver onder 0. Ik rij vermoeit verder, 10 kilometer verderop zie ik op één van de duinen een party tentje staan met een groepje mensen. Ik rij er naartoe en vraag om wat water voor in mijn camelbag, ik heb niet veel meer en ik moet nog een kilometer of 50. Ik krijg een fles koud water aangeboden, écht koud. Ik neem een paar slokken en voel mijn energieniveau weer stijgen. Dit doet een mens goed! Ik gooi de rest van de fles in mijn camelbag. Dan komen ze met een 2e fles koud water aan, die ze over mijn hoofd leeg gieten. Heerlijk... Wat kan een mens hier van opknappen zeg! Ik bedank iedereen en rij weer verder.
Zoals gebruikelijk in Fiambala kom ik ook nog een keer zonder benzine te staan, op kilometer 110 om precies te zijn. In theorie kan dit helemaal niet, maar ja, we zitten in Fiambala, hier kijk ik nergens meer van op... Ik heb gelukkig nog reserve en ik ben nog geen 500 meter terug voorbij een aantal pick-ups gekomen, met een heleboel mensen daarbij. Ik draai me om en rij terug. Ik krijg maar liefst 10 liter benzine! Ook weer geregeld. En nog belangrijker, ze hebben ook koude cola. Ik krijg alles voor niets, maar die cola is me op dit moment wel €100 waard. En de waarde daarvan stijgt met de kilometer!
Ik ben echt aan het aftellen, net na mijn 'tankstop' kom ik Hans-Jos Liefhebber en Onno Ellens achterop. Ik pik bij hen aan, dat rijdt makkelijker en bespaart energie. Hans-Jos rijdt op kop en Onno en ik volgen dankbaar, meer zit er ook niet meer in. De laatste 10 kilometer zijn nog een echte uitdaging. Mul zand, greppel in, greppel uit en veel kort draaiende bochten na elkaar.

Ik kom blij de finish over. We hebben Fiambala weer verslagen! Ik doe er 5,5 uur over, wanneer je dat omrekent hebben wij met een gemiddelde van 32 km/u gereden. Dat zegt genoeg volgens mij... Net na mij komt Seel over de finish. Ik ben verbaasd. Die heeft dus ook iets met Fiambala. Ach, iedereen heeft iets met Fiambala...
Na de finish hebben we nog een verbindingsroute van 183 kilometer. Veel motorrijders zitten bij de finish van de special uit te blazen, met een flesje water van ongeveer 30/40 graden. Op mijn roadbook zie ik een grote beloning wachten, 30 kilometer verderop. Een tankstation! Ik licht Onno en Hans-Jos in en wij vertrekken direct. Daar eenmaal aangekomen schieten we met zijn allen naar binnen, de motor aftanken kan straks ook nog, eerst zelf bijtanken. Richard de Groot zit er al, die is net voor ons gefinisht. Hij heeft een grote 2,5 liter fles koude cola op tafel staan. Er worden bekertjes bij gehaald en we kopen zo'n beetje alles wat eetbaar is. Op tafel verschijnt een pizza, ijsjes, zuurtjes, chips, enz. Alles wat eetbaar is wordt geaccepteerd.
Ook Kemal Merkit schuift aan, een oude bekende uit de voorgaande Dakars. Kemal komt met de uitspraak van de week! 'I go to the gym, five times a week. And every weekend I do a marathon, triathlon, survival, something. I'm really fit. And I promised myself this year I would not die this Dakar! I died 3 times today!'.
En met hem vele anderen..... Schitterende uitspraak!
13-01-2011 Chilecito - San Juan
(Vertrek 1e motor 05.40 uur: 155 km verbinding / 224 km special / 160 km verbinding / 238 km special / 9 km verbinding / totaal 786 km)
Gisteren was een monster etappe. Ik kwam laat binnen en heb mijn roadbook niet voorbereid. Soms moet je prioriteiten stellen en slaap is nu belangrijker. Toen ik gisteravond met tentje inkroop, was Vadim net gefinisht. Super! Fiambala vergt het uiterste van je fysieke en mentale krachten en hij heeft dat toch even mooi geflikt. Maar daarna volgde nog 183 km verbinding, waar je normaal 2 á 3 uur over doet. Wanneer ik deze ochtend mijn tent uitkom zie ik zijn motor staan. 'Mooi', denk ik. 'Hij is binnen'. Michel en Gerrit zijn druk aan het sleutelen. Vadim schijnt pas net een uur binnen te zijn. 'Nee toch...' Dan weet ik vrij zeker dat hij het zo niet meer ziet zitten. De laatste 2 dagen had ie er 's ochtends al wat moeite mee.
Ik zie hem op zijn veldbedje liggen, hij slaapt. Een kwartier voordat ik moet starten wordt hij wakker gemaakt. Vladislav (zijn zoon) heeft ontbijt voor hem gehaald. Ik schuif bij hem aan, hij ziet er slecht uit (uiteraard). 'Je moet wel starten' zeg ik. 'Ja ik weet het', zegt hij. 'Vadim, je bent zo dichtbij, zo ver ben je nog nooit in een Dakar gekomen'. 'Neem je tijd vandaag. Na de 1e special kun je 160 kilometer op adem komen tijdens de verbinding en de 2e special is met 90 kilometer ingekort. Morgen is lang, maar niet ingewikkeld en overmorgen stelt niets meer voor, dat weet jij ook'. 'Ik wacht op je vanavond, stel me niet teleur' zeg ik met een glimlach. Hij lacht ook, maar dan als een boer met kiespijn.
Vandaag hebben we weer 2 aparte specials met een verbinding van 160 km ertussen. Gisteren is hard aangekomen, vandaag sta ik in de 'kop erbij en uitrijden' stand. Geen gekke dingen uithalen. De eerste special van 224 kilometer gaat goed. Wel heb ik mijn tweede 'Dakar momentje' in een rivierbedding. In een bocht raak ik een klein verstopt boomstronkje. Het stuur slaat mij uit handen en ik klap eerst tegen de zijkant van de rivierbedding, waarna ik op de grond val. Even ben ik de weg kwijt, wat een klap. Maar al vrij snel voel ik dat er niets ernstigs aan de hand is. Alleen mijn pols, van een paar dagen terug, voel ik weer.
Bij de finish van de 1e special begrijp ik niet dat veel motorrijders hier zitten bij te komen, terwijl er op het roadbook staat dat er 10 kilometer verderop een tankstation is. Hier staan alleen enkele flesjes water van 30 á 40 graden. Ik rij direct door. Bij het tankstation zit slechts 1 andere deelnemer, dat valt mij echt tegen. Zijn wij nu zo slim of zijn die anderen gewoon niet zo scherp meer?
Die andere deelnemer is een Spanjaard, hij rijdt met nummer 46 en spreekt goed Engels. Hoe hij heet weet ik niet. Ik mag bij hem aanschuiven. Het tankstation heeft alleen grootverpakkingen. Hij zit in zijn eentje met 2,5 liter cola en 8 boterhammen ham/kaas. Geen probleem, daar help ik hem wel mee...
Ik voel mijn energiepeil weer stijgen, hier heb ik straks echt profijt van, want we moeten nog een heel stuk. Niet veel later besteld hij een grote zak ijsklontjes. In eerste instantie denk ik 'wat moet hij daar nou mee'. Een minuut later bestel ik ook zo'n zak. We vullen onze camelbags ermee af. Dit is zeker niet zijn eerste Dakar, want dan bedenk je zoiets niet. Het is vandaag weer ruim boven de 40 graden. Dat zorgt voor een behoorlijke slijtage. Iedere inspanning bij deze temperatuur komt dubbel zo hard aan. De 2e special is met 90 kilometer ingekort. Ook deze special verloopt naar wens. Tot kilometer 600. Ik hoef nog maar 22 kilometer, maar de lamp gaat ineens uit, helemaal uit... Ik merk dat ik buiten adem raak, fouten begin te maken en me niet meer kan concentreren. Ik stop bij wat mensen langs de route (met koelbox) en vraag om koud drinken. In die laatste 22 kilometer stop ik nog 3 keer, op dezelfde manier. Ik sta telkens even een minuutje stil en rij dan weer door, ik weet dat ik er bijna ben. Heb ik de hele dag zo netjes gereden en dan gaat het de laatste kilometers nog even fout...
Ik kom iets over half zes de special uit. Daar zie ik onze persauto staan. Wat doet die dan hier? Ik vraag om een flesje water, maar ook zij hebben alleen maar water van 30/40 graden. Er loopt ook publiek en ik spreek een man met een koelbox aan. Hij heeft er een koude fles cola inzitten. Ik vraag of ik die kan kopen. 'Nee', ik krijg hem zo van hem, voor niks.
Dan hoor ik van Benno en Gerben dat Alexey 7 kilometer voor de finish stil staat. Ze hadden verwacht dat ik hem binnen zou slepen, maar ik heb hem helemaal niet gezien? Wat een stomkop, wij hebben een heel protocol voor wat we moeten doen als we stil staan en als hij zich daar aan had gehouden had ik hem niet kunnen missen. Hij had op de route moeten staan... Benno en Gerben gaan hem met de persauto zoeken, ik rij terug naar het bivak. Ik kom daar rond half zeven aan. Ik ben als 67e binnen gekomen en ben helemaal kapot. 67e? Na vandaag? Dan gaan die anderen ook hard achteruit. Ik heb vandaag behouden gereden en aan het eind ook nog tijd verloren met stoppen/drinken.
In het bivak vraag ik Vadim's zoon of hij voor mij een bord pasta wil halen en ik druk hem geld in de handen voor 'koud' drinken. Ik plof neer op één van onze bankjes. Ik heb me zeer gedaan en dat merk ik pas wanneer ik mijn crosslaars uitdoe. Mijn linker kuit heeft een tik gehad. Ik ruim mijn spullen op en loop wat heen en weer. Ik heb nog niets gezegd, maar Luuc komt al vragen of ik last van mijn been heb. Ik loop wat onhandig/anders. 'Ja', antwoord ik. 'Maar ik wil eerst eten'. Een paar minuten later komt Vladislav terug met een bord pasta en koud drinken.
Ik zit aan Alexey te denken.. Je moet je voorstellen dat je midden in Utrecht staat en dat er dan iemand zegt 'ok, 7 kilometer verderop staat iemand, ga hem even halen'. Maar je weet niet of hij 7 kilometer in de richting van Groningen, Enschede, Breda of Amsterdam staat. En hij staat ook niet op een weg. Hij kan in het bos staan, in een weiland, in een beekje, enz. Dat is zoeken naar een speld in een hooiberg. Na mijn bord pasta ga ik naar Hans en Marcel. Ik ben bang dat Benno en Gerben Alexey niet kunnen vinden. We moeten iets anders bedenken.
We weten dat hij tussen kilometer 115 en 116 in de special staat. Ik draai mijn roadbook uit mijn motor en zie dat er bij kilometer 116 een waypoint ligt. Ik schrijf het nummer van het waypoint op en ga daarmee naar Natascha. Natascha is één van de Nederlandse persmensen in het bivak en gaat al jaren mee. Zij weet hoe het spelletje werkt. Ik vraag haar of zij achter de GPS coördinaten van dat waypoint kan komen. Ik weet dat de pers die, bij uitzondering, enkele keren kunnen opvragen. En het lukt! Binnen 10 minuten heb ik de coördinaten. Nu iemand met een GPS vinden. Marcel (andere Marcel dan onze Marcel in het team), ook één van de Nederlandse persmensen, is een echte wereldreiziger, die gaat vast niet zonder GPS weg. En dat klopt. Van Marcel krijg ik een GPS. Ik bel Benno en Gerben met de vraag of ze Alexey al hebben gevonden. 'Nee, nog niet'. 'Kom maar terug dan om mij op te halen, ik heb de coördinaten van waar hij staat en een GPS, dan moeten we hem kunnen vinden'.
Ondertussen bedenk ik me nog dat wij misschien niet bij Alexey in de buurt kunnen komen met de auto. Een motor zou ideaal zijn nu. Ik ga naar team De Rooy. Zij hebben een klein bivak motortje bij zich en ik vraag of ik die mag lenen. 'Geen probleem, neem maar mee'. Wanneer Benno en Gerben terug zijn heb ik een voorraadje water ingeslagen, wordt het motortje achterin de auto getild en rijden we direct weer terug.
Inmiddels is het al donker geworden. Het duurt ongeveer een uur voordat we Alexey hebben gevonden. Benno wacht bij de auto, Gerben ontfermt zich over de motor en ik praat met Alexey. Iets verderop staat een soort 'hotdog' tentje. Ik haal wat te eten en drinken voor Alexey, die zit er ook doorheen. Meer mentaal dan fysiek overigens. Het is al donker, maar het is nog steeds meer dan 30 graden. Binnen een half uur kan Alexey weer verder. Wij rijden naar de finish van de special en wachten hem daar op. Wanneer hij binnenkomt rijden wij achter hem aan terug naar het bivak. Het is al laat. In het bivak krijgt Alexey groot applaus. Iedereen is weer binnen! Zelfs Vadim. Vadim ligt alweer ko op zijn veldbedje. Ik aai hem een keer over zijn bol. 'Goed gedaan jongen, jij bent mijn held!'.
Ik val zelf ook om van de slaap. Voor de 2e keer deze rally besluit ik mijn roadbook over te slaan. Ik ga snel nog even iets eten. Iets tegen 2-en stap ik mijn tent in. Ik kan 3 uur slapen, tegen 5-en wordt ik weer gewekt. Wat een dag...
14-01-2011 San Juan – Córdoba
(Vertrek 1e motor 06.35 uur: 62 km verbinding / 555 km special / 62 km verbinding / totaal 679 km)
Ik wordt niet zo geweldig wakker. Ik strompel richting ontbijt voor een bord pasta. Daarna taped Luuc mijn linker kuit in. Die doet echt zeer. Ik heb, zoals gebruikelijk de laatste dagen, een goed gesprek met Vadim en stap daarna op mijn motor. Dat ik het zelf ook niet zie zitten deze ochtend hoeft hij niet te weten. Ik kom er wel, wil het niet linksom, dan wel rechtsom.

Voor de start spreek ik enkele andere motorrijders. Ik merk dat iedereen er redelijk doorheen zit, ze zijn allemaal aan het aftellen. In de eerste 15 kilometer ga ik al 2x onderuit. Puur door de vermoeidheid. We zitten in duinen met begroeiing, met mul, zwaar zand en ik weet dat dit stuk 65 kilometer lang is. Wat ook niet meewerkt is dat ik mijn motor helemaal heb afgetankt, en dat deze nu topzwaar is.

Na mijn 2e valpartij denk ik 'nu moet je echt iets verzinnen, anders wordt dit een hele lange dag'. Ik besluit iedere 5 á 10 kilometer even stil te gaan staan op een duin om even iets te drinken en op adem te komen. Het damesklassement staat toch al vast, tenzij er echt nog mensen uit gaan vallen.
Wanneer ik even later op één van de duinen sta bij te komen zie ik overal mensen omvallen en vast zitten. Ha! Iedereen heeft er dus last van. Mijn aanpak werkt, want ik kom niet meer ten val. Er zitten een paar serieuze klimmen in waarvan ik denk dat ze haalbaar zijn, maar waar we ook omheen kunnen volgens ons roadbook. Ik zie enkele voorgangers van mij sneuvelen op de klim. Eén daarvan is nummer 66, Menard. Hij rijdt over het algemeen beter dan mij, maar ook hij haalt het niet. Daarachter rijdt Butuza, nummer 80, die haalt het wel, alleen heeft hij een 690 en wij maar een 450 cc. Ik neem de gok , ik heb 2 voordelen, ik heb een paar voorbeelden gezien en ik kan zodoende een langere aanloop nemen en dus, met meer snelheid naar boven rijden. En ik haal het net!
Bij de start zijn wij gewaarschuwd voor water. Bij kilometer 67 kon er wat water liggen. Ik kom daar aanrijden en denk 'wat water?' 'De Noordzee is er niks bij'. Ik probeer er links omheen te rijden, het is echt ontzettend glad en ik baan me een weg door de modder.

Ook hierbij kom ik 2x ten val. Bij kilometer 175 hebben wij onze eerste tankstop. In het publiek zie ik iemand met een koude fles Fanta staan. Ik stap over het lint en loop er naartoe. Je moet goed voor jezelf zorgen hier. Het is nu al een echte Dakar dag en we zijn nog niet eens halverwege...
Na ongeveer 250 kilometer krijgen wij een prachtig breed gravel pad van ongeveer 30 kilometer. Niet moeilijk, geen gevaarlijke dingen en een mooie hoge snelheid, dat schiet op! Even ontspannen rijden. Maar dan wordt het gevaarlijk, ik rij rond de 140 en mijn ogen vallen gewoon dicht. Ik schrik ervan en ga staan. Dit gebeurt op de verbinding wel eens, maar dit heb ik in een special nog nooit meegemaakt. In één van de volgende dorpjes stop ik. Ik drink weer wat en krijg water over mijn hoofd heen gegoten. Net voor de 2e tankstop op kilometer 325 krijgen we een heel gevaarlijk pad. Hier zijn we in 2009 ook overheen gekomen en zo te zien is er daarna nooit meer iets aan het pad gedaan. Er zitten ontzettende diepe sporen in, van vrachtwagens, ik probeer links en rechts door de berm te rijden, of op het midden stuk tussen de 2 sporen in. Een paar kilometer voor de tankstop is ook dit pad helemaal ondergelopen. Links van ons staat begroeiing, rechts een hek. En daar waar het water begint is een vrachtwagen rechts door het hek gereden. Jammer van het hek, maar wel een goed idee, want dit pad kan echt niet. Mijn motor kan niet zwemmen.
Eenmaal bij de tankstop aangekomen zie ik een paar quads en een auto van de andere kant komen? Hoe kan dat dan vraag ik de official? 'We hebben het pad waar jij net uit kwam afgesloten, die is te slecht geworden'. Mooi is dat, heb ik weer, hadden ze dat geen half uur eerder kunnen doen? Na de tankstop begin ik eindelijk een beetje in te komen. Ik haal nog wat mensen in en de laatste 230 kilometer maak ik gelukkig niets meer mee. Ik kom, na bijna 10 uur rijden, als 58e, om 18.40 uur de proef uit. Beste klassering tot nu toe.
Mijn motor is niet meer herkenbaar, zo vies.


Op de verbindingsroute zie ik een tankstation met wasplaats. Daar spuit ik mijn motor even af, anders zijn de monteurs er straks uren mee bezig en laat ben ik nu toch al. Ik kom precies om 20 uur het bivak in rijden. Onze assistentie jongens willen net wat gaan eten, goeie timing. Voor het afspuiten van mijn motor krijg ik bijna een staande ovatie. Na zo'n etappe daar nog aan denken. Maar ik zal eerlijk toegeven, ik heb wel even getwijfeld... Na het eten gooi ik mijn spullen van me af, onder de vrachtwagen. Ik ben wederom kapot. Ik sla iedere vorm van opfrissen of voorbereiden over. Ik wil maar één ding en dat is slapen...

15-01-2011 Córdoba - Buenos Aires
(Vertrek 1e motor 04.30 uur: 495 km verbinding / 182 km special / 150 km verbinding / totaal 827 km)
Gisteravond lag ik er rond 22.30 uur in, vanmorgen werd ik om 3 uur weer gewekt. 4,5 Uur slaap, wat wil een mens nog meer?
Voor de special vandaag hebben we eerst nog een verbindingsroute van 495 km. Bij één van de tankstation op de route merk je dat iedereen er wel klaar mee is. Er worden o.a. broodjes en koffie besteld. Daar hebben wij normaal helemaal geen tijd voor op de verbindingsroute. Ook ik bestel een kop koffie. Het maakt mij niets meer uit, ze kunnen mij toch niets meer maken. Het klassement is al bepaald. Dan maar te laat aan de start, ik ga nu eerst even genieten van een kop koffie en de gezelligheid van de groep rijders die er zijn. Iedereen kent iedereen, niet bij naam, maar wel in combinatie wie bij welke motor/nummer hoort.

De special stelt niet veel voor. Het zijn snelle, rechte paden, waarbij je af en toe haaks links of haaks rechts af moet slaan. Mijn GPS doet het niet, deze begon gisteren na het afspuiten van mijn motor te haperen. Vanmorgen deed ie het helemaal niet meer. Ik heb dat voor de start gemeld, dat is iets wat de organisatie moet oplossen, maar ze hadden geen reserve bij zich, ik moest er zo maar mee gaan rijden. Mijn roadbook heb ik niet voorbereid. En dat merk ik.
Er zijn schijnbaar enkele wijzigingen geweest, want wanneer ik links een pad in wil slaan, zie ik dat die is afgezet. Ik wordt door het publiek verder gestuurd. Ach, dan de stof en het publiek maar volgen, moet goed komen. Bij de finish valt er een last van mij af, ik heb de laatste paar dagen echt afgeteld. En nu, nu kan ik Dakar 2011 afvinken en aan mijn lijstje toevoegen. Vier uit vijf, mooie score. Het ging deze keer zeker niet vanzelf, maar dat is nu waarschijnlijk al wel duidelijk. Quinn en Alexey zijn ook binnen. Weet iemand iets van Vadim? Ondertussen wordt ik geïnterviewd door Allard Kalff en krijg ik een prijs van autodrop overhandigt.

Ik ben verkozen tot 'rallyrijder van het jaar'! Geweldig! Er zijn bijna 28.000 mensen geweest die op mij gestemd hebben. Dank daarvoor! Bij mijn prijs zit ook een fles champagne. En daar heb ik een hele goede bestemming voor! Ik vraag of het een dure champagne is of dat ik ermee mag spuiten?
Nu wachten wij onze Dakar held op. Om iedereen even een duidelijk beeld te geven van onze tijden. Marc Coma, de winnaar, heeft over de hele Dakar 51.25 uur gedaan. Verdeeld over 13 etappes. Hij is gemiddeld dus iets minder dan 4 uur per dag aan het rijden. Ik heb er 77.34 uur over gedaan en rij gemiddeld net iets minder dan 6 uur per dag. Vadim daarentegen heeft over zijn Dakar 106.20 uur gedaan, dat is meer dan het dubbele aantal uren van Coma. Hij heeft gemiddeld net iets meer dan 8 uur per dag gereden. En dan heb ik het hier alleen nog maar over onze special/proef tijden. Daar overheen komen dan nog eens de uren voor het afleggen van de verbindingsroutes (dat is nog eens gemiddeld 4 uur per dag erbij).
Ik heb meerdere malen aan Vadim gedacht deze Dakar. Dan had ik hem 's ochtends weer wat moed in gesproken en dan dacht ik onderweg 'waar heb ik hem nu weer ingestuurd/ingepraat?' Wanneer Vadim binnenkomt is het plaatje compleet. De champagne spuit alle kanten op, Vadim is kapot. Hij heeft tranen in zijn ogen. Wat gaaf! Held!
16-01-2011 Finish Buenos Aires
Het is algemeen bekend dat de podiumdag van mij geschrapt mag worden. Voor ons gevoel hebben wij gisteren de Dakar al afgesloten. De tocht over het podium is een heel spektakel en leuk voor het publiek, maar wij krijgen er niets van mee.
Ik kijk op de lijst naar mijn eindklassering. 66e! Daar ben ik dik tevreden mee, zeker na mijn slechte start de eerste week. Ook zie ik dat ik 2e in het damesklassement ben geworden? Dus toch...? Aan het ontbijt vanmorgen hebben we het daar nog over gehad, maar niemand wist of ik 2e of 3e stond. De laatste dagen waren nogal hectisch. Gisteren begon ik te twijfelen. Ik had Seel al enkele dagen niet meer gezien. Op een bepaald moment dacht ik zelfs even dat zij was uitgevallen. Nu zie ik dat Sanz 1e is geworden, ik 2e, de Italiaanse Silvia Gianetti 3e en Seel pas als 4e op de lijst staat, met meer dan 13 uur achterstand op mij. Daar moet iets gebeurd zijn, maar wat weet ik niet...
De eerste deelnemer mag om 08.40 uur het parc-fermé in. Vadim en Alexey moeten vlak na elkaar, ik zit daar dan ongeveer 20 minuten achter. Ze gaan van laag naar hoog, zodat uiteindelijk de nummer 1 als laatst op het podium staat.
Ik wil Vadim en Alexey graag over het podium zien gaan, maar met de opzet van de organisatie gaat dat niet lukken. We hebben overal een speciale tijd voor. Ik heb een tijd waarop ik het parc-fermé in mag, een tijd waarop ik deze weer moet verlaten ,voor mijn rondje door Buenos Aires, én een tijd voor wanneer ik op mag rijden naar de wachtruimte voor het podium. Drie tijdcontroles dus. Ik vraag bij de 1e controle of ik iets eerder mag, omdat ik mijn teamgenoten graag over het podium wil zien rijden. Geen probleem, ga maar! Ook bij de 2e controle mag ik eerder door. Maar natuurlijk staat er een eigenwijze, alleen maar Frans sprekende, official bij de 3e controle, die mij niet door wil laten. Ik vraag het netjes en probeer het uit te leggen, maar hij negeert mij gewoon. Prima, dan negeer ik jou ook, denk ik bij mijzelf. Doe toch niet zo moeilijk, man! Wanneer hij zich omdraait, zet ik het gas d'r op en rij door. Ze kunnen me nu toch niets meer maken en hij kan mij ook niet achterna, want dan rijden de overige motoren ook door. En dan wordt het helemaal een chaos.
Mijn timing is perfect. Vadim (90e) staat al klaar voor het podium, ik kan hem nog net een schouderklopje geven voordat hij oprijdt. Ook Alexey (75e) staat al opgesteld voor 'zijn' moment. Ik mag 5 minuten later en Quinn is pas een uur na ons aan de beurt, hij is beste rookie geworden en 9e overall!


Dit is een Dakar waar ik met gemengde gevoelens naar terugkijk. Er is veel gebeurt, heel veel. Niets ging vanzelf en het waren lange dagen. En dan de voorbereiding... En de twijfels... Voor mij is dit een Dakar om extra trots op te zijn. Ik ben ervan overtuigd dat ik het dit keer vooral door slim rijden en met dank aan mijn ervaring uit voorgaande Dakars tot een goed einde heb weten te brengen. De resultaten lieten even op zich wachten aan het begin, maar ook die kwamen uiteindelijk...

Waar ik nog meer trots op ben? Op onze jongens, onze heren in de assistentie. Wat hebben ze weer een werk verzet. Ons hele team aan de finish, een 100% score! Dakar rij je niet alleen, dat moge duidelijk zijn... De wallen onder de ogen bij de assistentie zijn net zo groot als de wallen onder de ogen bij de rijders. Heren bedankt! En dan niet ter plekke aanwezig (1 uitgezonderd), maar zeker net zo belangrijk; mijn sponsoren! Zonder hen is er voor mij geen Dakar! Daarom ook voor hen, bedankt!
En mijn plannen voor volgend jaar? Die laat ik nog even in het midden...
Eerst maar eens even bijkomen van deze Dakar.
Mirjam
